1696 - 1920

De Munt / La Monnaie (I)

La Monnaie / De Munt

Twee eeuwen vol van artistieke geschiedenis en dramatische gebeurtenissen

In 1696 laat Gio Paolo Bombarda, een Italiaanse financier en zakenman die zich in Brussel had gevestigd, met de steun van de landvoogd Maximiliaan Emanuel van Beieren door de Italiaanse architecten Paolo en Pietro Bezzi een nieuwe schouwburg bouwen, op de plek waar een tot puinhoop herleide muntslagerij stond.

Voor deze locatie werd ook om economische redenen gekozen: in tegenstelling tot de bovenstad, waar de adel woonde, was de benedenstad rondom de Grote Markt een buurt van handelaars en burgers, het kernpubliek van het openbare theater van Bombarda.

Het Théâtre de la Monnoye was helemaal ingesloten in een huizenblok. Het interieur was nagenoeg volledig van hout: 93 loges verspreid over vier verdiepingen, enkele banken op de parterre en tal van staanplaatsen, goed voor in totaal zowat 1200 toeschouwers.

De voorgevel was versierd met pilasters en een bas-reliëf dat De Moeder van de Toneelkunst voorstelde. De Italiaanse componist Pietro Antonio Fiocco werd de eerste muziekdirecteur.

Honderd jaar later werd de zaal door de stad Brussel verbouwd om beter te passen bij de heersende mode. De nieuwe constructie, uitgetekend door de Franse architect Louis Damesme, werd opgetrokken op een terrein achter de toenmalige schouwburg, die in 1820 werd afgebroken om plaats te maken voor de aanleg van het Muntplein.

De zaal had een U-vorm met een traditionele indeling in rangen: verdiepingen met loges voor de hogere klasse en plaatsen op de parterre en in de engelenbak voor het gewone volk. Het interieur werd gekenmerkt door typisch achttiende-eeuwse lichte tinten. Ze telde ongeveer 2000 plaatsen, waarvan 1800 zitplaatsen.

Ter hoogte van het voortoneel bevonden zich de koninklijke loges. Het koepelplafond was beschilderd met vergulde geniën tegen een witte achtergrond "net als de arabesken en andere ornamenten in deze zaal, die tot de mooiste van Europa kan worden gerekend". (Guide touristique Goetghebuer, 1827)

De nieuwe schouwburg werd op 25 mei 1819 ingehuldigd met een grand opéra van Grétry, La Caravane du Caire. Het beheer werd toevertrouwd aan privédirecties.

Een voorstelling van De Stomme van Portici van de Franse componist Auber ontketende in augustus 1830 de opstand tegen het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, waar de Belgische provincies sedert 1815 deel van uitmaakten.
Dit inmiddels in vergetelheid geraakte werk van Auber werd gekenmerkt door een erg patriottische en identitaire geladenheid, gevoed door de ideeën van de Franse Revolutie.

De woorden van de held Masaniello, "Amour sacré de la patrie" in het tweede bedrijf, zetten het publiek in rep en roep. Terwijl ze "Vive la liberté" roepen verlaten de toeschouwers de zaal en sluiten ze zich aan bij de massa die reeds op het Muntplein was samengestroomd. De Belgische onafhankelijkheidsstrijd breekt uit.

Twee musici van de Munt, Louis Dechez Jenneval en François Van Campenhout, schreven de tekst en de muziek voor De Brabançonne die naderhand het Belgische volkslied wordt.

In de jaren die volgen op de onafhankelijkheid, is de Munt een niet te missen ontmoetingsplaats voor de Brusselse maatschappij. Komische opera's, grand opéra, dans en gesproken toneel delen er dag na de dag het toneel.

In 1854 werd het fronton van het peristilium versierd met een bas-reliëf van de beeldhouwer Eugène Simonis dat hij de titel De harmonie van de menselijke passies meegaf.

Hoewel de Munt al in de jaren 1820 was overgeschakeld op gasverlichting, werd het gebouw op 21 januari 1855 door een enorme brand volledig in de as gelegd. Omdat het een zondagochtend was, was het gebouw gelukkig leeg. Er vielen slechts drie slachtoffers.

Overkapt met een gietijzeren dakstructuur - een primeur - werd de zaal verbouwd tot vier verdiepingen open balkons met daarachter een rang loges. Een grote vestiaire en een derde kelderverdieping werden toegevoegd. De arcaden aan de zijkanten werden dichtgemaakt en omgebouwd tot dienstruimtes.

Aan de technische infrastructuur werd weinig aandacht besteed, in tegenstelling tot de versiering waarvoor de stad aanzienlijke bedragen veil had. Men moest 'de architect de kans bieden zijn goede smaak te etaleren en een gebouw de hoofdstad waardig te ontwerpen!' Voor het eerst domineerden de rode tinten.

In de daaropvolgende jaren wijzigde de programmering diepgaand, wat uitmondde in het verdwijnen van het gesproken toneel. Hoewel het nog regelmatig gebeurde dat er illustere artiesten te gast waren, zoals de Parijse actrice Sarah Bernhardt, werd opera geleidelijk aan de kernactiviteit.

Toen de Frans-Duitse Oorlog van 1870 de Duitse opera's uit de Parijse zalen bande, werd de Munt een belangrijk centrum voor de verspreiding van Duits werk en een toevluchtsoord voor de Parijse zangers en musici die de muziek van Wagner verdedigden. Richard Wagner zelf kwam in 1860 twee concerten dirigeren; zijn opera Lohengrin beleefde hier in 1870 zijn eerste uitvoering in zijn Franse versie.

Bovenop het klassieke Franse repertoire en wagneriaanse werken, bracht de Munt tal van wereldcreaties, waaronder Hérodiade van Massenet en Le Roi Arthus van Chausson.

Tijdens de eerste jaren van de 20ste eeuw stelde de symbolistische schilder Emile Fabry een ensemble monumentale werken samen die stap voor stap een plek kregen in de eretrappen van de schouwburg.

Tussen 1900 en 1914 vormde de directie van Maurice Kufferath en Guillaume Guidé een echte gouden tijd. Die eindigde met de creatie van Parsifal in 1914, aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog.

Het was tijdens hun mandaat dat de beroemde symbolistische kunstenaar Fernand Khnopff meewerkte aan de Muntdecors.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog ging de Muntdirectie in ballingschap. Het vertrouwde repertoire werd verboden en het personeel werd naar huis gestuurd.

De Duitse bezetter liet enkel opera's van Wagner toe en concerten met werk van Duitse componisten.

De Munt
Credits: verhaal

Peter de Caluwe, Algemeen directeur van de Munt

Virginie Peters, Project coördinatrice

Isabelle Pouget, Editorial line

Zoé Renaud, Archief van de Munt

Credits: alle media
Het uitgelichte verhaal kan in sommige gevallen zijn gemaakt door een onafhankelijke derde partij en kan afwijken van de standpunten van de hieronder vermelde instituten die de content hebben geleverd.
Vertalen met Google
Homepage
Verkennen
Dichtbij
Profiel