WETENSCHAPPELIJKE CONTROVERSE

SMK - Statens Museum for Kunst

Onderzoek rond Christus verjaagt de geldwisselaars uit de tempel, collectie van het Statens Museum for Kunst, Kopenhagen

Een transversaal onderzoek
In 2012 vond een internationaal en interdisciplinair onderzoek plaats om op transversale wijze vier schilderijen te bestuderen die hetzelfde thema hebben, nl. Christus verjaagt de geldwisselaars uit de tempel, maar die uit vier verschillende collecties komen. Een van de schilderijen is afkomstig uit de Glasgow Museums, een ander uit het Kadriorg Art Museum in Tallinn, een derde komt uit een privécollectie en het laatste uit het Statens Museum for Kunst van Kopenhagen. Elk van deze schilderijen doet heel erg denken aan de kunst van Jheronimus Bosch en Pieter Bruegel de Oude. Het onderzoeksproject boog zich over het minder bestudeerde deel van de kunstproductie in de Nederlanden van de 16e en 17e eeuw dat teruggrijpt op de populaire beeldvorming uit de tijd van Jheronimus Bosch. Het doel van het onderzoek was te kijken hoe de vier versies tot stand waren gekomen, waarom ze zijn gemaakt, welke methoden er zijn gebruikt en ook wat ze betekenen. Wij zoomen hier in op het schilderij uit Kopenhagen, dat lange tijd was toegeschreven aan Bruegel maar waarvan nu wordt gedacht dat het een variatie is op een verloren gegaan schilderij van Bosch. In onze tentoonstelling zullen ook de andere versies van het motief uit Tallinn, Glasgow en de privécollectie te zien zijn.

Christus verjaagt de geldwisselaars uit de tempel
Anoniem (navolger van Bosch), rond 1569
Olie op hout, 102 x 155,5 cm
Statens Museum for Kunst, Kopenhagen

De tempel en zijn gewelf doen denken aan een lugubere grot middenin de stad. De grot verwijst naar de aarde en de natuur, naar seksualiteit en naar het primitieve.

De op een grot lijkende tempel is donker en weinig uitnodigend en demoniseert het eeuwig vrouwelijke element. Al sinds de prehistorie worden grotten, holtes, bogen en gesloten ruimten gezien als symbolen van de mysterieuze vrouwelijkheid.

Twee in gouden gewaden geklede personages uit het Oude Testament, mogelijk Mozes en Aaron. De een houdt de Tien Geboden vast. De voorstelling is zuiver verzonnen, want de joodse godsdienst verbiedt de voorstelling van iconen.

De halve maan is een verwijzing naar heidendom, kwaadaardigheid en zondigheid. Dit symbool werd geassocieerd met het jodendom en de islam en was daarnaast ook het embleem van de dwazen, zotten, armoezaaiers en nietsnutten.

De maan beheerst deze onzekere en veranderlijke mensenmenigte die ten prooi is aan de aardse liefde. Het feit dat hij ook op de tempel wordt afgebeeld betekent dat deze instelling verre van heilig is.

Het afgodsbeeld op de zuil troont bovenop personages die hun blote achterwerk laten zien. Dat gebaar was een komisch leidmotief in de carnavalsfeesten aan het einde van de Middeleeuwen, vooral tijdens de laatste dagen voor het carnaval en het zottenfeest.

Sommige middeleeuwse steden plaatsten figuren met blote achterwerken op hun muren om het kwaad te verjagen. De zuil zou dan ook een onheil bezwerende voorstelling kunnen zijn die de tempel moet beschermen.

Naast de kooplui staan ook tal van bedelaars voor de tempel die aalmoezen vragen.

De oude vrouw met het verband om de arm is vrij elegant gekleed. Ze bedelt dan ook niet omdat ze behoeftig is, maar omdat ze te lui is om te werken.

Het kind dat ze heeft meegenomen zou medelijden op moeten wekken, en zij hoopt daarvan te profiteren.

Varkens worden in de joodse cultuur als onrein beschouwd, en dat wordt in antisemitische propaganda nogal eens op cynische wijze geëxploiteerd. In het middeleeuwse Duitsland was de Judensau (jodenzeug) bijvoorbeeld een populair thema.

Een man loopt met een huid over een stok in de richting van de tempel, waarschijnlijk om die huid te verkopen. Hij maakt deel uit van de groep kooplui die hun koopwaren in en rond de tempel aanbieden.

Een half ontbloot kind volgt de man, zich vastklampend aan de huid. Het kind lijkt aan zijn lot overgelaten te zijn, alsof het wordt meegesleurd in een wirwar van volwassen impulsen, terwijl het de huid wanhopig vasthoudt.

Een volksvrouw heeft haar kind over de knie gelegd. Ze heeft zijn billen ontbloot en richt de linkerhand op. Op het eerste gezicht zou je denken dat ze de billen van haar kind wil drogen bij het vuur.

Kijk naar het ei op de grond. Krijgt het kind misschien een pak slaag omdat het dit ei heeft laten vallen? Als dat het geval is, verwijst de scène naar het belang dat aan materiële zaken wordt gehecht, zelfs aan zoiets simpels als een ei.

Een veroordeelde hangt in een mand boven het water. Om zich te bevrijden moet hij het touw dat de mand vasthoudt doorsnijden, maar dan zou hij in het water vallen.

Lijfstraffen waren een vorm van openbare vernedering. De opvatting van de orde die hier wordt uitgedrukt is duidelijk: boeven ontlopen hun aardse straf niet.

Een charlatan, een arts zonder enige medische opleiding, voert in het openbaar een operatie uit. Hij heeft een patiënte van haar pijn ‘verlost’ door de pijnlijke tand uit te trekken, maar ze bloedt nog.

Een bord met valse diploma's en een personage dat zich zit te ontlasten, toont de ware bedoelingen van de charlatan. Het betreft hier een woordspeling: in het Nederlands van de 16e eeuw had ‘beschijten’ namelijk twee betekenissen: in de maling nemen en zich ontlasten.

De menigte bestaat uit mensen die de verschillende lagen uit de samenleving vertegenwoordigen: van boeren tot edellieden, maar ook een zigeunerin en een rondtrekkende koopman.

Een man probeert de beurs te stelen van een voorbijganger, een boer met een platte hoed op die een gans in een zak vervoert. De diefstal wordt echter opgemerkt en de boosdoener wordt gepakt.

Bij een eerste blik op de vier schilderijen van Christus in de tempel zou men de achtergrond kunnen verwaarlozen: de in het klein afgebeelde lijdensweg van Christus is niet goed zichtbaar.

In het midden van het schilderij zien we het hoofdthema: de kastijding van al diegenen die de tempel hebben ontheiligd. Maar zoals Christus in de Bijbel zegt: ‘De ijver voor Uw huis heeft mij verslonden’.

Zoals we rechtsboven in de afbeelding van de Kruisweg kunnen zien, wordt de heilige ijver van Jezus uiteindelijk bestraft. Het schilderij suggereert dat de samenleving zich onvermijdelijk wreekt op iedereen die naar perfectie streeft.

Iconografie
De iconografie van het schilderij is representatief voor de overheersende mentaliteit in het Antwerpen van de 16e eeuw. Ze illustreert de morele filosofie van de renaissancistische humanist Erasmus (1466-1536), die ook vaak satires gebruikte om de christelijke moraal te verdedigen. De humanistische beweging had veel belangstelling voor de regionale folklore: spreekwoorden, gezegden en woordspelingen werden dikwijls in de kunst weergegeven. De belangrijkste iconografie van het schilderij komt uit het Nieuwe Testament. Er wordt immers rechtstreeks verwezen naar een passage uit de Heilige Schrift: "maak niet het huis van Mijn Vader tot een huis van koophandel" (Johannes 2:16). Deze wijze woorden kunnen op twee manieren geïnterpreteerd worden: als een oproep tot zuinigheid of, vanuit de historische context van Bruegels tijd beschouwd, als een kritiek op de handel in aflaten.
Een thema uit het Evangelie
Na het verhaal van de triomfantelijke intrede van Jezus in Jeruzalem gaat het Nieuwe Testament verder met de episode in de tempel. Het Evangelie volgens Mattheüs zegt: ‘En Jezus ging de tempel van God binnen en dreef allen die in de tempel verkochten en kochten naar buiten, en keerde de tafels van de wisselaars om en de stoelen van hen die de duiven verkochten. En Hij zei tegen hen: Er is geschreven: Mijn huis zal een huis van gebed genoemd worden; maar u hebt er een rovershol van gemaakt.…’. (Mattheüs 21:12-13) De synoptische Evangelies gebruiken min of meer dezelfde woorden (Markus 11:15-17 en Lukas 19:45-46), maar in het Evangelie volgens Johannes wordt het verhaal iets gedetailleerder beschreven: ‘En het Pascha van de Joden was nabij en Jezus ging naar Jeruzalem. En Hij trof in de tempel mensen aan die runderen, schapen en duiven verkochten, en de geldwisselaars die daar zaten. En nadat Hij een gesel van touwen gemaakt had, dreef Hij ze allen de tempel uit, ook de schapen en de runderen. En het geld van de wisselaars wierp Hij op de grond en de tafels keerde Hij om; En Hij zei tegen hen die de duiven verkochten: Neem deze dingen vanhier weg, maak niet het huis van Mijn Vader tot een huis van koophandel. En Zijn discipelen herinnerden zich dat er geschreven is: De ijver voor Uw huis heeft mij verslonden.’ (Johannes 2: 13-17)
De bedelaars
Bedelaars zijn alom aanwezig in de kunst van Bosch en zijn navolgers, en altijd op een pejoratieve manier. De halve maan bovenop de tempel was hun embleem. Zij droegen het op hun kleding in de vorm van een kleine amulet. Maar bedelaars waren niet de enigen die geminacht werden. Tal van andere marginale groepen of groepen die onderaan de sociale ladder stonden werden verantwoordelijk gehouden voor het soort gedrag dat de pijlers van de maatschappij (de middenklassen) zou kunnen ontwrichten: luiheid, het voor je bestaan afhankelijk zijn van anderen en de verspilling van bezittingen waren stuk voor stuk houdingen die de sociale orde bedreigden. Die mensen werden vaak voorgesteld als behoeftig door hun eigen schuld, obsceen, achterlijk, idioot en asociaal.
Gierigheid heeft vrij spel
Gierigheid wordt hier niet alleen geassocieerd met geldwisselaars en kooplui, maar ook met gewone mensen, ambachtslieden, boeren, herders en bedelaars. De meesten van hen proberen immers winst te maken uit de verkoop van hun koopwaren of diensten in de tempel, terwijl anderen vragen om een aalmoes. De mens in het algemeen en de laagste sociale klassen in het bijzonder worden voorgesteld als voorstanders van onzuiverheid, wat tot uitdrukking komt in hun behoefte materiële goederen te verwerven via handel, geldwisseling, woekerrente, diefstal, bedriegerij en bedelarij. Die behoefte is zo imperieus dat ze zelfs de heilige plaatsen in hun eigen maatschappij bezoedelen. De boodschap van het schilderij zou als volgt kunnen worden samengevat: in een wereld waar louter materiële waarden en geneugten overheersen, leeft de mens te midden van misleiding en is hij veroordeeld; in die context blijft het heil van het geloof in de verlossende dood van Christus buiten bereik.
Vier variaties op hetzelfde thema
Gierigheid en hebzucht zijn de centrale thema's van Christus verjaagt de geldwisselaars uit de tempel: het Bijbelfragment verhaalt immers dat Jezus de kooplui en geldwisselaars uit het godshuis verjaagt omdat hun zucht naar geld de plek in een handelsplaats had veranderd. De compositie waarop de vier versies van Christus in de tempel berusten lijkt erg op de stijl van Bosch, zozeer dat ze wel kort na zijn dood in het atelier van Bosch zouden kunnen zijn gemaakt. Op de volgende panelen kunt u de overige drie versies uit Tallinn, Glasgow en een privécollectie bekijken.

De versie die het meest op de Kopenhaagse versie lijkt:
Christus verjaagt de geldwisselaars uit de tempel
Anoniem (navolger van Bosch), jaren 1560
Olieverf op hout, 91 x 150 cm
Art Museum of Estonia – Kadriorg Art Museum, Tallinn.

De versie die als de oudste van de vier wordt beschouwd:
Christus verjaagt de geldwisselaars uit de tempel
Toegeschreven aan Jan Mandijn (rond 1500-1560)
Olieverf op hout, 115,7 x 173,1 cm
Privécollectie

De meest recente van de vier versies:
Christus verjaagt de geldwisselaars uit de tempel
Anoniem (navolger van Bosch), tegen 1600
Olieverf op hout, 77 x 60 cm
Glasgow City Council - Glasgow Museums

Op zoek naar de herkomst en het motief
Er is een grootschalig wetenschappelijk onderzoeksproject uitgevoerd om de oorsprong van het motief op de vier schilderijen te bepalen. Dankzij een dendrochronologisch onderzoek en de toepassing van een infrarode techniek om de voorbereidende schetsen van de vier versies aan het licht te brengen, is aangetoond dat de versie in de privécollectie de oudste is. De onderzoekers stelden voor dit werk toe te schrijven aan de navolger van Bosch Jan Mandijn (rond 1500-1560). De Bruegeliaanse versies van Tallin en Kopenhagen dateren van later, uit de jaren 1560, maar zijn afkomstig van een andere, parallelle bron. En ten slotte was er nog de gewijzigde en ‘ondertekende’ versie van Glasgow, die waarschijnlijk gemaakt was om aan de grote vraag naar ‘schilderijen van Oude Meesters’ op de kunstmarkt van de jaren 1600 te voldoen.
Wat maakt de Kopenhaagse versie zo speciaal?
Van de vier schilderijen kunnen alleen de versies van Tallinn en Kopenhagen ons vertellen hoe de oorspronkelijke compositie eruit moet hebben gezien. De versie uit Kopenhagen lijkt qua algemene aanblik en verdeling van de personages in het decor trouwer te zijn aan het origineel. Christus en de kooplui zijn er wat kleiner voorgesteld, waardoor ze beter in de tempel passen. De tempel zelf vertoont variaties in de positionering van de verschillende partijen.
Meer details in de versie uit Tallinn
De versie uit Tallinn is veel getrouwer dan de Kopenhaagse als het om de weergave van details gaat. In het schilderij uit Kopenhagen zijn nog verscheidene zones onafgemaakt, bijvoorbeeld de kruisweg, de voorwerpen op de tafel van de charlatan of de tekens op de klok. Het tafereel van de Kruisweg is trouwens erg moeilijk te herkennen, en de intrede van Christus in de stad wordt helemaal niet voorgesteld. Toch horen beide scènes als opening en afsluiting van de Goede Week thuis in de compositie. Bovendien zijn diverse details die in de versies uit Tallinn en Londen ontbreken, wel aanwezig in de voorbereidende schetsen van de versie van Kopenhagen, althans gedeeltelijk. Het is mogelijk dat de kunstenaar(s) van wie de atelierversie uit Kopenhagen afkomstig is, nalatig is (zijn) geweest en niet de moeite heeft (hebben) genomen om alle details te tekenen, laat staan om ze vervolgens te schilderen. Een andere mogelijkheid is dat de achtergrond en delen van gebouwen om onbekende redenen niet zijn voltooid.
Toeschrijving aan Bruegel en aan Bosch
Het schilderij van Kopenhagen werd vroeger toegeschreven aan Pieter Bruegel de Oude. In 1932 verklaart Max Friedländer dat het om een oorspronkelijk schilderij van Pieter Bruegel zou kunnen gaan, daterend van rond 1556: "De algemene sfeer is donker en zwaar, en levert geen onomstotelijk bewijs dat het werk van de grote meester is. Maar de individuele personages die uit de bruine nevel voortkomen zijn op een scherpe en expressieve manier weergegeven, met stoutmoedige, gevarieerde gebaren, en hierin verraden zij de ‘Gestaltungsart’ van Bruegel. Daarom is er geen twijfel over de originaliteit of datering." Hij onderstreept verder dat de klok en de wijzers, ‘in de geest van Bosch’, ook te zien zijn op Bruegels ets Desidia (‘Luiheid’) uit 1557. Een soortgelijke klok, versierd met een heel skelet aan de wijzer, is bovendien heel duidelijk aanwezig op een ander schilderij van Bruegel, De Triomf van de Dood, dat te bewonderen is in het Prado Museum. Friedländer was van mening dat de versie van Christus in de tempel die momenteel deel uitmaakt van een privécollectie in Londen een kopie is. Drie jaar later verandert hij van mening en schrijft hij dat het schilderij een belangrijke, rijke compositie van Bosch is, ‘van latere datum’. Sindsdien zijn er nog maar weinig aanhangers van de theorie dat het werk van Bruegel zou zijn, maar het idee dat het representatief is voor de invloed van Bruegel blijft erg sterk.
De herkomst
Er is relatief weinig bekend over de herkomst van het schilderij uit Kopenhagen. De New Carlsberg Foundation for Statens Museum for Kunst heeft het in 1931 aangekocht. Volgens de informatie over de herkomst van de werken in de databank van het museum werd het van de Galerie Matthiesen in Berlijn gekocht voor een bedrag van 54 000 Deense kronen. Vóór de verkoop was het doek in 1930 tentoongesteld in Antwerpen, België. Een etiket aan de achterkant van het werk, met informatie van de Galerie Matthiesen, vermeldt dat het op het moment van de verkoop, in 1931, toegeschreven werd aan Jheronimus Bosch. Toch schreef Max Friedländer het nieuw aangekochte werk in de jaarlijkse publicatie van het Statens Museum for Kunst, Kunstmuseets Aarsskrift, in 1932 opnieuw toe aan Pieter Bruegel de Oude. Andere academici, zoals Glück en Van Puyvelde, bevestigden dat het schilderij van Bruegel was, maar Charles Tornay verwierp deze theorie. Later zouden Genaille, Denis en alle andere specialisten volgen.

De geschiedenis van de kunsttechniek: wat is dat? Hoe hebben de conservatoren onderzoek gedaan rond de vier versies van Christus in de tempel?
Luister naar Jørgen Wadum, Directeur van het CATS (Centre for Art Technological

Zie hoe de Kopenhaagse versie van Christus verjaagt de geldwisselaars uit de tempel tot leven komt!
Animatie: Andrey Zakirzyanov
Muziek: Metallica


Credits: verhaal

Fotoverantwoording

Jørgen Wadum, Directeur du CATS (Centre for Art Technological Studies and Conservation), Statens Museum for Kunst, Kopenhagen (introductie)

Bernard Vermet, associé, Foundation for Cultural Inventory, Amsterdam (herkomst)

Paul Vandenbroeck, onderzoeksconservator, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten, Antwerpen (iconografie)

Nalezer

Merete Sanderhoff, Curator of Digital Museum Practice, Statens Museum for Kunst, Kopenhagen

© 2012/2016 Statens Museum for Kunst - National Gallery of Denmark and CATS, Kopenhagen

Verdere informatie

Verdere informatie over het onderzoeksproject en de resultaten ervan vindt u in de publicaties On the trail of Bosch and Bruegel. Four Paintings United under Cross Examination, of rechtstreeks op het online leessysteem van de publicatie.
Verdere bronnen op de website van het project Bosch-Bruegel en de website van CATS.

Credits: alle media
Het uitgelichte verhaal kan in sommige gevallen zijn gemaakt door een onafhankelijke derde partij en kan afwijken van de standpunten van de hieronder vermelde instituten die de content hebben geleverd.
Vertalen met Google
Homepage
Verkennen
Dichtbij
Profiel