'LANDSCHAP MET DE VAL VAN ICARUS'

Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België

... en de controverse die het schilderij omringt

INLEIDING

Landschap met de val van Icarus is een meesterwerk, maar wel een dat gehuld is in mysterie, want tot op de dag van vandaag zijn talloze vragen nog steeds onbeantwoord, en met name de vraag aan wie we het doek nu eigenlijk moeten toeschrijven. En dit maakt de fascinatie voor het schilderij natuurlijk alleen maar groter. De compositie is echter zo schitterend dat verscheidene conservatoren het toch identificeren als zijnde van de vermaarde schilder.

Dit doek, dat een onderwerp uit de Griekse mythologie voorstelt, toont de held die door Ovidius in zijn Metamorfosen wordt beschreven.
In de compositie is de aanwezigheid van de mythische held echter slechts een detail. We zien van Icarus immers niet veel meer dan zijn wanhopig spartelende benen. Rechtsonder op het schilderij is Icarus zojuist in het water gevallen te midden van een fijne verenregen. Om hem heen gaat het leven onverstoorbaar verder, alsof zijn lot niemand iets kan schelen.

Het schilderij is niet gesigneerd of gedateerd. Het duikt in 1912 op de kunstmarkt op en nog hetzelfde jaar komt het in de collectie van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België.

Christine Ayoub, gids van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, leest ons een fragment voor uit de Metamorfosen van Ovidius, waaruit de episode van de val van Icarus komt.

Christine Ayoub, gids van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, leest ons een fragment voor uit de Metamorfosen van Ovidius, waaruit de episode van de val van Icarus komt.

Christine Ayoub, gids van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, leest ons een fragment voor uit de Metamorfosen van Ovidius, waaruit de episode van de val van Icarus komt.

"ICARUS, WAAR BEN JE? IN WELKE STREEK MOET IK JOU ZOEKEN, ICARUS?"
HOOFDSTUK 1. Iconografie en compositie

Het panoramische, diagonale uitzicht dat de compositie biedt trekt de toeschouwer onmiddellijk aan. Het is de opeenvolging van vlakken die voor een scherp en diep beeld van dit mediterrane landschap zorgt.

Het vogelperspectief wordt door Bruegel neergezet met een beheersing die kenmerkend is voor zijn kunst, en waarvan Jagers in de sneeuw het bekendste voorbeeld is.

Het schilderij verenigt uiteenlopende taferelen op harmonieuze wijze, via een subtiele verandering van sfeer en klimaat. Terwijl de toeschouwer op de voorgrond een ogenschijnlijk rustiek tafereel ziet, valt op de achtergrond een wonderbaarlijk landschap te bewonderen.

De kronkelende groeven op de voorgrond nodigen ons uit ons te verliezen in de asymmetrische opeenvolging van vlakken, en het schilderij langs allerlei omwegen te verkennen.

Christine Ayoub, gids van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, legt ons uit hoe onze blik door de compositie gevoerd wordt.

De veranderingen in het kleurenpalet dat Bruegel voor de verschillende delen van het schilderij gebruikt, versterkt die harmonieuze maar toch duidelijke afbakening. De opeenvolging van drie tinten (bruinachtig, groenachtig en blauwachtig) is een innoverende manier om diepte te suggereren.

1. VOORGROND. TASTBARE REALITEIT

Op de voorgrond van de compositie stuurt een boer met zijn ene hand een ploeg en met de andere hand houdt hij een zweep vast. Hij heeft totaal geen oog voor Icarus. Zijn gezicht is bijna niet te zien, en daarom valt de dieprode kleur van zijn hemd nog meer op. De ogenschijnlijke lompheid van deze krachtige, eenvoudig weergegeven man maakt hem des te expressiever.

Het paard heeft oogkleppen op en loopt dus onverstoorbaar door langs de lijnen van de voren die al in de grond zijn getrokken en die door de schaduw op de bodem dubbel lijken.

Verscheidene details in de linkeronderhoek zouden volgens bepaalde auteurs een verborgen betekenis hebben:

Tegen een rots ligt een zak die waarschijnlijk het zaaigoed bevat dat de boer na het ploegen wil zaaien. Sommigen lezen hierin een verwijzing naar het spreekwoord: “wat op rotsgrond wordt gezaaid, aardt niet”.

De aanwezigheid van een mes en een zwaard op dezelfde rots zou een verwijzing kunnen zijn naar de menselijke dwaasheid en naar een ander spreekwoord: “een beurs en een zwaard vergen een behoedzame hand”.

Ten slotte zou het hoofd van een man die in het struikgewas ligt kunnen wijzen op het spreekwoord: “er stopt geen ploeg omdat er een mens sterft”.

Christine Ayoub, gids van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, vertelt ons over de spreekwoorden in De Val van Icarus.

Op het middenplan zien we, tussen het struikgewas door, onder de schapen die aan de oever lopen te grazen ook een zwart schaap. De herder kijkt naar de lucht.

Deze figuur intrigeert de experts. Sommigen zien hierin een simpele dromerij of meditatie, anderen herkennen er de symboliek van de herder in, wat zijn centrale plaats in de compositie zou kunnen verklaren.

Als we de kronkelende voren volgen, komt onze blik uiteindelijk uit bij de visser. Hij gaat volledig op in zijn werk, en besteedt totaal geen aandacht aan Icarus die heftig ligt te spartelen in het water.

Via zijn vislijn nodigt deze figuur, die we van achteren zien, de kijker uit om het tweede deel van de compositie nader te bekijken.

De patrijs boven de visser is een verwijzing naar een eerdere episode in de Metamorfosen.
Daedalus was belast met de opvoeding van zijn neef maar kon het niet verkroppen dat zijn leerling een jonge genie was. Hij duwde hem van een heilige citadel af, maar Pallas, de godin van de intelligentie, kwam tussenbeide. Om de jongen te redden veranderde ze hem in een patrijs.
De aanwezigheid van een patrijs (een regelmatig terugkerend motief in schilderijen met als thema de val van Icarus) verenigt zo meerdere tijdselementen uit het verhaal van Ovidius.

2. ACHTERGROND. WONDERLIJK EN VREEMD PANORAMA

Mede dankzij het grote zeilschip op de achtergrond heeft het landschap een overwegend maritiem karakter. Het illustreert de belangstelling van Bruegel voor schepen en scheepsarchitectuur. Hij beheerst het onderwerp perfect en we vinden het dan ook regelmatig terug in andere werken (schilderijen én etsen) van de Vlaamse meester.
De nauwkeurig geschilderde Portugese viermaster vaart, de zeilen bol in de wind, in de richting van de haven. De blik van de toeschouwer volgt hem.

Tussen het schip en de haven heeft de kunstenaar een eiland geschilderd. Het feit dat het eruit ziet als een combinatie van een gevangenis en een burcht, doet denken dat het hier om het eiland Kreta gaat, waar Daedalus en Icarus door Minos waren opgesloten.

Naast het eiland geven enkele zeilschepen de compositie extra diepte.

Om de haven en de stad eromheen weer te geven gebruikt de schilder een bijna impressionistische stijl, met enkele subtiele roze en blauwe tinten die hun aanwezigheid eerder suggereren dan expliciet neerzetten.

De vorm van de haven, die alle schepen naar zich toe trekt, doet denken aan een ander schilderij van de Vlaamse Meester: Zeeslag in de Golf van Napels.

Achter de stad, half verborgen in de mist, tekent zich een bergrug af. Maar onze aandacht wordt vooral getrokken door een laatste katalysator, de zon.

Hij is al bijna verdwenen achter de horizon. Met een bijna cartografische techniek is deze lijn licht gekromd weergegeven, waardoor het gevoel van volume wordt versterkt.

Het feit dat de zon op het punt staat onder te gaan, accentueert nog de ambiguïteit en het mysterie dat dit werk omhult. Wordt Icarus immers niet geacht zijn vleugels te hebben gebrand omdat hij te dicht bij de zon kwam toen die op zijn hoogst stond?

Het lichtschijnsel in het centrum van de compositie zou trouwens op een tweede, verticale lichtbron kunnen wijzen. Deze verschillende lichtbronnen maken dat het schilderij bijna surrealistisch aandoet.

De soepele compositie van het doek nodigt ons uit om onze ogen in een aanhoudende meanderende beweging over het werk te laten gaan, zonder plotse onderbreking of begrenzing.

Door de diagonale lijnen in het schilderij vormt het gezicht van de herder het middelpunt van het werk. Het bevindt zich ter hoogte van het middenplan en vormt zo de link tussen vóór en achtergrond.

"ITER UTRUMQUE VOLA”
HOOFDSTUK 2. Interpretatie

In de Renaissance geniet het werk De Metamorfosen van Ovidius, waaruit de passage over de val van Icarus afkomstig is (boek VIII, v. 215-240), een hernieuwde belangstelling, getuige de vele heruitgaven die op de markt verschijnen.

Gedurende de hele 16de eeuw worden de illustraties waarvan deze edities bol staan regelmatig overgenomen en gekopieerd. Het feit dat ze in verschillende landstalen gepubliceerd worden, maakt ze tevens toegankelijk voor kunstenaars die geen Latijn lezen. Maar geen van deze interpretaties is te vergelijken met deze.

Hoewel de schilder zich baseert op het verhaal van Ovidius en alle elementen daaruit aanwezig zijn, is de compositie die hij ons voorschotelt toch vooral een heel persoonlijke visie. Het landschap staat bij hem centraal. Zijn Val van Icarus is bij lange na geen getrouwe illustratie van het Latijnse epos. Hier is het drama al achter de rug, en de ware actie schuilt in de dagelijkse bezigheden van de visser, de ploeger en de herder.

In comparison, Peter Paul Rubens's (1577-1640) spirited interpretation of the theme provides a marked contrast to that offered by the Baroque master. Rubens, who was very close to "Velvet" Jan Brueghel and knew and appreciated his father's work, advocates anatomical artistry.

Through very complex, even contorted poses, he accentuates the relationship between Icarus and his father. It is in this that Rubens's passionate piece contrasts with the more distanced approach taken by Bruegel.

Waarom zet de kunstenaar de scène zo neer?
Wat is de achterliggende betekenis van deze interpretatie van de val van Icarus?
Waarom stopt hij in het werk verwijzingen naar bekende spreekwoorden?
Is zijn benadering van de val moralistisch of humanistisch?
Heeft hij een optimistisch beeld van een onverstoorbare natuur of staat hij juist voor een negatieve visie waarin elke inspanning nutteloos is?


Al deze vragen blijven waarschijnlijk wel voor altijd open. Temeer daar we al gezien hebben dat de Val van Icarus een aantal anomalieën vertoont in vergelijking met de tekst: zo ontbreekt Daedalus in de compositie en staat de zon niet op zijn hoogste punt. Dit zijn allemaal elementen die een historicus die het auteurschap en de authenticiteit van het werk wil vaststellen, op het verkeerde spoor zetten.
Sommigen zien in deze zon, en ook in de afwezigheid van Daedalus, de hand van een restaurateur die eroverheen heeft geschilderd. Anderen denken dat de ondergaande zon de enorme afstand tussen de zon en de aarde suggereert, wat de indruk versterkt dat Bruegel een hele wereld heeft gecreëerd.

CONTROVERSE
HOOFDSTUK 3. Lastige datering en toeschrijving

In zijn beredeneerde catalogus van de schilderijen en tekeningen van Bruegel de Oude plaatst Manfred Sellink het ongetekende en ongedateerde De Val van Icarus in de categorie "betwiste toeschrijvingen ».

Altijd al hadden sommige experts twijfels over de authenticiteit van het werk.
Allereerst om iconografische redenen: de ondergaande zon (waarschijnlijk een latere overschildering) stemt niet overeen met de weerspiegeling in de zee en ook de asymmetrische zeilen van het schip zijn problematisch, want zoals zij hier geschilderd zijn, kan er onmogelijk mee gevaren worden.

En ten tweede om technische redenen: de materiële bestudering van het doek maakt geen exacte datering mogelijk (tussen 1555 en 1635). Vanwege scheuren en andere gebreken is het doek namelijk al meerdere malen verdoekt. Al die bewerkingen, daterend van vóór 1912 (datum van aankoop van het doek door de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België), maken latere analyses van het werk buitengewoon moeilijk.
Tot op de dag van vandaag hebben technische onderzoeken, ook niet de recente onderzoeken, de specialisten tot overeenstemming gebracht.

De verschijning van een tweede versie, in 1935, maakt de situatie nog verwarrender.
Dit kleinere werk is een olieschilderij op hout. In 1951, toen de algemene veronderstelling nog was dat het om een authentiek werk van Bruegel de Oude ging, werd het gekocht door verzamelaar David Van Buuren.

Het schilderij is een van de parels uit de collecties van het Museum Van Buuren in Ukkel, en is hier ook nu nog altijd te bewonderen.

Twee belangrijke verschillen zijn:

- op het schilderij van het Museum Van Buuren valt enerzijds de aanwezigheid van Daedalus op, alsof hij de blik van de herder wil rechtvaardigen,

- en anderzijds een zon die op zijn hoogst staat.

Aan de hand van een dendrochronologische analyse (datering door berekening van het aantal ringen in hout) van het houten paneel kon worden vastgesteld dat deze drager op zijn vroegst van 1577 dateert, dus 8 jaar na de dood van de kunstenaar.

Sommige historici zien in beide Brusselse versies getrouwe kopieën van een origineel dat verloren is gegaan.
Uit de analyse van de onderliggende schetsen blijkt dat zij van twee verschillende kunstenaars zijn. De schetsen van de versie in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België zijn zuiver functioneel, terwijl die in het Museum Van Buuren veel levendiger en spontaan zijn.

Bovendien komen bepaalde details in de versie uit het Museum Van Buuren (zoals een schip in het middenplan of bepaalde elementen in het landschap aan de horizon) bij de versie uit de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België enkel voor in de onderliggende schets.
Het schilderij in het Museum Van Buuren lijkt dus de meest getrouwe versie van de twee te zijn.

In 1621 wordt in de keizerlijke collecties van Praag een werk genoemd dat Daedalus en Icarus heet.

Niets wijst er duidelijk op dat het hier om een van de hierboven beschreven werken gaat, noch om een hypothetisch origineel werk dat sindsdien verloren is gegaan. Maar in diezelfde collectie bevonden zich wel verscheidene originele werken van de Vlaamse meester, wat het waarschijnlijk maakt dat Bruegel het onderwerp inderdaad heeft behandeld.

Hoe dan ook, de werken in het Museum Van Buuren en de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België zijn essentiële kunstwerken en verdienen daarom niet alleen een plaats in beide musea maar ook in de kunstgeschiedenis. Al die polemieken en discussies tussen specialisten horen daar immers helemaal bij.

Tot slot heeft de Val van Icarus al heel wat dichters geïnspireerd, zoals de Engels-Amerikaanse dichter H.W. Auden. Auden zag in het feit dat de dood van Icarus onopgemerkt blijft een universeel symbool van de menselijke conditie. Het vermaarde gedicht van H.W. Auden heeft ertoe bijgedragen dat dit werk zo beroemd is geworden en dat het nog steeds de grenzen overschrijdt.

“[...] Op Breughel's Icarus bijvoorbeeld keert alles zich op zijn dode gemak
af van de ramp, de ploeger zou
de plons kunnen hebben gehoord, de verzaakte schreeuw, maar voor hem
is het een mislukking van geen enkel belang, de zon schijnt
zoals hij dat moest doen, op de witte benen die bijna
in het groene water verdwenen zijn,
het kostbare, kwetsbare schip, dat toch wel iets
merkwaardigs zal hebben gezien: een jongen
die viel uit de hemel,
moest ergens op tijd zijn en zeilt rustig voort.

(W.H. Auden, “Musée des Beaux-Arts”, The Collected Poetry of W.H. Auden, New York, Random House, 1945)

CONCLUSIE
Beide versies van de Val van Icarus, waarvan de grootschalige compositie boordevol sprekende details en anekdotes zit, getuigen niet alleen van een enorme technische beheersing maar tevens van een grote originaliteit wat betreft de unieke interpretatie van het afgebeelde thema. Hoewel deze werken gehuld zijn in mysteries, zijn ze tegelijkertijd prachtige artistieke en culturele getuigenissen van hun tijd.
Credits: verhaal

COÖRDINATIE & REDACTIE
Jennifer Beauloye

WETENSCHAPPELIJK TOEZICHT
Joost Vander Auwera

BRONNEN
-Christina Currie & Dominique Allart, The Brueg(H)el Phenomenon, Brussels, Royal Institute for Cultural Heritage, 2012.
-Manfred Sellink, Bruegel : L'oeuvre complet, Peintures, dessins, gravures, Gand, Ludion, 2007.

MET DANK AAN
Véronique Bücken, Joost Vander Auwera, Christine Ayoub, Laurent Germeau, Pauline Vyncke, Lies van de Cappelle, Karine Lasaracina, Isabelle Vanhoonacker‎, Gladys Vercammen-Grandjean, Marianne Knop‎.

Speciale dank aan Isabelle Anspach, conservatief, en Muriel Groef, assistent, Museum Van Buuren, Ukkel.

COPYRIGHTS
© Royal Museums of Fine Arts of Belgium, Brussels
© D-Sidegroup
© KHM-Museumsverband, Wien
© KBR, Bruxelles
© Galleria Doria Pamphilj, Roma
© Royal Museums of Fine Arts of Belgium, Brussels / photo : J. Geleyns / Ro scan
© Musée et Jardins van Buuren, Bruxelles

Credits: alle media
Het uitgelichte verhaal kan in sommige gevallen zijn gemaakt door een onafhankelijke derde partij en kan afwijken van de standpunten van de hieronder vermelde instituten die de content hebben geleverd.
Vertalen met Google
Homepage
Verkennen
Dichtbij
Profiel