1914 - 2000

Jan Karski. Humanity's Hero®

Polish History Museum

'Ik was een onbeduidende man. Het was mijn missie die belangrijk was.'
Jan Karski in zijn interview met Claude Lanzmann, 1978

In juli 1942 begonnen de Duitse nazi's met de massadeportatie van Joden uit het bezette Warschau naar het vernietingskamp Treblinka. Jan Karski, een jonge diplomaat die koerier was geworden voor het Poolse verzet, waagde zich aan een missie van onvoorstelbaar belang: hij meldde zich aan om een ooggetuigenverslag te verzamelen van de vernietiging van de Joodse bevolking van Polen en dit bekendheid te geven in de Vrije Wereld. Hij ging twee keer naar het getto in Warschau en later naar het doorgangskamp Izbica Lubelska.

Onvoorstelbaar genoeg wist Karski met meerdere valse identiteiten eind november Londen te bereiken. Daar maakte hij gedetailleerde schriftelijke verslagen voor de Poolse regering in ballingschap die in Londen was gevestigd, en informeerde hij Anthony Eden, de Britse minister van Buitenlandse Zaken. Vervolgens werd hij doorgestuurd naar Washington, waar hij een uur met president Franklin D. Roosevelt sprak in de Oval Office.

Op het moment dat Karski alarm sloeg, waren de meeste van de Joodse Polen al vermoord. Maar er was nog gelegenheid om degenen te redden die nog leefden.

Karski, die op 86-jarige leeftijd overleed, beschouwde de inactiviteit van de Vrije Wereld als de 'tweede erfzonde' van de mensheid. Zijn getuigenverslag is nog altijd een van de meest welsprekende uiteenzettingen tegen oorlog. Het roept op tot actie wanneer mensen worden geconfronteerd met uitingen van discriminatie en vernedering, onrecht en wreedheid, gebeurtenissen die vaak aanleiding geven tot politieke moord en genocide.

De industriële multiculturele stad Łódź was de geboorteplaats van Jan Karski (oorspronkelijke naam: Kozielewski).

Tijdens zijn jeugd in de bloeiende textielhoofdstad, die tijdens de eeuwwisseling het 'beloofde land' was voor mensen van verschillende nationaliteiten en religies, leerde Karski al jong wat het belang van tolerantie en samenwerking was.

Het gezin Kozielewski gefotografeerd in een studio in Łódź in 1918, het jaar waarin Polen onafhankelijk werd na 130 jaar verdeling en buitenlands bestuur.
Jan Karski met zijn oudere broer Edmund, 1922.

De Rooms-Katholieke familie Karski woonde in een appartementencomplex samen met Joodse families. Karski's diepgelovige moeder herinnerde hem er vaak aan op de jongere Joodse kinderen te letten. 

Karski's oudste broer, Marian Kozielewski, trad toe tot de Piłsudski-legioenen en speelde een rol in Piłsudski's succesvolle campagne voor nationale onafhankelijkheid in 1918. Op de foto Karski's broers en zus: van links naar rechts Cyprian, Laura en Marian.

Karski was van bescheiden afkomst. Zijn vader, Stefan Kozielewski, was een leerbewerker en ambachtsman die stierf toen Karski zes was. Het was Marian, Karski's oudste broer, die een vader werd voor de jonge Karski. Zowel Karski's moeder Walentyna als zijn broer Marian brachten hem een idealisme bij dat wijdverspreid was onder die generatie, waarbij God, Eer en Vaderland als de drie pijlers werden beschouwd waarop de Tweede Republiek rustte. 

De steun van het gezin, aangeboren talent en de gunstige positie van zijn broer Marian in Polen tijdens het Interbellum bepaalden Karski's jeugd. Hij slaagde met slag en wimpel aan de universiteit en was een stap dichter bij zijn droom: diplomaat worden. 
Karski behaalde een mastertitel in Juridische en diplomatieke wetenschappen aan de Jan Kazimierz-universiteit in Lwów, 1935.

Karski gaf jaren later toe dat zijn ambitie een van de redenen was waarom hij het niet opnam voor de vervolgde Joodse studenten aan de universiteit – Karski was bang erbij betrokken te raken.

In die tijd vierde het antisemitisme hoogtij onder nationalisten in heel Europa, waaronder Polen, en de Joden werden op verschillende manieren vervolgd en gediscrimineerd.

Jan Karski en zijn date op oudejaarsavond 1938-'39, Warschau.

In 1936 begon Karski voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken te werken. Die baan opende deuren naar de hogere kringen van Warschau. Hierna werkte hij meer dan een jaar in het buitenland als stagiaire bij diplomaten in Genève en Londen.

In de nacht van 23 augustus 1939 ontving Karski een geheim mobilisatiebevel dat een einde maakte aan zijn jeugddromen.  

Karski herinnert zich de sfeer na de mobilisatie en de uitbraak van de oorlog in een interview met E. Thomas Wood. 
Op 1 september 1939 brak de oorlog uit. Om vijf uur 's morgens bombardeerden Duitse vliegtuigen de barakken in Oświęcim waar Karski's eenheid was gestationeerd. Een paar uur later trokken de tweede luitenant en zijn bataljon zich terug richting het oosten. 
Een Duitse soldaat markeert een grenspost op de grens tussen Duitsland en de Sovjet-Unie.

Op 23 augustus 1939 werd het geheime Verdrag van non-agressie tussen Duitsland en de Sovjet-Unie getekend in Rusland. Hierin werd Oost-Europa onderverdeeld in invloedsgebieden onder bestuur van Duitsland en de Sovjet-Unie. In een geheim protocol werden richtlijnen vastgesteld voor de verdeling van landen zoals Polen, Litouwen, Letland, Estland, Finland en Roemenië. Dit pact vormde de voorbereiding voor de Sovjet-invasie van Polen vanuit het oosten terwijl het land een kansloze oorlog voerde tegen Hitlers leger.

Het Molotov-Ribbentroppact (het Nazi-Sovjet-pact) bereidde de weg voor voor de Sovjet-invasie van Polen vanuit het oosten terwijl de Polen oorlog voerden met Hitlers leger.

'[We werden overweldigd door gevoelens van] schaamte en schande. Het gebeurde allemaal zo snel. De natie was totaal niet voorbereid.'

Jan Karski tegen journalist Maciej Wierzyński in 1995.
Karski herinnert zich in zijn interview met E. Thomas Wood hoe het beeld dat hij had van de macht van Polen helemaal instortte. 
Karski was krijgsgevangen genomen door het Rode Sovjet-leger en ontsnapte maar ternauwernood aan het bloedbad van Katyn.

Op 17 september 1939 viel het Sovjet-leger Polen binnen. Karski en zijn bataljon waren op weg naar Tarnopol in de Oekraïne toen ze op het Rode Leger stuitten. De Sovjets beloofden samenwerking, maar namen de Polen uiteindelijk krijgsgevangen en stuurden hen naar een kamp in het Russische Kozielsk.

De officieren werden slechter behandeld dan de dienstplichtige soldaten. Toen de Duitsers en Russen een krijgsgevangenenruil aankondigden, waren de regels streng: dit gold alleen voor gewone soldaten. Karski aarzelde niet. Hij ruilde zijn officiersuniform voor een soldatenuniform en zei een fabrieksarbeider uit Łódź te zijn. Deze list redde zijn leven. De overgebleven officieren werden massaal vermoord in het bos bij Katyń in de buurt van Smolensk (Rusland), een van de gruwelijkste misdaden van de oorlog.

Karski ontsnapte aan zijn Duitse gevangennemers door uit een rijdende trein te springen. Hij bereikte Warschau te voet. Net zoals de meeste intellectuele en patriottistische Polen werd Karski onmiddellijk lid van het Poolse verzet, de grootste en invloedrijkste verzetsorganisatie in oorlogstijd in bezet Europa.

In zijn verslagen aan de Poolse regering in ballingschap schetste Karski niet alleen het politieke beeld, maar ook de strijdbare houding van gewone Poolse burgers ten opzichte van de bezetter.

Karski begon eind 1939 voor het Poolse verzet te werken. Met zijn grote intelligentie en uitstekende geheugen werd hij al snel geselecteerd als een van de boodschappers tussen de Poolse regering in ballingschap en het verzet. Tijdens zijn eerste missie in 1940 deed hij verslag van de situatie in bezet Polen aan de Poolse regering, die op dat moment in het Franse Angers zat. Hij keerde terug met organisatierichtlijnen van de regering voor de verzetsleiders. Karski leerde alle belangrijke informatie uit zijn hoofd en dicteerde deze in rapporten zodra hij zijn bestemming had bereikt.

Met diverse valse identiteiten, vervoersmiddelen en zijn scherpzinnigheid voerde Karski met gevaar voor eigen leven vier missies uit als koerier voor het Poolse verzet: missies 1 en 2, 1940: gele lijn - Warschau-Angers-Warschau; missie 3, 1940: blauwe lijn - Warschau-Angers, afgebroken in Demjata, Slowakije; missie 4, 1942: rode lijn - Warschau-Londen via Brussel, Parijs, Perpignan, Barcelona, Madrid, Gibraltar.
Op zijn eerste missie naar de Poolse regering in ballingschap in het Franse Angers in 1940 moest Karski verslag doen van de algemene situatie in Polen onder de bezetting. Hij bracht de Poolse autoriteit op de hoogte van de ernstige situatie van de Poolse Joden.
Officiële nazi-aankondigingen bedoeld om Poolse burgers te terroriseren en hen strenge maatregelen op te leggen in hun dagelijks leven.

Karski deed verslag van de situatie aan de Poolse regering in ballingschap. Onder de nazi-Duitse bezetting konden Poolse burgers niet alleen worden opgepakt en vermoord vanwege hun lidmaatschap van het verzet, maar ook bij dagelijkse activiteiten. De verplichte rantsoenering betekende honger. De zwarte markt maakte gewone producten beschikbaar voor mensen die nog geld hadden.

De bezetter probeerde niet alleen het moreel van de Poolse burgers te ondermijnen, maar ook de Poolse natie cultureel en economisch te verzwakken. Alle instellingen voor hoger onderwijs werden gesloten, onderwijs in het Pools werd verboden en bestraft met de doodstraf. Dagelijks werden bezittingen in beslag genomen. Leven onder de bezetter betekende doorlopende angst voor willekeurige razzia's en executies, voor het overtreden van de nieuwe naziregels en voor represailles en de dood.

De Poolse regering in ballingschap in het Franse Angers liet Jan Karski de conceptstructuur van het Poolse verzet, de taakverdeling en communicatiekanalen uit zijn hoofd leren. Afgezant Karski bracht het hele concept over naar de politieke leiders in bezet Polen. Op basis van deze richtlijnen kreeg de eerste en belangrijkste verzetsbeweging in Europa vorm.

Structuur van het Poolse verzet en de relatie tot de regering in ballingschap, 1942.

Karski vertrok te voet over het Tatra-gebergte op een derde missie naar Angers in juni 1940 met informatie van belangrijke verzetsleiders. Het was slecht weer en hij stopte om te overnachten in het Slowaakse dorp Demjata, waar een omgekochte gastheer hem verraadde aan de Gestapo. Karski werd gearresteerd en gemarteld en probeerde zich van het leven te beroven om te voorkomen dat hij geheimen zou verraden. Dit werd ontdekt en hij werd overgebracht naar een ziekenhuis in Nowy Sącz in Polen. Jan Słowikowski, een jonge arts die was betrokken bij het verzet, organiseerde samen met een groep medestanders een gewaagde ontsnapping.

Gedenkplaat voor degenen die werden vermoord voor hun hulp bij Karski's ontsnapping uit een ziekenhuis in Nowy Sącz.

De gewone Poolse burgers, waarvan 70 procent op het verarmde platteland leefde, waren erg gedemoraliseerd. Leven onder de bezetter betekende constante angst, argwaan en wantrouwen. De Pools-Joodse relaties, die voor de oorlog al op gespannen voet stonden, verslechterden snel toen Hitlers volgelingen 'Die Endlösung der Judenfrage' (definitieve oplossing van het Jodenvraagstuk) begonnen toe te passen in bezet Polen.  

De leiders van het verzet waren zich bewust van de houding van veel Poolse christenen ten opzichte van hun Joodse landgenoten. Ze zagen antisemitisme als een smet op de natie. In officiële pamfletten en illegale publicaties waarschuwden ze degenen die meewerkten aan het implementeren van de antisemitische terreur voor de potentiële gevolgen.

Het directoraat van burgerlijk ondergronds verzet publiceerde een 'Waarschuwing' voor hen die meewerkten aan de Jodenvervolging.
Karski herinnert zich zijn ontmoeting met de Wertheims, een Joodse familie, en dat hij zich voordeed als een 'szmalcownik' (afperser) om hen te redden. 
Een officiële proclamatie van het Ondergrondse front voor de wedergeboorte van Polen, geschreven door Karski's mentor en vertrouwelinge, Zofia Kossak, medeoprichtster van een katholieke verzetsgroep 'Front voor de wedergeboorte van Polen' en de 'Raad voor hulp aan Joden' (''Żegota') en schrijfster van bestsellers op het gebied van historische fictie. 

'De wereld kijkt naar deze gruweldaad, verschrikkelijker dan wat ooit is gezien, en blijft stil.... Deze stilte kan niet langer worden getolereerd. Wat de motieven ook zijn, ze zijn verachtelijk. Wanneer men wordt geconfronteerd met misdaad, kan met niet passief blijven afwachten. Wie zich stilhoudt wanneer hij wordt geconfronteerd met slachtingen, geeft een volmacht aan de moordenaar. Wie niet veroordeelt, geeft toestemming.'

Zofia Kossak schreef in 'Protest'. 

De nazi-Duitse regelgeving betekende dat wie alleen al informatie achterhield over ondergedoken Joden (laat staan ze helpen en verbergen), serieuze en zelfs dodelijke straffen boven het hoofd hingen. De hele familie van iemand die Joden hielp, liep risico. 

Het Derde besluit van gouverneur-generaal Hans Frank met betrekking tot woonbeperkingen in het Generaal-Gouvernement (bezet Polen) waarin de doodstraf werd aangekondigd voor hulp aan Joden, 15 oktober 1941. 

De Duitse nazi's begonnen op 22 juli 1942 met de massadeportaties van Joden uit het getto van Warschau naar het vernietigingskamp Treblinka. 

Joden uit het getto van Warschau op weg naar de Umschlagplatz, waar ze werden samengebracht voor deportatie naar het vernietigingskamp Treblinka.
Toen Karski het getto wist binnen te komen, waren al bijna 300.000 Joden gedeporteerd.

In de herfst van 1942 vertrok Karski op zijn laatste en belangrijkste missie, een die de overgebleven Joden van Polen had kunnen redden. Hij was getuige geweest van de doorlopende vernietiging van de Joden in Polen, zodat hij een ooggetuigenverslag kon geven van de 'Endlösung der Judenfrage'. Hij werd twee keer het getto van Warschau binnengesmokkeld om het leed van de Joden met eigen ogen te aanschouwen.

'Dit was niet onze wereld. Dit was niet de mensheid zoals we die kennen. Het was een hel,' zo verwoordde Karski het 36 jaar later tegen Claude Lanzmann.

'Er lagen naakte lichamen op straat. Ik vroeg mijn gids: 'Waarom liggen die hier?' Hij zei: 'Ze hebben een probleem. Als een Jood sterft en zijn familie hem wil begraven, moeten ze er belasting over betalen. Dus gooien ze de lichamen gewoon op straat. Ze kunnen het zich niet veroorloven. En daarna zeggen ze: 'Elk vod telt', en kleden ze hen uit.'

Karski beschreef zijn bezoek aan het getto aan Claude Lanzmann in 1978.

De Joodse leiders die Karski het getto binnensmokkelden, regelden een bezoek aan een nazi-Duits doorgangskamp waar hij kon zien hoe Joden in treinen werden gedreven om naar hun dood te worden gestuurd. Karski kwam in vermomming het doorgangskamp Izbica binnen. Jarenlang dacht hij dat hij het concentratiekamp in Bełżec had bezocht, zoals hij ook beschreef in zijn boek 'Story of a Secret State' (Verhaal van een geheime staat) uit 1944. Later haalde hij herinneringen aan deze verschrikkelijke ervaring op in zijn interview voor Lanzmanns documentaire 'Shoah'.

Karski herinnert zich zijn bezoek aan Izbica in zijn interview met de Franse filmmaker Claude Lanzmann, 1978. 
Joden worden een trein naar Treblinka ingedreven op de Umschlagplatz aan Ulica Stawki in Warschau, 1942.
Karski beschrijft de methoden van de nazi-Duitsers in de 'Endlösung' aan Claude Lanzmann. 

'Ze stompten met geweerkolven, ze schoten, ze duwden hen in de wagens. Ze tilden ze op, duwden ze op hun hoofd, de wagens in. Toen twee wagens vol zaten, vertrok de trein. Ik voelde me misselijk.'

Onvoorstelbaar genoeg wist Karski dankzij meerdere valse identiteiten, vervoersmiddelen en zijn scherpzinnigheid eind november Londen te bereiken. Daar maakte hij gedetailleerde schriftelijke verslagen voor de Poolse regering in ballingschap die in Londen was gevestigd, en informeerde hij Anthony Eden, de Britse minister van Buitenlandse Zaken. Vervolgens werd hij doorgestuurd naar Washington, waar hij een uur met president Franklin Roosevelt sprak. Hij vroeg beide leiders een einde te maken aan de Holocaust. Tragisch genoeg vond hij nauwelijks gehoor. 

Een bericht aan de geallieerde en neutrale regeringen over de massale uitroeiing van de Joden in door Duitsland bezet Polen, 10 december 1942.

Op 10 december 1942 gaf het Poolse ministerie van Buitenlandse Zaken een bericht uit aan de regeringen van de Verenigde Naties waarin de doorlopende massavernietiging van de Joodse bevolking in bezet Polen werd beschreven, onder andere gebaseerd op Karski's ooggetuigenverslag. 

Na een week veroordeelden de geallieerden Duitslands politiek van Jodenvernietiging in Europa officieel. De Britse minister van Buitenlandse Zaken Anthony Eden las de bepalingen van de verklaring voor in het parlement en de parlementsleden stonden op voor een moment van stilte om hun gezamenlijke steun te betuigen. De BBC zond de verklaring uit in het avondjournaal.

'De aandacht van de twaalf geallieerde regeringen is gevestigd op diverse berichten uit Europa dat de Duitse autoriteiten, die niet langer tevreden zijn met het ontzeggen van de meest basale mensenrechten aan mensen van het Joodse ras in alle gebieden waarover hun barbaarse bewind zich uitstrekt, nu Hitlers vaak herhaalde intentie in praktijk brengen om het Joodse volk in Europa uit te roeien. ... De bovengenoemde regeringen en het Franse comité voor de nationale bevrijding verwerpen dit beestachtige beleid van koelbloedige uitroeiing ten zeerste. Ze verklaren dat dergelijke gebeurtenissen hun serieuze voornemen alleen maar verder versterken om ervoor te zorgen dat degenen die verantwoordelijk zijn voor deze misdaden, hun straf niet zullen ontlopen, en dat ze de praktische maatregelen zullen treffen die nodig zijn om dit doel te bereiken.'

Verklaring van de twaalf geallieerde regeringen aangaande de verantwoordelijkheid voor de uitroeiing van de Joden, 17 december 1942.

Karski deed zijn ooggetuigenverslag aan tientallen politici, journalisten en schrijvers: de leiders van de Vrije Wereld. Hij deed verslag aan de Britse minister van Buitenlandse Zaken Anthony Eden, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Cordell Hull, rechter Felix Frankfurter van het Hooggerechtshof en zelfs aan de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt. Als afgevaardigde pleitte Karski bij deze leiders om in te grijpen. Hij bracht hen de eisen van de Joodse leiders over en gaf een gedetailleerd verslag van wat hij had gezien. 'Ik was een camera,' 'Ik was een machine,' 'Ik was als het ware een grammofoonplaat,' zei hij daar later over. 

Jan Karski in 1943.

'Ik was als het ware een grammofoonplaat.'

Zo beschreef Karski het later. 
Karski herinnert zich een van zijn meest memorabele ontmoetingen: die met Szmul Zygielbojm, een lid van de Nationale raad van de Poolse regering in ballingschap.
Een paar maanden na Karski's ontmoeting met Zygielbojm, in april 1943, kwamen de Joden in het getto van Warschau in opstand. Met slechts enkele lichte wapens wisten ze het drie weken vol te houden. halverwege mei 1943 brandde de vijand het hele getto plat met iedereen die zich erin bevond. Er bleef niets anders van over dan smeulende ruïnes.

Szmul Zygielbojm beroofde zich van het leven in Londen. Hij liet een brief achter waarin hij verklaarde dat zijn zelfmoord een protest was tegen de passiviteit van de geallieerden rond het lot van de Joden, en dat hij hoopte dat zijn dood het leven van enkele overgebleven Joden zou redden. 

'Het Joodse probleem tijdens de Tweede Wereldoorlog is de dood van Zygielbojm. Hieruit spreekt een totale hulpeloosheid, de onverschilligheid van de wereld.'
Szmul Zygielbojms afscheidsbrief, 11 mei 1943
Op 28 juli 1943 deed Karski verslag aan president Franklin D. Roosevelt over de situatie in bezet Polen en de verschrikkelijke situatie waarin de Joodse bevolking verkeerde.
President Franklin D. Roosevelt

Iedereen zou verwachten (net als Jan Karski deed) dat president Franklin D. Roosevelt, een integer mens bij uitstek, de Holocaust kon stoppen en de overgebleven Joden kon redden als opperbevelhebber van de strijdkrachten van zijn land. Het was echter pas aan het eind van de oorlog dat de Amerikaanse regering actie ondernam en de War Refugee Board instelde, waarmee uiteindelijk ongeveer 200.000 Europese Joden werden gered.

In 1943 ontmoette Karski rechter Felix Frankfurter van het Amerikaanse Hooggerechtshof. Karski was geschokt dat de rechter weigerde te accepteren dat menselijke wreedheid op zo'n monumentale schaal kon bestaan.

'Mijn hoofd en hart zijn zo gemaakt dat ik het niet kan accepteren. Ik ben een rechter van mensen. Ik ken de mensheid. Ik ken mensen. Onmogelijk! Nee! Nee!'

Felix Frankfurter nadat hij Karski's verslag had gehoord. 

Nadat zijn identiteit was ontdekt door de nazi-Duitsers, kon Karski niet meer terugkeren naar Polen. De regering in ballingschap gaf hem een nieuwe opdracht: Hollywood ervan overtuigen een film te maken over de Poolse strijd om de publieke opinie op de hand te krijgen van een door Sovjet-dominantie bedreigd Polen. Toen dat niet lukte, ging Karski dag en nacht aan het werk om een boek te schrijven over het Poolse verzet en zijn ervaringen in de oorlog. 'Story of a Secret State' (in 2011 in het Nederlands verschenen als 'Mijn bericht aan de wereld') werd in de VS gepubliceerd door Houghton Mifflin en werd onmiddellijk een sensatie: er werden 400.000 exemplaren verkocht. Het boek werd al snel vertaald in het Frans, Zweeds, Noors en IJslands.

Eerste druk van 'Story of a Secret State'.

Zodra 'Story of a Secret State' een bestseller werd, werd Karski uitgenodigd om in de VS en Canada lezingen te geven over het Poolse verzet en de situatie in door nazi's bezet Polen. En toen veranderde de situatie plotseling.

Karski gaf overal in de VS en Canada lezingen over het Poolse verzet.

In 1945 erkende de Amerikaanse regering de nieuwe, door de Sovjets ingestelde Poolse marionettenregering in Lublin. Karski en het Polen waarvoor hij stond, werden onder het tapijt geveegd op verzoek van 'Uncle Joe' Stalin. In Polen was er onder het Sovjet-bestuur geen ruimte voor oppositie. Alle overlevende verzetsstrijders werden aangemerkt als de 'miezerige dwergen van het verzet' en genadeloos uitgeroeid door de nieuwe heersende elite.   

Jan Karski in 1943.

Karski kon niet terugkeren naar Polen en begon een nieuw leven in Amerika. Hij had moeite om rond te komen en renoveerde huizen om wat bij te verdienen. Hij werd uitgenodigd door rector magnificus Edmund A. Walsh van Georgetown University om een academische carrière te beginnen. Karski zou 40 jaar in Georgetown blijven, waar hij lesgaf aan de School of Foreign Service en daar generaties toekomstige leiders inspireerde.  

In 1952 promoveerde Jan Karski aan Georgetown University. 

In 1965 trouwde Jan Karski met de Pools-Joodse danseres en choreografe Pola Nireńska, de liefde van zijn leven. Het grootste deel van haar Joodse familie was vermoord in concentratiekampen tijdens de oorlog. Alleen Nireńska en haar ouders wisten te ontsnappen. Ze verliet Polen vroeg tijdens het Interbellum om te proberen haar droom van een carrière als danseres waar te maken, terwijl haar ouders in de jaren dertig naar Palestina verhuisden, met een voorgevoel van de naderende dreiging voor de Joden in Europa. 

Nireńska werd vlak voor hun huwelijk gedoopt als katholiek. Karski herinnerde zich later dat zijn vrouw het mooi vond dat in het katholicisme God een Jodin had uitgekozen als de moeder van zijn geliefde Zoon. 

Meer dan 30 jaar bleef Karski grotendeels zwijgen over zijn ervaringen in de Tweede Wereldoorlog. Alleen door de volharding van de Franse filmmaker Claude Lanzmann, die een documentaire maakte over de Holocaust, ging Karski er uiteindelijk mee akkoord zijn verhaal aan een groter publiek te vertellen.

Het acht uur durende interview vormde de basis voor Karski's 'tweede missie': spreken over de Holocaust en het gebrek aan actie van de leiders in de Vrije Wereld. Als professor benadrukte hij het belang van een individueel geweten en persoonlijke waarde en hekelde hij het harteloze pragmatisme van naties, organisaties en staten.

In Claude Lanzmanns 'Shoah' vertelde Karski na meer dan 30 jaar zijn verhaal aan een groter publiek.

'Ik haal mijn herinneringen niet op. ... Ik praat er niet over.' 

Begin jaren tachtig begon Karski zijn 'tweede missie': de wereld herinneren aan de onverschilligheid van de geallieerden.

'De Heer gaf mij een rol om te spreken en te schrijven tijdens de oorlog, toen ik dacht dat dat zou helpen.Tegen het einde van de oorlog kwam ik erachter dat de regeringen, de leiders, de wetenschappers en de schrijvers niet wisten wat er was gebeurd met de Joden. Ze waren volledig verrast. De moord van zes miljoen onschuldige mensen was een geheim, een 'vreselijk geheim'. ... Toen werd ik jood. Maar ik ben een christelijke jood: ik ben praktiserend katholiek. ... Mijn geloof vertelt me dat de Tweede Erfzonde is begaan door de mensheid: door te doen of te laten, door zelfopgelegde onwetendheid, ongevoeligheid, eigenbelang, hypocrisie of harteloze rationalisatie. Deze zonde zal de mensheid tot het einde der tijden achtervolgen. Hij achtervolgt mij. En dat wil ik ook.'

Karski op de International Liberators' Conference in 1981.

In juni 1982 plantte Jan Karski zijn boom aan de Laan der Rechtvaardigen onder de Volkeren op de Herinneringsberg in Jeruzalem. In de jaren daarna werden hem vele onderscheidingen toegekend: de Courage to Care Award van de Anti-Defamation League (1988, die in 2012 werd hernoemd tot de Jan Karski Courage to Care Award); de Pius XI Award (1990); de Eisenhower Liberation Medal (1991); de Wallenberg Medal (1991); en de Presidential Medal of Freedom (2012), uitgereikt door president Barack Obama.

Op 7 juni 1982 erkende Yad Vashem Jan Karski als Rechtvaardige onder de Volkeren.
Op 12 mei 1994 ontving professor Karski het ereburgerschap van Israël.

'Nu ben ik, Jan Karski, geboren als Kozielewski, een Pool, een Amerikaan en een katholiek ook een Israëliet! Gloria, Gloria in excelsis Deo. Dit is de meest trotse en meest betekenisvolle dag van mijn leven. Met het ereburgerschap van de staat Israël heb ik de spirituele bron van mijn christelijke geloof bereikt.'

Karski na het aanvaarden van het ereburgerschap van Israël in 1994. 

Professor Karski was een rechtvaardig man, een echte nationale held zonder enig chauvinisme. Hij was de 'trotse en nobele vertegenwoordiger van de Polen van weleer', zoals Adam Michnik zei toen hij de Jan Karski Eagles Award ontving.

In de jaren tachtig en negentig was de professor betrokken bij het overbruggen van een pijnlijke kloof tussen Polen en Joden in Amerika en wereldwijd en werkte hij aan een Pools-Joodse dialoog na de oorlog. Karski had de moed om tegen het tij in te gaan: hij durfde het gedrag van Poolse landgenoten en de politiek van Polen te bekritiseren.

In 1989 viel het communisme uiteen: eerst in Polen en daarna in de rest van Centraal-Europa. Het verval begon met de oprichting van Solidarność (Solidariteit), vrije vakbonden, inspiratie van paus Johannes Paulus II en het onvermoeibare werk van de prodemocratische oppositie in Polen. Karski, die persona non grata was in de Republiek Polen, kreeg eindelijk de erkenning die hij verdiende. 

Lech Wałęsa wordt in triomf rondgedragen door zijn aanhangers na de registratie van de vakbond Solidarność, 10 november 1980.
Affiche voor de Poolse verkiezingen van 4 juni 1989, de eerste verkiezingen in het nieuwe democratische Polen. 
In 1995 ontving Karski de hoogste Poolse burgeronderscheiding van president Lech Wałęsa: de Orde van de Witte Adelaar.
De School of Foreign Service aan Georgetown University, waar Karski 40 jaar les gaf in de geschiedenis van het communisme en internationale betrekkingen, is een van de belangrijkste universiteiten voor jonge Amerikanen en internationale studenten die geïnteresseerd zijn in wereldpolitiek en internationale betrekkingen. Veel van de meest prominente politici en maatschappelijke en zakelijke leiders van tegenwoordig hebben les gehad van Karski.

Karski overleed op 13 juli 2000, maar zijn nalatenschap blijft bestaan. Zo lang jong en oud meer moeten leren over de verschrikkingen van de Holocaust, die plaatsvonden in een door oorlog verscheurd en bezet Polen, is Karski's missie nog niet afgerond. Mensen hebben Karski's wijsheden nog altijd nodig wanneer ze naar inspiratie en begeleiding zoeken over hoe ze moeten handelen wanneer de omstandigheden op hun slechtst zijn. Ze leren hoe ze boodschappers van de waarheid kunnen worden. Jan Karski, Humanity's Hero, roept een ieder van ons in actie te komen namens onderdrukte volkeren overal ter wereld.

Tal van personen en instellingen hebben zich volledig gewijd aan het herdenken van professor Karski en zijn daden, en dat aantal neemt alleen maar toe. Het Pools Historisch Museum beheert het programma 'Jan Karski: een onvoltooide missie' in samenwerking met de Jan Karski US Centennial Campaign, die is uitgegroeid tot de Jan Karski Educational Foundation. Het doel van deze samenwerking is aandacht te vragen voor deze bijzondere man en Karski's nalatenschap bekendheid te geven met internationale educatieve activiteiten, openbare evenementen en artistieke optredens, in de aanloop naar het honderdjarig jubileum van zijn geboortejaar in 2014, en nog ver daarna. 

Jan Karski, maart 2000.
Voormalig Pools minister van Buitenlandse Zaken Adam Daniel Rotfeld neemt de Presidential Medal of Freedom voor Jan Karski in ontvangst uit handen van president Barack Obama, 29 mei 2012. 

'We moeten onze kinderen vertellen hoe het kwam dat dit kwaad kon bestaan: omdat zo veel mensen bezweken voor hun slechtste instincten, en omdat zo veel anderen stil langs de zijlijn bleven staan. Maar laten we onze kinderen ook vertellen over de Rechtvaardigen onder de Volkeren. Onder hen was Jan Karski, een jonge Poolse katholiek, die ervan getuige was hoe Joden in veewagens werden geduwd, die het moorden zag, en die de waarheid vertelde tot aan president Roosevelt aan toe. Jan Karski overleed meer dan tien jaar geleden. Maar ik ben trots vandaag te kunnen aankondigen dat ik hem deze lente Amerika's hoogste burgeronderscheiding verleen: de Presidential Medal of Freedom.' 

De Amerikaanse president Barack Obama op 23 april 2012 in het United States Holocaust Memorial Museum.
Credits: verhaal

Curation — Dorota Szkodzińska, Polish History Museum
Edition — Wanda Urbańska, director of the Jan Karski US Centennial Campaign
Under the supervision of — Ewa Wierzyńska, leader of Jan Karski. Unfinished Mission program, Polish History Museum
IT support — Artur Szymański 
We would like to thank all partners in the project: — The Museum of the City of Łódź, The Jewish Historical Institute in Warsaw, E. Thomas Wood, Carol Harrison, Hoover Archives, The United States Holocaust Memorial Museum.
Exhibit's origins — The exhibit is one of the projects of Jan Karski. Unfinished Mission program run by Polish History Museum. More information on www.JanKarski.org and www.JanKarski.net.

Credits: alle media
Het uitgelichte verhaal kan in sommige gevallen zijn gemaakt door een onafhankelijke derde partij en kan afwijken van de standpunten van de hieronder vermelde instituten die de content hebben geleverd.
Vertalen met Google
Homepage
Verkennen
Dichtbij
Profiel