Studie van een divers oeuvre

INLEIDING
Lange tijd herinnerde men zich van Pieter Bruegel alleen de werken die hem de bijnaam "Boeren-Bruegel" hadden opgeleverd. En ook nu nog ziet het publiek de kunstenaar vooral als een schilder van volkstaferelen en triviale, boertige figuren. Die kijk beperkt zich ook vaak tot fantastische, bizarre duivels, geschilderd naar het voorbeeld van zijn illustere voorganger Jheronimus Bosch. En dat terwijl het werk van Bruegel toch opvallend divers is.

Als we zijn werken bekijken, zien we dat de Vlaamse meester nooit voorrang geeft aan het ene of andere onderwerp. Fantastische personages zijn hem even vertrouwd als dagelijkse taferelen.

Maar ongeacht het onderwerp of de techniek, behandelt de schilder zijn thema's, zelfs de klassieke, met veel inventiviteit.

LANDSCHAPPEN
HOOFDSTUK 1. Jeugdinvloeden en reis naar Italië

Bruegel leert het vak bij Pieter Coecke van Aelst (1502-1550), wat hem in de richting van een meer geïtalianiseerde stijl had kunnen orïenteren, in die tijd zeer populair in het noorden.

Coecke heeft inderdaad een reis naar Italië gemaakt om daar onder andere het werk van Rafaël te bewonderen.

Enkele jaren later, rond 1552, is het de beurt aan Bruegel om Vlaanderen achter zich te laten en naar Italië te trekken.

De reis brengt Bruegel over de Alpen, via Rome, tot het uiterste puntje van het Italiaanse schiereiland.

Rond 1554 keert Bruegel terug naar Antwerpen, met in zijn koffers talrijke tekeningen. Twaalf van deze schetsen zullen door Hiëronymus Cock worden geselecteerd en tussen 1555 en 1558 als gravures worden gepubliceerd. Deze serie (de eerste onder zijn naam) is bekend onder de naam Grote Landschappen.

Veel kunstenaars uit die tijd brengen tekeningen of schilderijen terug uit Italië met afbeeldingen van Rome en van antieke ruïnes. De tekeningen van Bruegel beslaan echter veel uitgestrektere panorama's van bergen of van de zee. Zijn landschappen behoren tot de mooiste van de 16e eeuw.

Het schitterende perspectief in De Val van Icarus bijvoorbeeld zou geïnspireerd kunnen zijn door zijn vergezichten van de Straat van Messina. En de doorkijk onder de bomen achter het veld doet eveneens denken aan de landschappen die hij in die tijd tekent.

Gedurende zijn hele carrière zal Bruegels schilderkunst in het teken blijven staan van de visuele herinneringen aan zijn reizen en al wat hij toen heeft geleerd. Helaas is er geen werk bewaard van vóór 1552, zodat we ons geen duidelijk beeld kunnen vormen van zijn productie in die jaren.

Veel kunstenaars uit die tijd brengen tekeningen of schilderijen terug uit Italië met afbeeldingen van Rome en van antieke ruïnes. De tekeningen van Bruegel beslaan echter veel uitgestrektere panorama's van bergen of van de zee. Zijn landschappen behoren tot de mooiste van de 16e eeuw.

Het schitterende perspectief in De Val van Icarus bijvoorbeeld zou geïnspireerd kunnen zijn door zijn vergezichten van de Straat van Messina. En de doorkijk onder de bomen achter het veld doet eveneens denken aan de landschappen die hij in die tijd tekent.

Gedurende zijn hele carrière zal Bruegels schilderkunst in het teken blijven staan van de visuele herinneringen aan zijn reizen en al wat hij toen heeft geleerd. Helaas is er geen werk bewaard van vóór 1552, zodat we ons geen duidelijk beeld kunnen vormen van zijn productie in die jaren.

De grote zeilschepen, die Bruegel zowel in Antwerpen als in Italië heeft gezien, verlieten de Europese havens om de - inmiddels - wijde wereld te gaan verkennen. Zij symboliseren de sfeer van avontuur en ontdekkingen die zo kenmerkend zijn voor de 16e eeuw als schakel naar de moderne tijd.

Bruegel is een echte man van zijn tijd. Hij is dol op de beschrijvingen van het Nieuwe Continent en verwerkt in zijn oeuvre alle toekomstmogelijkheden van de wetenschap en de vooruitgang. Zo neemt hij via zijn werken deel aan de vele veranderingen die de 16e eeuw typeren.

BRUEGEL, EEN “TWEEDE BOSCH”
HOOFDSTUK 2. Monsters & groteske taferelen

De serie van de Grote Landschappen markeert het begin van een intense productie van gravures voor prentenuitgever Hieronymus Cock, die in 1548 het uitgevershuis "In de Vier Winden" opricht. De aanwezigheid van geograaf Ortelius, botanist Dodonaeus en cartograaf Mercator maakten het tot een plek van ontmoetingen, nieuwsgierigheid en humanisme, met andere woorden, een van de levendige centra van de Renaissance.

In 1556 tekent Bruegel De grote vissen eten de kleine, een werk geheel uitgevoerd in de geest van Jheronimus Bosch en dat aanvankelijk ook aan hem wordt toegeschreven. De tekening zal het jaar daarop worden gegraveerd door Pieter Van der Heyden en uitgegeven door Hieronymus Cock.

Cock gaf eerder al andere tekeningen uit die geïnspireerd waren op Bosch, en die altijd een groot succes kenden.

Naar het voorbeeld van Bosch zal Bruegel verscheidene voorbereidende schetsen voor de Antwerpse uitgever maken, o.m. zijn vermaarde reeks De zeven hoofdzonden. Dit thema van de zonden van de mensheid - luiheid, hoogmoed, hebzucht, lust, gramschap, gulzigheid en afgunst - is, net als de zeven deugden, al sinds de middeleeuwen erg populair onder kunstenaars.

Als we de monsters van Bosch bekijken, zien we onmiddellijk de erfenis die hij de Vlaamse, 16e-eeuwse kunstenaars, en in het bijzonder Pieter Bruegel, heeft nagelaten.

Maar dat we zo vaak een verband leggen tussen Bruegel en Bosch, komt eigenlijk in de eerste plaats door biograaf Karel van Mander.

"Hy hadde veel ghepractiseert, nae de handelinghe van Ieroon van den Bosch: en maeckte oock veel soodane spoockerijen, en drollen, waerom hy van velen werdt geheeten Pier den Drol."
(Karel van Mander, Schilder-Boeck, 1604).

Bij Bruegel is de productie ‘op de wijze van Bosch’ vooral sterk rond 1559-1560. In die tijd maakt hij ook een serie prenten over De zeven deugden, o.m. deze tekening over Prudentia (De Voorzichtigheid). Deze serie, eveneens uitgegeven bij Cock, wordt door sommige specialisten beschouwd als tegenhanger van De zonden.

Hier concentreert Bruegel zich meer op de werkelijkheid dan op een fantasiewereld. Het Latijnse woord Prudentia kent drie betekenissen: wijsheid, verstandigheid en voorzichtigheid. In de tekening komen deze drie aspecten aan bod.

Links wordt bijvoorbeeld vlees gepekeld ter voorbereiding op de winter.

Achterin wordt de oogst binnengehaald.

Rechts dooft een vrouw het vuur door er water op te gieten.

Middenin houdt Vrouwe Prudentia in de linkerhand een spiegel vast, dat symbool staat voor zelfkennis.
De zeef op haar hoofd moet haar helpen een onderscheid te maken tussen goed en slecht, waarheid en leugen.

Hoewel de verwantschap met Bosch tegen het einde van de jaren 1550 steeds minder wordt, keert ze in 1562 nog één keer terug in een van Bruegels mooiste werken: De val der opstandige engelen. Dit meesterwerk geeft waarschijnlijk het sterkst zijn band met Bosch weer, zozeer dat het schilderij aanvankelijk zelfs wordt toegeschreven aan de meester van De tuin der lusten.

Vergeleken met andere voorstellingen van dit religieuze thema door zijn tijdgenoten, past Bruegels interpretatie van de Apocalyps in een oudere beeldtraditie. Toch bevat zijn schilderij ook details van wetenschappelijke curiosa uit zijn tijd.

NATUUR & FOLKLORE
HOOFDSTUK 3. Eeuwig terugkerende seizoenen

In De strijd tussen Carnaval en Vasten schildert Bruegel een serie komediestukjes die afzonderlijk geapprecieerd kunnen worden maar die samen ook een coherent geheel vormen. Bruegel zet hier een meesterlijke compositie neer.

Hij geeft in dit werk alle feesten van de middeleeuwse liturgische kalender weer in de periode tussen Kerstmis en Pasen. Driekoningen, Valentijnsdag, Carnavalsdinsdag en palmzondag zijn enkele taferelen die door de schilder worden gebruikt als voorbeeld van de eeuwig herhaalde cyclus van de natuur.

In dezelfde tijd schildert Bruegel het beroemde Nederlandse Spreekwoorden. Dit werk, dat bewaard wordt in de Gemäldegalerie van Berlijn (en waarvan op grote schaal gravures gemaakt zullen worden) volgt hetzelfde principe van de opsomming.

Ook in werken als De val van Icarus of De volkstelling te Bethlehem zien we trouwens vaak, verstopt in een detail, een verwijzing naar een gezegde, een uitdrukking of een spreekwoord.

Met Winterlandschap met schaatsers en vogelknip, dat eveneens veel geliefde uitdrukkingen en spreekwoorden bevat en dat uit dezelfde periode dateert als de Jaargetijdenserie, is de reputatie van Bruegel bezegeld.

Ook in dit landschap staat de winter centraal, maar het werkelijke onderwerp moeten we toch elders zoeken. Net als in De Voorzichtigheid waarschuwt Bruegel de toeschouwer voor de gevaren van roekeloosheid. Naar het voorbeeld van de vogels die zich te dicht bij de val wagen en dit weldra met de dood zullen bekopen, zijn ook de schaatsers zich geen moment bewust van het gevaar dat het ijs het kan begeven.

Als we de uitdrukkingen op de gezichten en de bewegingen van de personages van dichtbij bekijken, valt het enorme grafische en analytische talent van Bruegel op.

In zijn folkloristische werken laat de schilder ons als het ware meegenieten van de festiviteiten, wat hij zelf ook deed. Zijn eerste biograaf, Karel van Mander, vertelt hoe hij zich samen met zijn vriend, de koopman Hans Franckert, bij feesten en bruiloften onder de genodigden mengde.

De aanbidding van de koningen in de sneeuw is een van de vele kopieën die Pieter Brueghel de Jonge van het werk van zijn vader heeft gemaakt. Deze kopie dateert van 1567 en wordt bewaard in het Museum Oskar Reinhart in Winterthur.

De compositie toont een aantal dagelijkse scènes op een winterdag, terwijl het religieuze tafereel een kleine rol toebedeeld krijgt in de linkerbenedenhoek van het schilderij.

RELIGIEUZE VOORSTELLINGEN
HOOFDSTUK 4. Actualisering en een zeer persoonlijke interpretatie

Bruegel heeft ook heel wat Bijbelse taferelen geschilderd die, in tegenstelling tot het vorige voorbeeld, niet altijd naar de achtergrond worden verschoven. Neem bijvoorbeeld De aanbidding der wijzen, een werk op doek dat niet gedateerd is, maar dat volgens sommige auteurs uit zijn jeugd stamt.

De aanbidding der wijzen is een thema dat de Vlaamse kunstenaars uit de 15e en 16e eeuw gewoonlijk op een klassieke manier benaderen. Voor dit schilderij volgt Bruegel een traditionelere iconografie dan voor zijn Aanbidding van de koningen in de sneeuw, wat hij pas aan het eind van zijn carrière schilderde.

De volkstelling te Bethlehem uit 1566 stelt eveneens een Bijbels tafereel voor, maar hier actualiseert de schilder het tafereel door het in een Brabants dorp te situeren.

Het is niet de enige keer dat Bruegel in één compositie meerdere taferelen samenbrengt.
In tegenstelling tot schilderijen als De Nederlandse spreekwoorden of De strijd tussen Carnaval en Vasten, vinden de verschillende gebeurtenissen op een realistische manier plaats, alsof de schilder een stukje uit het leven van een dorp op de vooravond van Kerstmis heeft weergegeven.

Van 1566-1567 dateert tevens De kindermoord te Bethlehem, waarvan de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België twee kopieën hebben, beide gemaakt door Pieter Brueghel de Jonge.

Het idee en het ontwerp zijn dezelfde als in De aanbidding van de koningen in de sneeuw of De volkstelling te Bethlehem: Bijbelse taferelen te midden van een Brabants landschap en boordevol scènes uit het dagelijks leven.

CONCLUSIE
De thema's van de schilder bevinden zich op het snijvlak tussen meerdere picturale invloeden en volgen geen chronologische ontwikkeling. Integendeel, de landschapstraditie, de erfenis van Bosch en de genretaferelen zijn allemaal onderwerpen die gelijktijdig voorkomen in zijn werk. De korte carrière van Bruegel lijkt voortdurend te schommelen tussen panoramatische beelden en een gedetailleerde uitwerking van het karakter van zijn tijdgenoten, tussen een denkbeeldige wereld en de dagelijkse werkelijkheid, tussen een tijd die stil is blijven staan en een resoluut toekomstgerichte blik.
Credits: verhaal

COÖRDINATIE
Jennifer Beauloye

REDACTIE
Véronique Vandamme & Jennifer Beauloye

WETENSCHAPPELIJK TOEZICHT
Joost Vander Auwera

BRONNEN
-Manfred Sellink, Bruegel : L'oeuvre complet, Peintures, dessins, gravures, Gand, Ludion, 2007.
-Philippe Roberts-Jones et Françoise Roberts-Jones-Popelier, Pierre Bruegel l'Ancien, Paris, Flammarion, 1997.

MET DANK AAN
Véronique Bücken, Joost Vander Auwera, Laurent Germeau, Pauline Vyncke, Lies van de Cappelle, Karine Lasaracina, Isabelle Vanhoonacker‎, Gladys Vercammen-Grandjean, Marianne Knop‎.

COPYRIGHTS
© Royal Museums of Fine Arts of Belgium, Brussels
© Royal Museums of Fine Arts of Belgium, Brussels / photo : J. Geleyns / Ro scan
© KBR, Bruxelles
© Staatliche Museen zu Berlin

Credits: alle media
Het uitgelichte verhaal kan in sommige gevallen zijn gemaakt door een onafhankelijke derde partij en kan afwijken van de standpunten van de hieronder vermelde instituten die de content hebben geleverd.
Vertalen met Google
Homepage
Verkennen
Dichtbij
Profiel