1939 - 1989

Gescheiden door de geschiedenis

Polish History Museum

Het doel van het project 'Gescheiden door de geschiedenis' is om een van de meest traumatische ervaringen in de twintigste eeuw in Polen vast te leggen: het scheiden van gezinnen in de jaren 1939-1989, onder andere door verplaatsing en deportatie in de oorlog, politieke gevangenschap en persoonlijke beslissingen uit de communistische periode om naar het Westen te emigreren uit politieke of economische overwegingen.

We willen hiermee de nagedachtenis eren van gescheiden gezinnen, een link leggen tussen de geschiedenis van de Polen in hun thuisland en de geschiedenis van Poolse emigratie, en om de jonge generatie te stimuleren zich te interesseren in de geschiedenis van familieleden of bekenden.

Elk verslag en verhaal is van onschatbare waarde, omdat het verhaal van elke familie anders is. Ze verdienen het allemaal te worden vastgelegd, omdat ze getuigen van het grote scala aan ervaringen en complexe situaties in het leven in Polen en andere landen in de regio in de twintigste eeuw.

De familie Imiłkowski viel hetzelfde lot ten deel als duizenden andere Polen die in het gebied leefden dat werd geannexeerd door het Derde Rijk: massa-executies, deportaties, gevangenschap in concentratiekampen en dwangarbeid. De geschiedenis van de familie Imiłkowski is allereerst een verhaal van de hulpeloosheid van kinderen die worden geconfronteerd met geweld en dood. Het is ook een verhaal van ouders die hun eigen kinderen niet kunnen beschermen tegen het kwaad en lijden.

Maria, de oudste dochter van Irena en Zygmunt Imiłkowski, woonde met haar ouders en broer en zussen (Halina, Zofia and Zbigniew) in Plewno, een dorpje in Pommeren. Haar grootouders van moederskant woonden in de buurt. In augustus 1939 vertrok haar vader, Zygmunt Imiłkowski, om dienst te nemen in het leger. Hij diende in het 29e lichte artillerieregiment in Grodno, vanwaar hij na maandenlange omzwervingen terugkeerde naar huis.

Irena en Zygmunt Imiłkowski, 1937
Herinnering van Maria Brylowska (geboren Imiłkowska), 2009
Plewno werd opgenomen in het district Gdańsk-West-Pruisen van het Derde Rijk. De boerderij van de Imiłkowski's werd overgenomen door een Duitser, die hen toestond in één kamer van hun voormalige huis te blijven wonen.
Leon Kowalski, Maria's grootvader, was een bekende activist voor de Poolse Westerse Unie en vocht tijdens de Eerste Wereldoorlog in de Legioenen. Net als veel andere leden van de Poolse elite werd hij gearresteerd en geëxecuteerd door een vuurpeloton in de herfst van 1939 en begraven in Górna Grupa (in de buurt van Grudziądz).

De nazi's hadden een plan om Polen en andere Slavische volken, die zij als inferieure rassen beschouwden, als slaven te gebruiken. Ze sloten alle instellingen voor middelbaar en hoger onderwijs en alle culturele instellingen. Leden van de Poolse elite werden vermoord of naar concentratiekampen gestuurd.

Certificaat van de toekenning van het Legioenenkruis (het insigne van de Associatie van leden van de Poolse legioenen) aan Leon Kowalski, 1927

In december 1941 werd de familie Imiłkowski gedeporteerd naar een kamp in Potulice. De omstandigheden in het kamp waren bijzonder zwaar: gevangenen hadden te lijden van honger, ziekte en kou. Het ergste van alles waren echter de gedwongen scheidingen. Eerst werd Maria's vader tewerkgesteld in een vliegtuigfabriek. Vervolgens werd haar zus Halina, die ernstig ziek was, naar een ziekenhuis in Bydgoszcz gestuurd. Ze was zo zwak dat ze met een stok moest lopen toen ze uiteindelijk naar het kamp terugkeerde. Het moeilijkst was te worden gescheiden van haar moeder, die in de lente van 1942 werd tewerkgesteld op het landgoed van een landhuis. Een maand later haalde een kampbeheerder Zofia en Zbigniew weg. Maria en Halina bleven alleen achter.

Het kampnummer van de familie Imiłkowski, uitgegeven aan de vader, 1941
Een liedje, geschreven en stiekem gezongen door kinderen in het kamp van Potulice, 1941-1944

'Vervolgens dreven ze ons naar de barak. Die was onverwarmd, overvol, koud en donker. Ons gezin van zes personen kreeg een oppervlak van drie vierkante meter om te delen. We lagen op de kale grond, op een strozak; er lag helemaal geen vloer in de barak. In de muren zaten barsten en kieren, maar helemaal geen ramen. Het schuine dak reikte bijna tot de grond. Je kon daar onmogelijk staan of zitten. Je kon alleen blijven liggen. Alle families lagen samengepakt naast elkaar: mannen, vrouwen en kinderen. Er was geen stromend water of sanitair in de barak. De toiletten waren buiten. Alleen in het midden van de barak kon je rechtop lopen.

De kinderen plasten in hun broek en leden aan diarree. Je kon je niet wassen of nat ondergoed of natte kleren drogen, en er waren luizen, vlooien en schurft.'

Uit de memoires van Maria Brylowska (geboren Imiłkowska), 'Scheiding van gezinsleden als gevolg van historische gebeurtenissen', 2008
Wiktora Kowalska, Maria's grootmoeder, was het enige familielid dat niet werd opgepakt. Net als veel andere Polen bezocht ze het kamp in Potulice om, al was het door het prikkeldraad, haar gevangen dochter en kleinkinderen te zien en te steunen.

'Op bezoekdagen kwamen veel mensen naar het concentratiekamp om hun familie en vrienden te bezoeken. Het was druk aan beide kanten van het prikkeldraad: mensen liepen luidkeels te zoeken naar bekende gezichten en riepen naar elkaar. Iedereen moest schreeuwen om zich verstaanbaar te maken. Omdat iedereen zo praatte en over het prikkeldraad schreeuwde, werd het één grote schreeuwwedstrijd. Het was onbeschrijflijk.'

Uit de memoires van Maria Brylowska (geboren Imiłkowska), 'Scheiding van gezinnen als gevolg van historische gebeurtenissen', 2008
De moeilijkste periode voor de zusjes Imiłkowski was hun verblijf in het kamp in Smukała. Kinderen stierven van de honger, ziekte en uitputting. De zusjes overleefden het kamp en keerden terug naar Potulice.
Dwangarbeid was een van de vormen van onderdrukking die de bezetter uitoefende en een manier om goedkope arbeidskrachten te vinden voor de industrie en landbouw. Maria's vader werd naar een vliegtuigfabriek gestuurd, en zij en haar moeder naar een Duits landgoed. Zygmunt Imiłkowski (derde van links) tijdens dwangarbeid in vliegtuigfabriek Flugzeugwerk Gotenhafen, 1941-1945
De lonen van dwangarbeiders waren veel lager dan die van Duitse arbeiders. Het geld dat Zygmunt Imiłkowski tijdens zijn werk in Flugzeugwerk Gotenhafen verdiende, werd naar een rekening in het kamp in Potulice gestuurd, maar in werkelijkheid werd er helemaal geen salaris aan hem uitbetaald. Zygmunt Imiłkowski's kennisgeving van zijn looncategorie, 1944
Maria werd naar het Duitse landgoed Orłowo gestuurd, waar ze werd onderworpen aan een loodzwaar werkregime. Na de komst van het Rode Leger vond haar grootmoeder haar en haalde haar terug naar Plewno. Haar moeder wachtte al thuis op haar. Maria Imiłkowska’s deregistratiecertificaat van het landgoed Orłowo, 1945
Zygmunt Imiłkowski werd in 1945 van Gdynia verplaatst naar het kamp in Leubingen, waar hij luchtaanvallen overleefde en de Amerikaanse bevrijding in april 1945 meemaakte. Hij bleef in Groß Gräfendorf.
In juli was Zygmunt Imiłkowski nog altijd in Merseburg. Ondanks het ontbreken van nieuws over het lot van zijn naasten, bleef hij hoop houden en besloot hij terug te keren naar Plewno.

'Ik herinner me dat het een hete zomerdag was toen mijn vader thuiskwam. We herkenden hem niet. Hij stond voorovergebogen en leek meer op een bedelaar dan de man die we voor het laatst in december 1941 hadden gezien. Vader kwam thuis in een grijsgroene Amerikaanse legerjas, en hij had nog een Amerikaanse legerjas, een blauwgrijze, bij zich in een koffer. Dat waren alle bezittingen die hij had meegenomen uit het Amerikaanse kamp. Een kennis, meneer Dondziło, een kleermaker die we van voor de oorlog kenden, maakte kinderjassen voor ons uit die legerjassen.'

Uit de memoires van Maria Brylowska (geboren Imiłkowska), 'Scheiding van gezinsleden als gevolg van historische gebeurtenissen', 2008
In 1946 kwam er gezinsuitbreiding: Zdzisław werd geboren, het enige kind in het gezin Imiłkowski dat de oorlog niet meemaakte. De Imiłkowski-zussen (van links naar rechts) Maria, Zofia en Halina, met hun broer Zdzisław, 1949
Irena en Zygmunt Imiłkowski, jaren 50

'Ik was 12 jaar, maar ik kon niet lezen of schrijven. (…) Nadat we werden vrijgelaten uit het kamp, kregen we geen steun. (…) Die tijd na de oorlog, bijna tot 1956, was moeilijk voor ons en een tijd vol ontberingen. Maar ik was blij dat ik herenigd was met mijn ouders en broers en zussen, en dat ik naar school kon gaan.'

Uit de memoires van Maria Brylowska (geboren Imiłkowska), 'Scheiding van gezinsleden als gevolg van historische gebeurtenissen', 2008
Routes van het gescheiden gezin Imiłkowski tijdens de Tweede Wereldoorlog
Het verhaal van de familie Młyńczak kan dienen als een voorbeeld van de ervaringen van Polen onder de Sovjet-bezetting. De oorlog scheidde Kazimierz en zijn vrouw Zofia voor altijd van elkaar. De treinen die in bijna tegenovergestelde richtingen vertrokken, voerden hen diep Rusland in, en het jaar 1945 bracht hen geen enkele hoop. Door de terreur van de communistische autoriteiten na de oorlog was het onmogelijk voor een Poolse politieman die met het Anders-leger naar Groot-Brittannië kwam om te worden herenigd met zijn vrouw en zonen, Waldemar en Jerzy, die werden vastgehouden in de Sovjet-Unie.

Kazimierz Młyńczak diende als grenswacht en voltooide een politieopleiding. Hij ontmoette de 17-jarige Zofia Blidsztejn, met wie hij trouwde in de kerk van Sint Johannes in Vilnius. Een jaar later schonk Zofia het leven aan een zoon, Waldemar Kazimierz, en in 1932 aan een tweede zoon, Jerzy Henryk. Halverwege de jaren 30 werd Kazimierz bevorderd tot politieagent en verhuisde hij met zijn gezin naar Kurzeniec in het woiwodschap Vilnius. Daar woonden ze op het moment dat de oorlog uitbrak.

Kazimierz Młyńczak in een politie-uniform met zijn vriend Jan Niedźwiedź, jaren 20.
Zofia en Kazimierz Młyńczak – foto gestuurd naar hun ouders in Krasocin, 1928
Kazimierz Młyńczak met zijn vrouw en zijn zoon Waldemar tijdens hun verblijf bij hun ouders in Krasocin, jaren 30.

Nadat het Rode Leger Polen was binnengevallen, werd Kazimierz' eenheid bevolen zich terug te trekken naar Litouwen, waar politieofficieren werden geïnterneerd. Dit was het begin van lange omzwervingen door de Sovjet-Unie. Kazimierz werd eerst naar Moermansk in het noorden gebracht en later over het schiereiland Kola naar Archangelsk.

Een brief van Kazimierz Młyńczak aan zijn ouders, geschreven in het kamp in Kozielsk, 1941

Op 17 september 1939 valt het Rode Leger Polen binnen vanuit het oosten, en voldoet daarmee Stalins verplichtingen aan het Derde Rijk die waren overeengekomen in het geheime protocol van het Ribbentrop-Molotov-pact (Hitler-Stalin-pact). De Sovjet-regering verklaarde dat de 13,5 miljoen Poolse burgers die in het geannexeerde land woonden, gedwongen werden het Sovjet-burgerschap te aanvaarden. Van februari 1940 tot juni 1941 werden Poolse burgers in groten getale gedeporteerd naar de binnenlanden van de Sovjet-Unie. Families van officieren, bureaucraten, politiemensen, advocaten, doktoren en andere leden van de Poolse intelligentsia werden gedeporteerd. Velen van hen overleefden de onmenselijke omstandigheden van het transport en het harde leven in Siberië of Kazachstan niet.

Een brief van Zofia Młyńczak aan haar schoonouders, geschreven vanuit Siberië, waarnaar ze in april 1940 was gedeporteerd. Zofia Młyńczak reisde met de achtjarige Jerzy en de twaalfjarige Waldemar via verschillende treinen verder en verder naar het oosten: eerst naar Novosibirsk en later naar kolchozen (collectieve boerderijen) in Altai Krai.

Nadat nazi-Duitsland in juni 1941 de Sovjet-Unie was binnengevallen, werd er onderhandeld over een overeenkomst tussen de Poolse regering in ballingschap en Stalin. Op basis daarvan werden duizenden Poolse burgers vrijgelaten uit gevangenissen en werkkampen. Ook werden de Poolse Strijdkrachten in de USSR opgericht onder leiding van generaal Władysław Anders. Later in 1942 werden 41.000 soldaten van het Anders-leger en 74.000 burgers geëvacueerd naar het Midden-Oosten.

Toen de Polen in de herfst van 1941 amnestie kregen, meldde Kazimierz zich vrijwillig aan bij het Poolse leger van generaal Anders, dat zich verzamelde in Tatisjtsjev. In maart van het jaar daarna verliet hij de USSR als soldaat. Als deel van een militaire politie-eenheid reisde Kazimierz Młyńczak met het 2e Poolse Korps door Irak, Iran, Palestina en Egypte naar Italië.

Kazimierz Młyńczak bij de Poolse Strijdkrachten in het Midden-Oosten, 1942

Op 12 september 1942 werden de Poolse Strijdkrachten in het Midden-Oosten opgericht door de legers van generaal Anders en de Onafhankelijke Karpathische brigade (helden van de verdediging van Tobruk in 1941) samen te voegen. De troepen werden in eerste instantie gelegerd in Irak om op krachten te komen. In 1943 werd de meerderheid van de eenheden overgeplaatst naar Palestina vanwege de plannen van de Geallieerden om Italië binnen te vallen.

Als deel van een militaire politie-eenheid reisde Kazimierz Młyńczak met het 2e Poolse Korps door Irak, Iran, Palestina en Egypte naar Italië.

De grootste eenheid van het Poolse leger was het 2e Poolse Korps (II Korpus Polski), dat grotendeels uit eenheden van generaal Anders' leger bestond. Ze namen in 1944 deel aan de Italiaanse campagne en werden beroemd door de slag bij Monte Cassino in mei 1944. Laten bevrijdden ze Ancona en Bologna.

Ruïnes van het plaatsje Piedimonte, na het offensief (in de buurt van Monte Cassino), 1944
Na de oorlog breidde generaal Anders zijn korps uit in afwachting van een conflict tussen de westerse Geallieerden en de USSR, en hopend op de bevrijding van landen onder Sovjet-bezetting. Begin 1946 bestond zijn korps uit meer dan 100.000 soldaten. Kazimierz Młyńczak (eerste van links) in dienst in Italië, 1946

In februari 1946 besloot de Britse regering de Poolse Strijdkrachten te ontbinden. In september besloot men het Polish Resettlement Corps te vormen. Dit was bedoeld om het demobilisatieproces te versoepelen door soldaten zich voldoende te laten voorbereiden op het burgerleven. Soldaten werden verdeeld over vroegere militaire kampen, zoals Foxley, die tot 1955 dienst deden.

Kazimierz Młyńczak in kamp Foxley (Groot-Brittannië), 1947. Sommige van de soldaten keerden terug naar Polen, waar ze werden onderdrukt door de communistische autoriteiten. De meerderheid kreeg echter het recht zich te vestigen in de territoria van het Britse Rijk en vestigden zich in Groot-Brittannië, Canada en Australië.
Kazimierz Młyńczak hoorde pas in 1941 dat zijn vrouw en zonen waren gedeporteerd tijdens de massadeportaties van gezinnen naar Siberië in april 1940. Op dat moment diende hij in de Poolse Strijdkrachten en probeerde hij zijn familie te laten overkomen uit Rusland. Paspoort aangevraagd door Kazimierz in Baghdad voor zijn vrouw en zonen, 1943

Na de oorlog vestigde Kazimierz Młyńczak zich in Groot-Brittannië en deed hij vergeefse pogingen zijn vrouw en zonen te laten overkomen. Zofia was gedwongen Sovjet-burger te worden, waardoor de ze USSR niet mocht verlaten om zich bij haar man te voegen.

Het gezin hield contact via post en foto's. In de jaren 90 kreeg Kazimierz in Engeland bezoek van zijn kleindochter Olga, de dochter van zijn oudste zoon Waldemar.

Zofia Młyńczak met haar kleinkinderen Olga en Wiktor, 1965
Waldemar Młyńczak met zijn vrouw Wala, 1957
Kazimierz Młyńczak in Londen, 1987
Memoires 'Mijn biografie'. Kazimierz Młyńczak begon in 1939 zijn memoires te schrijven in het detentiekamp in Rokiszki (Litouwen), maar die werden gestolen. Hij schreef ze opnieuw op in Engeland na de Tweede Wereldoorlog. Begin jaren 90 kreeg zijn broer Witalis in Polen het manuscript in handen.
Routes van het gescheiden gezin Młyńczak
Het gezin Szwajdler werd lang van elkaar gescheiden en verloor geliefden tijdens de oorlog. Franciszek werd gevangen genomen door de Duitsers en zat de hele oorlog in een Oflag (Offizierslager). Hun hoop op hereniging en een gezamenlijke toekomst spatte uiteen toen Franciszeks vrouw en zoon stierven in de Warschau-opstand. De scheiding duurde langer dan de oorlog: Franciszek mocht pas in 1956 terugkeren naar Polen om zijn inmiddels volwassen dochters te zien.

Stanisława en Franciszek Szwajdler woonden in Łódź, waar ze een gelukkig gezinsleven leidden. Hij werd een succesvol advocaat en Stanisława verdeelde haar tijd tussen haar gezin, haar sociale leven en vrijwilligerswerk. Elke dag haalden Franciszek en Stanisława iedereen van hun groeiende huishouden bij elkaar voor het avondeten: hun oudste zoon Włodek, dochters Barbara en Teresa, grootmoeder Emilia Lutomska, en tante Adela (die iedereen Dela noemde), plus de secretaresse van het advocatenkantoor en de rechtenstagiaire en verschillende andere familieleden en gasten.

Herinnering van Teresa Rybicka (geboren Szwajdler), 2009

In augustus 1939 werd Franciszek Szwajdler opgeroepen voor dienstplicht tijdens een familievakantie. In zijn uniform bezocht hij zijn gezin om afscheid te nemen. Het was de laatste keer dat ze samen waren.

Na de verloren verdedigingsoorlog van 1939 waren ongeveer 420.000 soldaten van het Poolse leger gedetineerd in Duitse kampen voor krijgsgevangenen: de officieren in Oflags (Offizierslagers), soldaten en officieren zonder commissie in Stalags (Mannschaftsstamm- und Straflagers). Franciszek werd geïnterneerd en bracht de volgende zes jaar door in kampen voor krijgsgevangenen in Groß Born, Sandbostel en Blomberg.

Op de foto's staan Stanisława Szwajdler en haar kinderen Włodek, Barbara en Teresa tijdens de bezettingsperiode in Piorunów, Warschau en Głowno, 1941-1944. Sommige van de foto's zijn verstuurd naar hun vader Franciszek Szwajdler, die gevangen zat in een Oflag.

Tijdens de bezetting handelde Stanisława Szwajdler op de zwarte markt om haar gezin in leven te houden. Dit was uiteraard streng verboden. Verschillende keren bracht ze dingen van de flat naar Łódź, dat na het uitbreken van de oorlog binnen de grenzen van het Derde Rijk lag, en liep dus groot gevaar door de grens illegaal over te steken.

Het leven onder het Generaal-Gouvernement voor de Poolse bezette gebieden viel onder allerlei orders en edicten: er gold een avondklok, mensen mochten geen radio hebben, ze mochten geen plaatsen bezoeken die 'nur für Deutsche' waren en mochten geen eten verhandelen. Overtredingen van de wet werden streng gestraft: mensen konden gevangen worden gezet, gedeporteerd worden naar Duitsland of concentratiekampen of ter dood worden veroordeeld.

Leven onder de Duitse bezetter: smokkelen en illegaal de grens oversteken

'Het was niet makkelijk om onze groeiende groep te eten te geven! Er was een kraampje met sigaretten waar ze een paar sigaretten verkocht, waarvoor ze een concessie ontving, plus veel zogenoemde zelfmaaksigaretten die bij ons thuis werden gerold. Mijn kleine handen waren het meest geschikt voor het werk omdat ik de vloeitjes het snelst kon vullen met tabak. (…) Mama en Basia maakten bloemornamenten van organdie (broches, haarspelden) en samen knoopten we tassen van touw. Włodek, de 'klusjesman', repareerde horloges, elektrische apparaten en maakte schoenen van touw.'

Uit de memoires van Teresa Rybicka (geboren Szwajdler) 'Mijn mama', 2007
Teresa en Barbara Szwajdler werken aan een tas om te verkopen, 1941-1943
Tijdens de oorlog werden er vele brieven vol liefde, bezorgdheid en woorden van troost uitgewisseld tussen de oflag en Warschau. Op afstand steunde Franciszek zijn vrouw Stanisława en hielp hij haar bij het opvoeden van de kinderen. Zijn gezin stuurde hem vrolijke brieven waarin ze niets vertelden over de ontberingen van het leven in bezet Warschau.
Correspondentie van een krijgsgevangene met zijn familie was toegestaan op speciale briefformulieren of briefkaarten geschreven met potlood, en werden altijd gecontroleerd door de censoren.

De tragische dood van geliefden.

Barbara en Teresa waren in 1944 op vakantie op het platteland in Głowno met vrienden van hun ouders. Ze keerden nooit terug naar Warschau. Het nieuws bereikte hen daar van de dood van hun moeder, broer en Dela, die waren doodgeschoten tijdens een publieke executie in Warschau.

Het einde van de oorlog maakte geen einde aan de scheiding van het gezin. Franciszek Szwajdler kon niet terug naar Polen uit angst voor represailles voor zijn politieke activiteit vóór de oorlog in de gelederen van de conservatieve Nationale Partij, die door de nieuwe communistische autoriteit in Polen werd beschouwd als een vijandige ideologie (net als alle andere alternatieve politieke opties).

Franciszek Szwajdler in het uniform van de Poolse strijdkrachten in het westen.

Franciszek bleef na de oorlog in Duitsland. Hij vertrok later naar New York, maar reisde eerst kort naar Polen om zijn dochters te zien. Hij kon pas in 1956 terugkeren naar Polen en zijn inmiddels volwassen dochters.

In de loop der jaren bleef Franciszek zijn liefde voor en bezorgdheid over zijn dochters uiten in brieven vol liefde, aanmoediging en gemis, net als hij tijdens de oorlog had gedaan.
Routes van het gescheiden gezin Szwajdler tijdens en na de Tweede Wereldoorlog
Dit is de geschiedenis van twee mensen die via verschillende routes naar Engeland reisden, waar ze elkaar ontmoetten, trouwden en een gezin stichtten. Tijdens de oorlog kwamen ze elkaar nooit tegen. Elk van hen maakte de oorlog door op een verschillende plaats: de één onder bezetting door de Duitsers, de ander onder bezetting door de Sovjets.
Julian Stryjak werd geboren en groeide op in Ochędzyn, een plaatsje in de buurt van Łódź. Na de middelbare school verhuisde hij naar Lviv, waar hij werkte als leraar.
In 1936 trouwde hij met Irena Ciszewska, die hij in de stad had ontmoet en die ook docent was. Twee jaar later begon hij psychologie te studeren. Hij had zijn eerste jaar net voltooid toen de oorlog uitbrak.
Eind augustus 1939 werd Julian Stryjak opgeroepen voor militaire dienst. Op 1 september zag hij zijn vrouw, die afscheid van hem kwam nemen voordat zijn eenheid de oorlog in marcheerde, voor het laatst.

Op 1 september 1939 viel Duitsland Polen aan vanuit het noorden, westen en zuid-westen. Het Poolse leger verzette zich resoluut, maar kon de talrijkere en beter bewapende Duitse troepen niet tegenhouden.

Julian leidde een peloton met zwaar machinegeschut in het 19e infanterieregiment dat in gevecht was in de buurt van Płock. Hij raakte gewond tijdens een artilleriebombardement en werd naar het ziekenhuis gebracht.
Julian Stryjak in een Duits kamp voor krijgsgevangenen, Oflag XI B in Braunschweig, 1939 Na de verloren verdedigingsoorlog van 1939 werden ongeveer 420.000 soldaten van het Poolse leger gedetineerd in Duitse kampen voor krijgsgevangenen: de officieren naar Oflags (Offizierslagers), soldaten en officieren zonder commissie in Stalags (Mannschaftsstamm- und Straflagers).

Julian Stryjak bracht zes jaar door in Duitse krijgsgevangenenkampen. Hij ontdekte tijdens zijn gevangenschap dat zijn vrouw was gedeporteerd naar de USSR en probeerde met haar in contact te komen. Hoewel het hem niet lukte rechtstreeks contact te krijgen, kreeg hij dankzij een neef in Różniatowo (bezet Polen) toch nieuws over zijn vrouw.

Briefkaart van Irena Stryjak, gestuurd vanuit ballingschap in de USSR aan de neef van haar man in bezet Polen, 1941
Julian Stryjaks brief vanuit het veldhospitaal van de stalag Tangerhütte aan zijn familie in Polen, 1944
In 1942 kwamen er geen brieven meer van Irena Stryjak: ze was gestorven in het verre Guzar in 1942, maar Julian hoorde pas na de oorlog van haar dood. Tot dat moment probeerde hij te weten te komen waar zijn vrouw naartoe was gebracht in het Midden-Oosten.
Na de oorlog hadden duizenden mensen geen enkele informatie over het lot van hun geliefden. Militaire en burgerorganisaties hielpen familieleden te zoeken en te herenigen. De Poolse Rode Kruis liep voorop in het verlenen van dit soort hulp aan Poolse burgers.

In 1945 wist Julian te ontsnappen tijdens de evacuatie van het krijgsgevangenenkamp in Görlitz. Hij reisde door Bohemen in Duitsland naar Frankrijk, waar hij zich bij het Poolse leger voegde.

Julian Stryjak (tweede van rechts) tijdens een reisje naar Lourdes, 1946
Julian Stryjak in het Poolse militaire kamp in La Courtine (Frankrijk), 1946
Dienstdossier voor Julian Stryjaks militaire dienst, 1946
Voltooiing van militaire dienst in verband met het ontbinden van het Polish Resettlement Corps, 1949
Julian Stryjak in kamp Foxley in Engeland, 1949. Na zijn demobilisatie begon hij te werken als horlogemaker en vestigde hij zich in Manchester, waar hij zijn nieuwe gezin stichtte…
Hilaria Borowska werd geboren en groeide op in Białystok. Na de middelbare school begon ze te werken als kantoorbeambte. Ze was 26 toen de oorlog uitbrak.

In 1941 werden Hilaria Borowska, haar moeder en broer Tadeusz gedeporteerd naar Siberië via verschillende routes. Alleen haar vader Wincenty en haar jongere zus (die hun vader verzorgde) bleven in Białystok.

In 1942 bereikte Hilaria Pahlevi (Iran) en voegde zich bij het Poolse leger van generaal Anders, waar ze werkte als kwartiermeester.
Hilaria Borowska (derde in de linkerrij) in een vrouwenhulpkorps van het Anders-leger, 1943-1944

Het militaire vrouwenhulpkorps dat samen met de Poolse Anders-strijdkrachten werd gevormd in de USSR, was gebaseerd op dezelfde organisatie-principes en hiërarchie als het leger. Het korps bestond uit ongeveer vijfduizend vrijwilligers die taken uitvoerden op het gebied van eerste hulp, cultuur, propaganda, transport, administratie, wachtlopen en communicatie. Dit korps werd opgeheven in 1946.

Hilaria Borowska reisde met het Anders-leger naar Teheran, waar ze haar broer Tadeusz tegenkwam, die ze niet meer had gezien sinds hun arrestatie in 1941. In februari 1944 trouwde Tadeusz met Janina Marszewska in Karachi, en ze vertrokken samen naar kampen in Afrika, eerst in Dar-es-Salaam en later in Kigoma. Tadeusz stief in mei 1945 aan een hartaandoening, zijn vrouw en zes maanden oude dochter Barbara achterlatend.

In de herfst van 1947 voer Hilaria op de 'Empress of Australia' naar Engeland.

Hilaria Borowska, tweede van links op de voorste rij, kamp van het Polish Resettlement Corps in Witley, 1949
Hilaria Borowska op Trafalgar Square, 1949
Hilaria Borowska en Julian Stryjak ontmoetten elkaar via kennissen, trouwden en vestigden zich in Manchester. Dit is hun trouwdag in 1950.
Hilaria en Julian Stryjak met hun kinderen Andrzej en Barbara, 1957

De Stryjaks reisden in 1971 voor het eerst sinds de oorlog terug naar Polen. Na een afwezigheid van 30 jaar stapte Hilaria haar ouderlijk huis weer binnen.

Barbara, dochter van Hilaria en Julian Stryjak, vertelt het verhaal van haar ouders tijdens de Tweede Wereldoorlog
Route van Hilaria Stryjak (geboren Borowska) door het Midden-Oosten tijdens de Tweede Wereldoorlog, gestuurd in een brief aan haar dochter, die naar het Midden-Oosten zou reizen om de weg te volgen die haar moeder had afgelegd.

'Ik stuur je een kaart van mijn reis zodat je er een idee van krijgt. Vanuit Teheran reisden we begin april per trein (door meer dan honderd tunnels) naar Ahvaz; van Ahvaz per auto naar Basra; van Basra met een klein treintje (met kleine wagons). De khamsin waaide de hele tijd; je zag niets op meer dan een armslengte afstand, behalve het wervelende en gierende rode woestijnstof. Vanaf Baghdad kostte het ons vier dagen om per auto naar Jeruzalem te komen – niets dan woestijn en zwarte rotsen en geen enkel grassprietje. Pas nadat we de grens met Palestina over waren, was er akkerland te zien. In april was het daar al erg warm; ik droeg een uniform van lichte denim: een rok, een popeline blouse en korte mouwen.'

Uit een brief van Hilaria Stryjak aan haar dochter Barbara, 29 april 1975
Barbara Stryjak met haar ouders bij de Berlijnse Muur, 1987
Routes van het gescheiden gezin Stryjak tijdens en na de Tweede Wereldoorlog
Credits: verhaal

The Polish History Museum in Warsaw expresses its sincere appreciation for their kind and helpful involvement in the project to — Maria Brylowska, Teresa Rybicka, Barbara Stryjak
Curation — Ewa Wójcicka, Polish History Museum
Proofreading — Barbara Stryjak, Tomasz Wiścicki
IT support — Artur Szymański
Exhibit's origin  — the presentation is part of the “Families Separated by History” project run by the Polish History Museum, rodziny.muzhp.pl

Credits: alle media
Het uitgelichte verhaal kan in sommige gevallen zijn gemaakt door een onafhankelijke derde partij en kan afwijken van de standpunten van de hieronder vermelde instituten die de content hebben geleverd.
Vertalen met Google
Homepage
Verkennen
Dichtbij
Profiel