De Nationale Opera

Nationale Opera & Ballet

De hoogtepunten van 50 jaar De Nationale Opera

50 jaar De Nationale Opera
De Nationale Opera viert in het seizoen 2015-2016 het vijftigjarig bestaan. Ter gelegenheid van dit jubileum is een tijdlijn ontwikkeld waarin de hoogtepunten van de afgelopen 50 jaar zijn opgenomen. De tijdlijn is bij iedere voorstelling in Nationale Opera & Ballet te bezichtigen in de publieksfoyer van het theater. Speciaal voor Google Cultural Institute is er een digitale tijdlijn gecreëerd waaraan ook bijzonder videomateriaal is toegevoegd. Grote kooropera’s, wereldpremières, topsolisten, overweldigende decors, intieme scenes, publiekslievelingen, schandalen: de variatie in wat het publiek is aangeboden, is enorm. De Nationale Opera heeft sinds 1965 het hele opera-repertoire op eigenzinnige wijze verkend en zal dat in de toekomst blijven doen. Wij hopen dat u zult genieten van de prachtige foto’s en bijzondere videobeelden!
1965 - 1974

1965 - DER ROSENKAVALIER

De eerste productie van de nieuwe stichting speelt zich nog af in de Congreszaal van de Amsterdamse RAI. Bij de galapremière op 17 november 1965 krijgen de dames in het publiek een roos aangeboden. Het is een van de weinige voorstellingen waarin Gré Brouwenstijn en Cristina Deutekom het toneel delen. Vijftig jaar later begin het seizoen opnieuw met Der Rosenkavalier.

1966 - DON CARLO

Terwijl Peter Schats ‘totaal theater’ Labyrint door Carré raast, gaat het in de Stadsschouwburg iets statiger toe in Verdi’s Don Carlo, de enige keer dat Bernard Haitink een productie van DNO dirigeert. Gré Brouwenstijn blinkt uit als Elisabeth, Nicolai Ghiuselev is Filips II. De stem uit de hemel komt van Cristina Deutekom. In enkele bijrollen laat Marco Bakker van zich horen.

1969 - RECONSTRUCTIE

De componisten Louis Andriessen, Reinbert de Leeuw, Misha Mengelberg, Peter Schat en Jan van Vlijmen keren zich met de schrijvers Hugo Claus en Harry Mulisch collectief tegen het Amerikaanse kapitalisme. Veel ophef in het land. De Boerenpartij stelt vragen in de Tweede Kamer. Minister Marga Klompé, die bij de première in Carré naast Herbert von Karajan zit, geeft geen krimp.

1971 - L'INCORONAZIONE DE POPPEA

De nieuwe intendant Hans de Roo is zijn tijd vooruit. Hij begint zijn bewind met een opera van Monteverdi, waarvoor hij de barokspecialisten Gustav Leonhardt en Alan Curtis engageert. Zinken en theorbes in de orkestbak: het is een doorbraak. In 1974 volgt L’Orfeo onder leiding van Nikolaus Harnoncourt. Monteverdi vormt een van de rode draden in de programma’s van DNO. Denk aan de cyclus die vanaf 1990 gestalte krijgt in de regies van Pierre Audi.

1974 - LE NOZZE DI FIGARO

Deze Figaro is de verrassing van het Holland Festival 1974. Onder de spirituele leiding van Götz Friedrich hebben de opvallend jonge zangers (zoals de toen nog niet zo bekende Catherine Malfitano) zes weken lang gerepeteerd op een wijze die veel weg heeft van een groepstherapie. De opera is ontdaan van alle clichés en krijgt een nieuw sociaal engagement. Ondanks de komische verwikkelingen wordt duidelijk dat het thema in zijn ontstaanstijd ooit revolutionair is geweest.

1975 - 1984

1977 - ELEKTRA

Niets blijft de toeschouwers bespaard in de tragedie rondom Elektra, die zich aan het eind in extase dood danst nadat de moord op haar vader is gewroken. De bloederige eenakter lijkt zich af te spelen in een luguber slachthuis. Kupfers personenregie is messcherp. Bij de reprises in 1980 en 1984 geeft Pauline Tinsley aangrijpend gestalte aan de titelrol.

1977 - MARIA STUARDA

Joan Sutherland treedt geregeld op bij DNO. De prima donna zonder prima donna-allures maakt furore in Händels Rodelinda (1973), Bellini’s Norma (1978) en Donizetti’s Lucia (1982). Ook in Maria Stuarda vormt zij een hecht team met Richard Bonynge, die weet hoe hij zijn echtgenote het best kan begeleiden, en Huguette Tourangeau, een zangeres die over indrukwekkende borsttonen beschikt.

1980 - SATYAGRAHA

Door de wereldpremière van Satyagraha raakt een geheel nieuw publiek geïnteresseerd in opera. Er staan lange rijen voor de kassa. Het werk gaat over de geweldloze verzetsbeweging van Mahatma Gandhi en heeft teksten in het Sanskriet. Oren en ogen laten zich betoveren door de minimalistische muziek van Philip Glass en de intrigerende toneelbeelden.

1982 - THE RAKE'S PROGRESS

Stravinsky liet zich inspireren door de schilderijen en etsen van William Hogarth uit de achttiende eeuw waarop de teloorgang van een lichtzinnige jongen is verbeeld. In de flitsende enscenering van regisseur David Alden lijkt de surrealist Margritte eerder de inspiratiebron. Neil Rosenshein crost als Tom Rakewell op een zware motor over het toneel.

1985 - 1994

1987 - IL BARBIERE DI SIVIGLIA

Het muziektheater is in gebruik genomen. De eerste hit van de nieuwe intendant Jan van Vlijmen is Rossini’s Barbier in de geestige enscenering van Dario Fo. De toeschouwers tuimelen van de ene verrassing in de andere. De productie wordt ook internationaal een doorslaand succes.

1987 - TRISTAN UND ISOLDE

Na het publiekssucces van de Barbier stuit deze productie op veel weerstand. Bij de premiere is er massaal boegeroep voor de toneelregisseur Jurgen Gosch. De bravo’s zijn gericht aan het Concertgebouworkest en Hartmut Haenchen, die als muzikaal directeur en chef-dirigent van DNO is aangesteld nadat Edo de Waart zich had teruggetrokken.

1990 - PARSIFAL

Ook Klaus Michael Grüber is van huis uit een toneelregisseur, maar hij oogst veel meer lof met zijn enscenering van Parsifal. Deze is van een uiterste soberheid, ontdaan van alle clichégebaren en voorzien van sterk tot de verbeelding sprekende details. De meterslange tafel waaraan de graalridders plaatsnemen, zal niemand vergeten die de voorstelling heeft gezien.

1990 - IL RITORNO D'ULISSE IN PATRIA

Pierre Audi is sinds 1988 artistiek directeur van DNO. Zijn eerste regie voor het gezelschap is meteen een schot in de roos. Het is het begin van een nieuwe Monteverdi-cyclus, waarin hij de typische eigenschappen van het Muziektheater gebruikt, de handeling laat doorspelen tot in de zaal en zo het drama dichter bij de mensen brengt.

1994 - WOZZECK

Uitverkochte zalen voor deze radicaal sobere, diep indringende Wozzeck. In het decor van Wolfgang Gussmann worden de vijftien scènes ingenieus met elkaar verbonden. Het is een gele omgeving met zwarte huizen van verschillende grootte. In de sterke personenregie van Willy Decker geeft John Bröcheler een aangrijpende vertolking van de eeuwige buitenstaander.

1994 - ROSA, A HORSE DRAMA

De wereldpremière van een opera over seks, geweld en dood. Rosa is een componist van filmmuziek voor westerns die liever met zijn paard dan met zijn minnares de liefde bedrijft. Peter Greenaway geeft met zijn filmische beelden het geweld een paradoxale schoonheid, Andriessens magistrale partituur doet de rest.

1995 - 2004

1995 - MOSES UND ARON

Pierre Boulez dirigeert het Concertgebouworkest in Schönbergs onvoltooide opera. Het decor van Karl-Ernst Herrmann is als een geelgouden woestijn die zich tot voorbij de orkestbak uitstrekt. Schijnwerpers achteraan op het toneel verblinden aan het slot de toeschouwers. In de realistische regie van Peter Stein vervult het Koor van DNO een hoofdrol.

1997 - DIALOGUES DES CARMELITÉS

Zestien nonnen sneuvelen tijdens de Franse Revolutie onder de guillotine. Zestien keer laat Poulenc onontkoombaar de bijl vallen in de slotscène. De suggestieve en aangrijpende enscenering van Robert Carsen en zijn ontwerper Michael Levine wordt een geliefd exportartikel. De productie is overal in de wereld te zien, dit seizoen opnieuw bij DNO.

1997-1998 - DAS RING DES NIBELUNGEN

De productie van Wagners tetralogie is een mijlpaal in de geschiedenis van DNO. In 1997-1998 gaan de afzonderlijke vier delen in première en het jaar daarna worden ze als cyclus vertoond. Pierre Audi zorgt voor spectaculaire effecten in de gigantische speelruimte, maar ook voor intimiteit in het persoonlijk drama van goden en halfgoden. Het orkest is de spil van het toneelbeeld. Bij elke aflevering draait het één slag, totdat in Götterdämmerung de ring rond is. Hartmut Haenchen pareert de akoestische problemen met een transparante interpretatie zonder Teutoonse gewichtigheid.

2000 - RÊVES D'UN MARCO POLO

De voorstelling vormt een aanzienlijk contrast met de grootschalige Ring. Voor het eerst speelt DNO in de Amsterdamse Westergasfabriek. Samengebracht zijn de laatste werken die Vivier als een ‘opéra fleuve’ heeft gecomponeerd voordat hij door een jongen in Parijs werd vermoord. Zelfs de instrumentalisten spelen de bezwerende muziek uit het hoofd.

2003 - LES TROYENS

Bijna even kolossaal als Wagners Ring is Les Troyens van Berlioz. Het is de eerste scenische opvoering in Nederland. De voorstelling duurt vijfenhalf uur. Pierre Audi regisseert het werk als een choreograaf, gevoelig voor elke wending in de muziek. Edo de Waart leidt musici en luisteraars als een ervaren gids door de toppen en dalen van de fantastische partituur.

2005 - 2014

2006 - LADY MACBETH VAN MTSENSK

De voorstelling is het hoogtepunt van het Holland Festival 2006. Ovaties voor het Concertgebouworkest en zijn chef-dirigent Mariss Jansons, voor de sterke cast onder aanvoering van Eva-Maria Westbroek, en voor de regisseur Martin Kusej, die nietsontziend het rauwe realisme van de opera blootlegt.

2010 - A DOG'S HEART

De wereldpremière van Raskatovs satirische opera oogst uitbundig gejoel in de zaal. Op het toneel en in de orkestbak heerst een zorgvuldig georkestreerde chaos. Een straathond wordt omgebouwd tot mens, maar vormt dan een ware bedreiging voor zijn omgeving. Simon McBurney zet met zijn regie de zaak op stelten, zoals hij dat tweeënhalf jaar later nog eens zal doen met tal van verrassende vondsten in Mozarts Zauberflöte.

2012 - DE LEGENDE VAN DE ONTZICHTBARE STAD KITESJ EN HET MEISJE FEVRONJA

Met dit zelden opgevoerde werk van Rimski-Korsakov wint DNO de International Opera Award voor de beste productie van 2012. De Russische regisseur Dmitri Tcherniakov heeft zelf de betoverende decors ontworpen. Een glansrol is weggelegd voor het Operakoor. Er is ook veel lof voor Marc Albrecht, sinds 2011 chef-dirigent van het gezelschap.

2012 - DIE ZAUBERFLÖTE

Voor DNO is deze nieuwe productie van Die Zauberflöte de zevende in een halve eeuw. Publiek en pers reageren enthousiast op de theatrale inventiviteit van Simon McBurney. Vogels zijn fladderende A4’tjes in de handen van mimespelers. Thomas Oliemans is als Papageno de lieveling van het publiek.

2014 - GURRE-LIEDER

Voor de allereerste keer klinken Schönbergs kolossale Gurre-Lieder niet in een concertzaal, maar worden ze scenisch opgevoerd. Het waagstuk wordt een triomf. Pierre Audi vindt suggestieve beelden voor het duistere sprookje. Marc Albrecht houdt als een generaal de legers zangers en instrumentalisten in het gareel, met opnieuw een hoofdrol voor het Operakoor.

Hartelijk dank voor uw bezoek aan onze expositie.
Kom nog eens terug want we blijven de tijdlijn ontwikkelen.
Wilt u meer informatie?
Bezoek onze website operaballet.nl

Credits

Samenstelling
Liesbeth Kruyt, Marijn Maas
Tekst
Eddie Vetter
Voor Nationale Opera & Ballet

Dutch National Opera and Ballet
Credits: verhaal

Exhibit created by
Liesbeth Kruyt, Marijn Maas

Text
Eddie Vetter
For Dutch National Opera & Ballet

Credits: alle media
Het uitgelichte verhaal kan in sommige gevallen zijn gemaakt door een onafhankelijke derde partij en kan afwijken van de standpunten van de hieronder vermelde instituten die de content hebben geleverd.
Vertalen met Google
Homepage
Verkennen
Dichtbij
Profiel