Loading

The Anthropology Department and objects from Netherlands New Guinea at the Anniversary Exhibition in the Colonial Institute's museum

photographer unknown1923/1923

Nationaal Museum van Wereldculturen

Nationaal Museum van Wereldculturen

In 1903 werd tijdens de Noord Nieuw-Guinea Expeditie onder leiding van Wichmann een foto gemaakt van een man die het haar van een jongen verzorgt. Te zien is hoe het haar wordt gesneden met een mesje dat gemaakt is van een bamboebast-schilfer. Deze haardracht was gebruikelijk voor jongens die nog geen toegang hadden tot het mannenhuis. Ze droegen het haar of afgeschoren, of zoals hier te zien is in een kam, die van het midden van het voorhoofd naar het achterhoofd liep (Lorentz 1905: 26-27).

De foto is gemaakt op Asei, een van de eilanden in het Sentanimeer. Het is niet bekend wie de foto maakte, maar veel van de foto’s werden genomen door expeditielid G.A.J. van der Sande (1863-1910), die als legerarts zowel de fysisch antropoloog als de volkenkundige was van het team. Bijzonder was dat hij zich een maand lang alleen in ditzelfde dorp vestigde. Hierdoor was de kans groter dat ook de vrouwelijke inwoners zich zouden laten opmeten en fotograferen. Deelname aan het dorpsleven zou bovendien zijn etnografische werk meer diepgang geven. Door die aanpak zou je kunnen stellen dat Gijsbert van der Sande een vroege ‘moderne veldwerker’ was (Hardiati 2005: 197). Pas in 1915 zou ‘participerende observatie’ als antropologische onderzoeksmethode standaard worden.

De foto kreeg later een ander, driedimensionaal, leven in tentoonstellingen van het museum van het Koloniaal Instituut. Het vormde de inspiratie voor een gipsen beeld (R-1129), hier te zien links in de hoek op de foto, dat nog steeds deel uitmaakt van de collectie van het Tropenmuseum, maar al lang verhuisd is naar het zolderdepot. Het klinkt mogelijk vreemd, maar sinds kort is bekend dat de uitgebeelde personen ooit namen hadden: Mitje en Batjo. (1) De maker van de beeldengroep, Kees Smout (1876-1961), noemde die in brieven uit 1915 en 1917. In de tentoonstellingen is hen die persoonlijke waarde echter altijd onthouden. Het tekstbord aan de voet van het beeld luidde simpelweg: “Papoea’s” (zoals hier op deze foto), "Papoea Noord Nieuw-Guinee" of "Papoea zijn kind scherende." Wellicht waren hun namen inmiddels in de vergetelheid geraakt of waren die door Smout verzonnen. Hoe dan ook, het past in het destijds gangbare patroon waarbij individualiteit werd genegeerd: de anonieme poppen in het museum stonden model voor ‘volkstypes’ als ‘de Papua’ en ‘de Dayak’. Binnen volkenkundige musea waren poppen een beproefd en populair middel om personen van andere culturen te representeren. Ook foto’s werden daartoe ingezet, maar die waren niet driedimensionaal en konden (nog) niet ‘levensgroot’ worden opgeblazen. Alleen poppen gaven de ware lengte, breedte en diepte van een menselijk lichaam weer.

In 1923 werd ter gelegenheid van het vijfentwintigjarig regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina een tentoonstelling georganiseerd in de al gereedgekomen lichthal van het Koloniaal Instituut, dat nog in aanbouw was en in 1926 officieel werd geopend. Op de afdeling Nieuw-Guinea gingen fysische en culturele antropologie, de vakgebieden van Van der Sande, hand in hand. Aan de wand hingen gipsafgietsels van gezichten die door fysisch antropoloog Kleiweg de Zwaan (1875-1971) waren gemaakt van een andere als ‘primitief’ beschouwde bevolkingsgroep op Nias, een eiland dat voor de kust van West-Sumatra lag, ver weg van Nieuw-Guinea. Het beeld van de naakte Papua’s nam een prominente plek in temidden van die gipsafgietsels, gesnelde koppen, wapens en andere objecten die (weinig of juist heel) subtiel benadrukten dat de museumbezoeker hier met een primitieve cultuur die te vergelijken was met die van het Stenen Tijdperk van doen had. Kannibalen en koppensnellers die met ‘primitieve’ middelen verbazingwekkend fraaie objecten wisten te vervaardigen, met dat idee zal menig bezoeker huiswaarts gekeerd zijn (Duuren 2011: 103-104, 163).

Rob Jongmans

(1) zie het artikel van Willem (Pim) Westerkamp. ‘Does Smout became Smut? The making and use of mannequins in Colonial and Post-Colonial displays in Amsterdam’ in: … De daarin genoemde brieven: KIT Archiefstuk 7506, 10 mei 1915 en 17 juni 1917


13 x 18cm (5 1/8 x 7 1/16in.)

Source: collectie.tropenmuseum.nl

Show lessRead more

Details

  • Title: The Anthropology Department and objects from Netherlands New Guinea at the Anniversary Exhibition in the Colonial Institute's museum
  • Creator: photographer unknown
  • Date: 1923/1923
  • Location: Amsterdam

Recommended

Home
Explore
Nearby
Profile