INLEIDING

De natuur neemt in het werk van Pieter Bruegel de Oude een bijzondere plaats in.
De schilder probeert van elk seizoen de allerkleinste details weer te geven, alsof hij wil illustreren hoe de tijd voorbijgaat.

De winter komt zo vaak voor in Bruegels composities dat de meester ook wel de vader wordt genoemd van een schildertraditie die een eeuw later erg populair zou worden in de Lage Landen: de winterlandschappen.

CENTRALE PLAATS VAN DE WINTER IN DE JAARGETIJDENCYCLUS
HOOFDSTUK 1. Metafoor van de tijd die voorbijgaat

In 1565 begint Bruegel voor de Antwerpse koopman en verzamelaar Nicolas Jongelinck aan een magistrale Cyclus van de jaargetijden.
Van deze serie zijn vijf werken bewaard gebleven: Donkere dagen, De terugkeer van de kudde en Jagers in de sneeuw (alle drie in het Kunsthistorisches Museum in Wenen), De korenoogst (in het Metropolitan Museum of Art in New York) en De hooioogst (Nostitz-collectie).

Wat de toeschouwer opvalt is de zelden vertoonde aandacht voor een niet-geïdealiseerde natuur, zonder verwijzing naar een religieuze of andere iconografie.
Deze serie, die een metafoor is van de tijd die voorbijgaat, markeert een keerpunt in de geschiedenis van de westerse kunst.

Net als de Cyclus van de jaargetijden schilderde Bruegel zijn Winterlandschap met schaatsers en vogelknip in 1565.

Deze ietwat kleinere compositie, die te bewonderen is in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, is een echt meesterwerk in de geschiedenis van het Vlaamse landschap.

Myriam Dom, gids van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, vertelt ons over de plaats die de winter in het oeuvre van Pieter Bruegel inneemt.

In die tijd (tussen 1562 en 1566) worden de Nederlanden getroffen door een aantal buitengewoon barre en strenge winters die een diepe indruk maken, ook op kunstenaars als Pieter Bruegel de Oude.

De meeste van zijn sneeuwlandschappen zijn dan ook geschilderd rond 1565, onder meer deze Aanbidding der koningen in de sneeuw, waarop Bruegel zelfs neerdwarrelende sneeuwvlokken heeft geschilderd.

Dankzij zijn grote technische virtuositeit slaagt de Vlaamse meester er in zijn Winterlandschap in alle subtiele kenmerken en nuances van een sneeuwlandschap weer te geven...

het bevroren water, ideaal voor ijspret...

maar ook de prachtige winterlucht.

Het meest kenmerkend voor de originaliteit van de meester zijn de harmonieuze kleuren. Door gebruik te maken van gele tinten slaagt Bruegel er perfect in de gouden gloed van het koude winterlicht weer te geven.

Door de vele witnuances uit Bruegels palet is dit bijna een monochroom werk te noemen.

Philippe Roberts-Jones, voormalig hoofdconservator van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, zag in het schilderij zelfs een voortijdig impressionistisch werk.

‘Bruegel levert het bewijs van zijn vernieuwende geest in een geheel nieuwe stijl : het begrip van de wereld door middel van datgene wat deze wereld juist zichtbaar maakt, het licht. Zo zijn de eerste genen ontstaan van wat later het impressionisme zou worden genoemd.’

De bewonderaars van Bruegel beseften dat het een prachtwerk was, en de kunstmarkt ook, want er werden talrijke kopieën van gemaakt. Van deze kopieën bestaan er vandaag nog maar liefst 140. Het is dan ook het populairste werk van Bruegel de Oude!

Veel van die kopieën zijn van de hand van Pieter Brueghel de Jonge, die er zich op toelegde de meest succesvolle werken van zijn vader uiterst nauwkeurig na te schilderen. Alleen hij zou al een vijftigtal kopieën hebben gemaakt.

Maar Winterlandschap met schaatsers en vogelknip is niet het enige sneeuwlandschap van zijn vader dat Pieter Brueghel de Jonge heeft gekopieerd.
Een ander door hem gekopieerd winterlandschap in de collectie van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België is Kindermoord te Bethlehem.

Het oorspronkelijke schilderij, dat eveneens uit 1565 dateert is Bruegels eigentijdse visie van een Bijbels verhaal: de opdracht van koning Herodes om alle jongetjes van twee jaar en jonger in en om Bethlehem te doden, uit angst voor de komst van een nieuwe Joodse koning: Jezus.

Dit feit wordt door Bruegel afgebeeld in een 16e-eeuws winterlandschap. Mogelijk heeft hij er ook enkele verwijzingen in verwerkt naar het onrustige politieke en godsdienstige klimaat in de Zuidelijke Nederlanden: in die tijd leidden de godsdiensttwisten tussen katholieken en protesten tot de Beeldenstorm.

Een ander voorbeeld van een winterlandschap dat door Pieter Brueghel de Jonge is gekopieerd, is deze versie van de Aanbidding der koningen in de sneeuw, nu zonder sneeuwvlokken.

LEVENDIGE, PITTORESKE FRESCO’S
HOOFDSTUK 2. Ontelbare anekdotische details

Deze wintertaferelen gaan dikwijls gepaard met een massa pittoreske en anekdotische details die door Bruegel met veel tederheid en humor worden geschilderd.
In plaats van binnen te blijven en zich te vervelen, trotseren de 16e-eeuwse inwoners van de Zuidelijke Nederlanden de kou en gaan massaal naar buiten om van de winterpret te genieten.
In dit Winterlandschap dat schuilgaat onder de sneeuw, schaatsen de dorpelingen er vrolijk op los.

Myriam Dom, gids van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, vertelt ons over het spel van de contrasten in Winterlandschap:

Door het barre weer vriezen de boten vast in het ijs maar wordt het schaatsen de lievelingssport van de Brabanders.

In dit Winterlandschap zien we schaatsers twee aan twee over het ijs schuiven.

Anderen zijn aan het ijskolven met stokken en een schijf, een sport die veel weg heeft van ons hedendaagse ijshockey.

Vlakbij spelen kinderen op het ijs met een tol.

De daken van de huizen rond de ijsvlakte gaan schuil onder een dik pak sneeuw.

Middenin het dorp kijkt de kerktoren uit over het tafereel. Volgens sommigen is dit het kerkje van Sint-Anna-Pede in het Pajottenland, ten zuidoosten van Brussel. Op dat moment woont Bruegel net twee jaar in Brussel. Hij verkent de heuvelachtige omstreken en vindt het heerlijk om deel te nemen aan dorpsfeesten die hij in menig schilderij afbeeldt.

ACHTER EEN OGENSCHIJNLIJKE RUST...
HOOFDSTUK 3. De verborgen betekenissen van Bruegels Winterlandschap

Op de voorgrond kijken twee zwarte kraaien, die net zo groot zijn als de dorpelingen op het ijs, vanaf de takken neer op het schouwspel beneden.

Zij vormen de overgang tussen de schaatsers en het tafereel dat de rechterkant van het schilderij in beslag neemt.

Hier zien we vogels graankorrels oppikken, zonder zich iets aan te trekken van de houten val die boven hun kop hangt.

In de strenge Brabantse winter zijn zelfs de kleinste vogelsoorten een aantrekkelijke prooi.

De houten plank steunt op een tak waaraan een touw is vastgemaakt dat tot het venster van een naastgelegen huis reikt. Zodra iemand vanuit het huis aan dit touw trekt, valt de plank neer op de nietsvermoedende vogels die zo in de val komen te zitten.

Myriam Dom, gids van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, zet de symboliek achter Winterlandschap uiteen:

Op deze manier geeft Bruegel een verborgen betekenis aan zijn werk, een soort waarschuwing voor de gevaren van zorgeloosheid en menselijke verleidingen.

De metafoor ‘hoogmoed komt voor de val’ wordt aan de onderrand van het schilderij nog eens herhaald. De al even zorgeloze dorpelingen schaatsen namelijk gevaarlijk dicht in de buurt van het gat in het ijs zonder zich bewust te zijn van het gevaar dat op de loer ligt.

Het ijs zelf, waarin de lucht in een okergele gloed wordt weerkaatst, staat symbool voor de riskante onzekerheid van ons bestaan.

Ondanks de wintervreugde verbergt Bruegel hier dus een moraliserende boodschap: net als het ijs is ook ons leven gevaarlijk en onzeker. Het risico om te vallen, blessures op te lopen of nog erger, is nooit ver weg.

CONCLUSIE
Zoals zoveel wintertaferelen van Bruegel is ook dit Winterlandschap met schaatsers en vogelknip bijzonder vernieuwend. In de decennia daarna zullen deze besneeuwde taferelen tot een ware schildertraditie leiden, waarvan Hendrick Avercamp (geboren te Amsterdam in 1585) een van de grootste vertegenwoordigers wordt. De winterlandschappen van Bruegel de Oude zijn dus lang geen zuiver beschrijvende werken: zij verbergen dikwijls een verborgen betekenis. Naast het feit dat ze meerdere interpretatiemogelijkheden bieden, zijn het in de eerste plaats ongelooflijk levendige schilderijen die de zeden en gewoonten van het 16e-eeuwse Brabant illustreren.
Royal Museums of Fine Arts of Belgium
Credits: verhaal

COÖRDINATIE & REDACTIE
Jennifer Beauloye

WETENSCHAPPELIJK TOEZICHT
Joost Vander Auwera

BRONNEN
-Christina Currie & Dominique Allart, The Brueg(H)el Phenomenon, Brussels, Royal Institute for Cultural Heritage, 2012.
-Manfred Sellink, Bruegel : L'oeuvre complet, Peintures, dessins, gravures, Gand, Ludion, 2007.
-Peter van den Brink (dir.), L'entreprise Brueghel, Gand Ludion, 2001.

MET DANK AAN
Véronique Bücken, Joost Vander Auwera, Myriam Dom, Laurent Germeau, Pauline Vyncke, Lies van de Cappelle, Karine Lasaracina, Isabelle Vanhoonacker‎, Gladys Vercammen-Grandjean, Marianne Knop‎.

COPYRIGHTS
© Royal Museums of Fine Arts of Belgium, Brussels
© D-Sidegroup
© KHM-Museumsverband, Wien
© Collection Oskar Reinhart « Am Römerholz », Winterthour
© Royal Museums of Fine Arts of Belgium, Brussels / photo : J. Geleyns / Ro scan

Credits: alle media
Het uitgelichte verhaal kan in sommige gevallen zijn gemaakt door een onafhankelijke derde partij en kan afwijken van de standpunten van de hieronder vermelde instituten die de content hebben geleverd.
Vertalen met Google
Homepage
Verkennen
Dichtbij
Profiel