Idzerda's zendertechnologie (1919-1924)

Radiotelefonie en frequentie modulatie (FM)
Om echt te begrijpen van de innovatieve kracht van Idzerda's PCGG zender was, moeten we de techniek induiken. Zijn eerste radiotelefonie-experimenten dateren van de Jaarbeurs in februari 1919. Hier gebruikt Idzerda zijn eigen unieke modulatie systeem. We kennen er twee: Amplitude Modulatie (AM) en Frequentie Modulatie (FM). Idzerda vindt echter een eigen soort frequentie modulatie (FM) uit die geen extra voeding nodig heeft.
Vroege frequentie modulatie
In plaats van een extra radio lamp toe te voegen aan zijn systeem, gebruikt Idzerda deze koolstofmicrofoon om een deel van het rooster van de zendspoel te overbruggen. Met deze techniek wordt geluid omgezet in frequentie variaties. Het is een zeer ingenieuze manier om een ​​vroege vorm van frequentie modulatie (FM) te maken. We noemen dit modulatie systeem "System I".
Idzerda's zender in 1920
Op 6 november 1919 begint Idzerda met de reguliere uitzending van radioprogramma's vanuit zijn huis in de Beukstraat in Den Haag. In samenwerking met Philips heeft hij een radio zendlamp ontwikkeld. Hier is de lamp te zien in Idzerda's station PCGG, zoals het in gebruik was van 1920 tot 1921. De foto toont dat deze zender slechts één lamp bevat (centraal onder het meetpaneel). Zichtbaar is de Pathefoon met koolmicrofoon waarop hij de platen speelt die hij soms zelfs van luisteraars ontvangt.
Systeem II
Systeem I heeft te veel beperkingen voor Idzerda's smaak. Door de constructie van de zender moet de koolstofmicrofoon direct geschakeld zijn met de zendlamp. Dit betekent dat de microfoon en de zender dicht bij elkaar moeten staan. Na de ontwikkeling van een modulator lamp is dit probleem opgelost. Het uit te zenden signaal kan nu vanuit verschillende bronnen (bijvoorbeeld een violist of zanger), via een lijnverbinding naar de zender. Deze techniek wordt ook gebruikt om live-muziek zoals de Kurhaus concerten uit te zenden in 1923.
Strijkorkestjes
Idzerda streeft ernaar om live-muziek uit te zenden. Via telefoondraden kan hij meerdere bronnen aansluiten op zijn zender. Met zelfgebouwde trechters waar microfoons in zitten, versterkt hij het geluid van de muzikanten in zijn studio. Alles is experimenteel, zo ook zijn studio, uitgerust met dikke gordijnen, een rood licht en een waarschuwingsbordje.

Brandt dit licht...dan Koppen dicht, waarschuwt dit bordje dat buiten Idzerda's studio hing.

FM zender in vlammen opgegaan
In opdracht van het KNMI (Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut) in De Bilt bouwt Idzerda een zender die gebruikt zal worden om weerberichten uit te zenden. Dit is de enige opdracht die hij ooit kreeg voor de bouw van een zender volgens zijn eigen FM systeem. De KNMI zender was ingericht voor telefonie volgens Systeem I en II en voor telegrafie in “continueous wave”en “tonic train”. Helaas gaat deze zender kort na ingebruikneming bij een brand verloren. Het schema op deze blauwdruk van de KNMI zender lijkt zeer op het schema van Idzerda's PCGG zender uit 1924.
Bereik van de zender
De luisteraars van PCGG wonen overal in het land. Met een vermogen van 10 Watt krijgt hij reacties van luisteraars uit Amsterdam, Nijmegen en Ginniken. Proeven met zo weinig mogelijk vermogen tonen aan dat het lukt om met een vermogen van 1 Watt afstanden te overbruggen van 675 kilometer! Nu heeft men in die dagen natuurlijk nog weinig last van allerlei omroepzenders. De 'aether' is nog vrij leeg. Ook in Engeland wordt geluisterd naar de zender PCGG. De zogenaamde 'Dutch Concerts' zijn populair.
Pioniersfase
Idzerda is een radiopionier in een opmerkelijk tijdperk. Hij is de eerste radio-omroeper die erin slaagt om jarenlang regelmatig ​​radioprogramma's te maken voor een groot publiek. De opkomst van gezondere concurrentie dwingt zijn voortrekkersrol tot een einde. Hij verliest zijn omroepvergunning in 1924 als gevolg van financiële problemen. In 1930 krijgt hij een nieuwe vergunning, maar alleen voor onaangekondigde nachtelijke uitzendingen. Tegen die tijd is Hilversum de nieuwe radiostad geworden.
Leeftijd onbekend
De zender in het depot is moeilijk te dateren. Zeer waarschijnlijk dateert hij van na 1924. Het huidige paneel bevat vele ongebruikte gaten. Wij denken dat Idzerda dit paneel heeft gebruikt tijdens de bouw van de KNMI zender. Dit project vergde ongetwijfeld experimenten en metingen met behulp van proefschakelingen. Mogelijk heeft hij het paneel later opnieuw benut om de zender te bouwen waarmee hij in 1931 in de lucht was met zijn felicitatie programma voor "nachtuilen" in 1931.
Museaal object
Het object is in 1945, na het overlijden van Idzerda, door zijn weduwe aan het toenmalige Postmuseum geschonken. Later heeft zij ook de overige bij de zender behorende attributen geschonken. In 1950 is de zender door modificatie geschikt gemaakt voor demonstraties. Sindsdien is dit bijzondere object regelmatig tentoongesteld. Op deze foto zie je de voedingskast van de zender zoals die zich nu in onze collectie bevindt.
Credits: verhaal

Productie: Carlien Booij, Erik van Tuijn
Research: Pieter Bakker, Jette Pellemans, Carlien Booij, Erik van Tuijn
Art direction: Ruben Steeman, buro RuSt
Camera en video editing: Elmar Kroezen, Videofabrique
Animatie: Kirsten Schuil, Ruben Steeman
Speciale dank aan: Tobias Idzerda, kleinzoon van Hanso Idzerda, Pieter Bakker en alle betrokkenen bij Beeld en Geluid
Muziek:
Menuetto, Divertimento No.17 In D Major, K 334, Wolfgang Amadeus Mozart.
Sonate en sol mineur op. 2 Haendel, comp. ; Ars Rediviva
Perfumes of the Past - Savoy Orpheans

Credits: alle media
Het uitgelichte verhaal kan in sommige gevallen zijn gemaakt door een onafhankelijke derde partij en kan afwijken van de standpunten van de hieronder vermelde instituten die de content hebben geleverd.
Homepage
Verkennen
Dichtbij
Profiel