1914 - 1918

« 1914-1918, De Belgische pers tijdens de Eerste Wereldoorlog

Mundaneum

Het Mundaneum bewaart vele duizenden nieuwsbladen uit de hele wereld.

Het Internationaal Persmuseum werd in 1905 opgericht door Otlet en La Fontaine en had tot doel het collecteren van het eerste en laatste nummer van elke perstitel en speciale edities.

De Belgische pers was in het begin van de 20ste eeuw het belangrijker communicatiekanaal en dus in volle opgang dankzij grondwettelijke vrijheid voor de pers, technologische innovaties en steeds vlugger communicatiemiddelen.

Meer dan 1000 nieuwsbladen en tijdschriften (waarvan een honderdtal dagbladen) van diverse standpunten bestonden tegelijkertijd.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog zal dit medium veroordeeld, door de vijand gecontroleerd of clandestien worden

De oorlogsvoerende partijen zien meteen in hoe groot de invloed van de dagbladpers is op de bevolking. 

Alle strijdende partijen willen controle uitoefenen op de pers, hetzij om het onthullen van strategische informatie te beletten, hetzij om hun propaganda te verspreiden

Meteen na de inval van de Duitsers schikt de Belgische pers zich – met of tegen haar zin - naar de militaire censuur van de regering. 

Men wil vermijden dat gevoelige informatie zoals de positie van de troepen, het beschikbare artilleriegeschut, het aantal gewonden en gevangenen, ter kennis gebracht wordt aan de vijand

Voorpagina's kondigen de invasie
Article mettant en valeur les exploits des troupes belges

Al wat een nefaste invloed kan hebben op het moreel van de soldaten of van de bevolking wordt eveneens verboden

Article épinglant les atrocités allemande

De kwaliteit van de informatie ligt laag, de soldaten spreken van hersenspoeling wanneer het gaat om propagandastukken van achter het front bedoeld om de stemming van de bevolking op te krikken en om haatgevoelens jegens de Duitsers te onderhouden

Naarmate de Duitsers verder inlands vorderen verdwijnen vele kranten. Journalisten houden er liever mee op dan zich te onderwerpen aan de censuur van de bezetter. Enkele uitzonderingen zoals “L'Indépendance” uit Brussel of “La Métropole” uit Antwerpen wijken uit naar het buitenland om van daaruit verder te verschijnen
“L'Ami de l'Ordre” in Namen pakt het anders aan: na eerst te zijn gestopt wordt de publicatie hervat de met steun van de bezetter

In het begin van de bezetting hebben de Duitsers een probleem met de verdwijning van talrijke Belgische dagbladen. 

Zij hebben Duitsvriendelijke spreekbuizen nodig om de bevolking in bezet gebied voor zich te winnen

Dagbladen onder Duitse censuur
Er worden stappen gezet om de journalistieke activiteit in België te hervatten. Men wil het vertrouwen van de bevolking terugwinnen. Daarom wil men dat de nieuwe publicaties (ten minste in schijn) geleid worden door Belgen
De censuur staat hier en daar vaderlandslievende passages toe, lovende artikels over de koning en de koningin. Naarmate de bezetting langer duurt wordt de Duitse censuur alsmaar strenger en schikt de “onderworpen” Belgische pers zich meer en meer naar hun eisen

De door Duitsland toegestane informatie is zowat het enige wat voor de Belgische bevolking beschikbaar is. 

Geen nieuws over de bannelingen, over de soldaten aan het front noch over de Belgische regering in ballingschap te Le Havre, wat leidt tot ontmoediging bij de bevolking. Des te meer daar enkel melding wordt gemaakt van de Duitse overwinningen, vaak met veel overdrijving, en er voortdurend negatief wordt bericht over de geallieerden en over de regering in ballingschap

De bezetter poogt ook profijt te halen uit de delicate taalkwestie door aan te sturen op de “germanisering” van Vlaanderen en een splitsing van het grondgebied. 

Er ontstaan twee tegengestelde strekkingen: de activisten die in deze context de kans zien om hun eisen waar te maken, en de passivisten die liever wachten op de bevrijding van België om tot een oplossing te komen. 

Twee nieuwe persorganen die een stem geven aan elk van deze strekkingen zien het licht

Als reactie verschijnen van bij het begin van de bezetting clandestiene dagbladen die zich als tegengif opwerpen tegen de ondermijnende effecten van deze door de Duitsers aangestuurde bladen op de bevolking. 

clandestiene pers
Zij wenden verschillende middelen aan om de gecensureerde pers te bekampen

Door het Duitse verbod op alle bladen die hen niet gunstig gezind zijn raakt de bevolking in bezet gebied zeer geïsoleerd. 

Daarom publiceren deze clandestiene bladen geallieerde communiqués, artikels uit buitenlandse kranten en uit Belgische bladen in ballingschap

Een andere actie van de verboden pers is het aanklagen van de gecensureerde bladen, het bekendmaken van de namen van de journalisten die – anoniem – schrijven voor de bezetter. 

De clandestienen wijzen op de gevaren van deze bladen die schijnaar Belgisch zijn maar in feite alleen maar de stem van Duitsland verwoorden

clandestine press
Aanklachten tegen de Duitsgezinde pers
articles by La Libre Belgique
Ten slotte gaat de verboden pers rechtstreeks in de aanval tegen de Duitse macht. In een aanklacht tegen de misdaden tegen de bevolking, de sluikse manoeuvres van de bezetter worden alle acties van het Rijk en van zijn pers in vraag gesteld

De humoristische en schampere toon versterkt de gunstige invloed op de stemming van de bevolking die maar weinig gelegenheid heeft tot lachen

Tijdens de bezetting ontstaat nog een bijzonder type van publicaties: de bladen van de loopgraven

Talrijke bladen verschijnen met een dubbel doel, informeren maar ook verstrooiing bezorgen aan de soldaten

Na de bevrijding verdwijnt de gecensureerde pers helemaal. 

Veel “incivieke” journalisten worden voor het gerecht gedaagd wegens collaboratie, sommigen vluchten naar het buitenland, enkelen vestigen zich zelfs in Duitsland

Artikels over de epuratie en de jacht op incivieken
Stukje over de materiële problemen  
De vooroorlogse pers herrijst geleidelijk aan, zij het in een kleiner formaat omwille van financiële beperkingen en materiaal- en papiertekort. Sommige clandestiene bladen verschijnen nu openlijk. Het meest bekende is La Libre Belgique dat nog steeds bestaat
Credits: verhaal

Rôle — Nicolas Brunel, archiviste
Rôle — Raphaèle Cornille, Responsable du département iconographique

Credits: alle media
Het uitgelichte verhaal kan in sommige gevallen zijn gemaakt door een onafhankelijke derde partij en kan afwijken van de standpunten van de hieronder vermelde instituten die de content hebben geleverd.
Vertalen met Google
Homepage
Verkennen
Dichtbij
Profiel