1968 - 1997

Detentie zonder proces in John Vorster Square

South African History Archive (SAHA)

'...het beeldbepalende instituut van de apartheidsjaren, van de jaren van marteling, van het bewind van de geheime politie, van het bewind van de doorgedraaide machthebbenden...'
BARBARA HOGAN, voormalig gedetineerde
Het bloedbad van Sharpeville, 21 maart 1960
Het bloedbad van Sharpeville, 21 maart 1960

Tussen 1969 en 1990 vertrouwden opeenvolgende apartheidsregeringen van de Nationale Partij in Zuid-Afrika in grote mate op detenties zonder proces als wapen om de politieke oppositie, het groeiende verzet en de oproer tegen te gaan.

Na het bloedbad van Sharpeville in 1960, de daaropvolgende verbanning van het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) en het Pan-Afrikaans congres (PAC) en de verklaring van gedeeltelijke noodtoestand, benoemde premier H.F. Verwoerd B.J. Vorster als Minister van Justitie.

Balthazar Johannes (Afrikaans equivalent van John) Vorster, die Verwoerd later opvolgde als eerste minister, was een 'verkrampte', een extreme Afrikaner nationalist, die waarschuwde dat:

'... het instorten van de wet en de openbare orde onder geen enkele omstandigheden zal worden getolereerd'. 

De noodtoestand duurde 5 maanden waarin meer dan 11.500 aanhoudingen plaatsvonden. Vorster verscherpte snel het beleid voor de staatsveiligheid in Zuid-Afrika, waarbij een vrijwel zerotolerancebeleid werd gehanteerd tegen elk verzet tegen de staat. Door deze maatregelen verkreeg de geheime dienst van de Zuid-Afrikaanse politie uitzonderlijke macht.

De geheime dienst van de Zuid-Afrikaanse politie was oorspronkelijk opgezet aan het eind van de jaren 40 als reactie op de activiteiten van de toen nog illegale Zuid-Afrikaanse Communistische Partij. In navolging van het wijdverspreide anticommunistische gevoel dat na de Tweede Wereldoorlog heerste, was de geheime dienst voornamelijk belast met het in de gaten houden van communisten, zwarte nationalisten en zogeheten 'radicale' organisaties. 

Onder het bewind van B.J. Vorster groeiden zij uit tot de 'doorgedraaide machthebbenden', die door het hele land gevreesd werden. 

Nieuwsartikel uit de Sunday Times van augustus 1961 waarin de opmars van B.J. Vorster naar de macht wordt beschreven

'Misschien is het niet ongepast om de eerbare leden eraan te herinneren dat de grote Amerikaanse advocaat, Wigmore, op een bepaald moment vroeg: 

'Waar komt deze plotselinge bezorgdheid voor criminelen vandaan?'

Mijn vraag is, 

'Waar komt deze plotselinge bezorgdheid voor communisten in Zuid-Afrika vandaan?''

                                - B.J. VORSTER tijdens een parlementstoespraak in 1962
Anti-apartheidsactiviste en politica HELEN SUZMAN over B.J. Vorster
General Laws Amendment Act (Wetswijziging van algemene wetten), 1963
Paragraaf 6 van de Terrorism Act (Terrorismewet) nr. 83, 1967

Samen met een steeds groter aantal andere wetten die bedoeld waren om de tegenstanders van de apartheid het zwijgen op te leggen, werd detentie zonder proces gebruikt als strafmaatregel of voor ondervragingsdoeleinden. Daarnaast werd deze wet gebruikt om individuen af te zonderen van hun gemeenschappen en aanhangers.

De mogelijkheid om mensen te detineren zonder proces werd verkregen door de bepalingen van de Public Safety Act (Wet voor openbare veiligheid) van 1953, die in het leven werd geroepen als reactie op een groeiende strijdbaarheid en oppositie die werden getoond door de Defiance Campaign (Verzetscampagne).

In 1961 voorzag de General Law Amendment Act (Wetswijziging van algemene wetten) in maximaal 12 dagen detentie zonder proces in niet-noodsituaties. Dit werd verlengd tot 90 dagen gevangenisstraf in 1963, als reactie op een toename van gewapende activiteiten van het ANC en de PAC. Nog weer later werd dit aangepast zodat 180 dagen detentie zonder proces toegestaan werd.

Uiteindelijk stond de geduchte Terrorism Act (Terrorismewet) van 1967 een detentie voor onbepaalde tijd toe voor ondervragingsdoeleinden.

Gedetineerden mochten bezoek ontvangen van een gerechtelijk ambtenaar, maar kregen geen toegang tot de rechtbanken en mochten geen juridisch vertegenwoordiger raadplegen. 

Mensenrechtenadvocaat GEORGE BIZOS in een toespraak over de sinistere veranderingen van de geheime dienst onder B.J. Vorster

'John Vorster Square was het hoogtepunt van de martelkamers'    

                                        - JAKI SEROKE, voormalig gedetineerde 
Het cellenblok van het Central Police Station (centraal politiebureau) van Johannesburg

Meer dan 40 jaar geleden op een kille dag eind augustus 1968 opende eerste minister John Vorster het John Vorster Square-politiebureau. Hij kondigde het compacte, blauwe gebouw dat uitkeek over de snelweg van hartje Johannesburg, aan als een 'state-of-the-art' modern politiebureau, omdat alle grote afdelingen binnen de politie onder één dak werden ondergebracht, waarbij hij opschepte dat het spiksplinternieuwe bureau het grootste politiebureau in Afrika was.  

Het was wellicht passend dat het gebouw werd vernoemd naar Vorster, als voormalig Minister van Justitie, aangezien hij de leiding had bij de opstelling van hardvochtige beveiligingswetten die werden ontworpen om de oppositie tegen de apartheid te onderdrukken en ervoor zorgden dat de geheime dienst van de Zuid-Afrikaanse politie schrikbarend veel macht verwierf. 

John Vorster Square kreeg al snel een reputatie als de plek voor wreedheid en marteling, toen dit bureau in de jaren 70 en 80 de hoofdlocatie voor detenties en ondervragingen van de Witwatersrand werd. 

Tussen 1970 en 1990 overleden acht mensen die allemaal in John Vorster Square werden vastgehouden onder de detentiewetgevingen.

B.J. VORSTER in een toespraak tijdens de opening van John Vorster Square in 1968. (Met dank aan de SABC, South African Broadcasting Corporation)
John Vorster Square in aanbouw, 1968

De bouw van een nieuw gebouw ter vervanging van het politiebureau Marshall Square in Johannesburg, begon in 1964 op Commissioner Street 1. Het gebouw werd ontworpen door de firma Harris, Fels, Janks and Nussbaum en was bedoeld om te voorzien in de groeiende vraag van de geheime dienst naar detentie- en ondervragingsruimte.  

De kantoren van de geheime dienst zaten op de negende en tiende verdieping van het nieuwe politiebureau, waarbij de toegang tot de snel berucht geworden tiende verdieping beperkt was omdat de lift maar tot de negende verdieping ging. Politieke gevangen moesten de laatste trap oplopen om de tiende verdieping te bereiken waar een onbekend aantal gedetineerden werd gemarteld. 

De cellen van de gedetineerden bevonden zich op de lager gelegen verdiepingen. Deze cellen waren speciaal ontworpen als isolatiecellen. De muren werden donkergrijs geschilderd en de vloeren waren zwart. In een hoek lag een schuimmatras, in een andere stond een toilet. De ramen en de tralies waren bedekt met dik fiberglas. In het midden van het plafond hing een enkel lichtpeertje dat nooit werd uitgezet. John Vorster Square was een hel voor de honderden anti-apartheidsactivisten die in de cellen gevangen zaten.

Uitzicht vanaf de tiende verdieping van het centrale politiebureau van Johannesburg

'Ik zat boven in een cel met dik, kogelvrij glas, waar je niets mee kunt doen. En aan de andere kant zat ook glas over alle tralies. De cel was dus erg geïsoleerd. Op sommige momenten dacht je dat je gek was. Je blijft maar malen, totdat je op een bepaald moment niet meer kunt denken.... En de stank, je wordt onderdeel van de stank...'

                                                                                                                                           - JABU NGWENYA, gedetineerde, 1981
Het bronzen borstbeeld van B.J. Vorster in de hal van John Vorster Square op de omslag van het tijdschrift SAP in maart 1977

'De geheime politie bezat de wrede kalmte van mensen zonder ziel'

                                                - MOLEFE PHETO, voormalig gedetineerde
Politiemannen van de geheime dienst komen samen in het clubhuis na hun werk in John Vorster Square, datum onbekend
PAUL ERASMUS, voormalig lid geheime dienst

'Strijden tegen een revolutionaire oorlog is veel moeilijker dan strijden tegen gewone criminelen. Je moet onthouden dat je soms tegen de crème-de-la-crème strijdt. De slimste koppen in deze strijd zijn je tegenstanders. Je moet hen altijd één stap voor zijn. 

Achteraf is het betreurenswaardig dat dit gebeurd is. Als mijn tegenstanders terugkijken is het ook betreurenswaardig dat bepaalde politiemannen gedood zijn in bomexplosies of aanvallen in hun huizen. Maar beide kanten moesten een punt bewijzen en daarin moet je standvastig zijn... Wij waren er voor het behoud van de interne veiligheid van de Republiek. En soms was dat zeer, zeer moeilijk.'

                                                                                                                       - HENNIE HEYMANS, voormalig lid geheime dienst

Vanaf de zestiger jaren ontvingen alle leden van de geheime dienst speciale training in marteltechnieken. 

De geheime dienst ontwikkelde een reputatie van extreme kwaadaardigheid en onmenselijkheid door hun ondervragingsmethoden, in het bijzonder in John Vorster Square. 

Slaaponthouding vormde de basis van alle ondervragingen, waarbij de ondervragers in ploegendiensten de gedetineerden voortdurend ondervroegen om hen in een staat van totale afhankelijkheid te onderwerpen. 

PAUL ERASMUS, voormalig lid van de geheime dienst, achter zijn bureau in zijn kantoor op de negende verdieping van John Vorster Square, datum onbekend
Journalist JAMES SANDERS bespreekt de geheime dienst van het apartheidstijdperk

'Volgens Generaal Coetzee waren wij een stel idioten die alles verkeerd geïnterpreteerd hadden. Hij waste zijn handen in onschuld. Hij zei enkel: 'Permanente verwijdering uit de gemeenschap...', maar dat bedoelde hij niet. 

Het waren halve garen zoals wij, snap je, de lagere beambten, neem ik aan, de burgers, maar in ieder geval, de imbecielen die dit verkeerd geïnterpreteerd hadden. Maar in werkelijkheid hadden we een vrijbrief om op ongekende schaal te moorden en te plunderen en je wist dat je er mee weg kon komen, en dat is precies wat er gebeurd is.'

                                                                           - PAUL ERASMUS, voormalig lid geheime dienst
Gedetineerde, Dr Elizabeth Floyd, over de geheime dienst

Hij viel van de negende verdieping

Hij heeft zichzelf opgehangen

Hij is uitgegleden op een stuk zeep tijdens het wassen

Hij viel van de negende verdieping

Hij heeft zichzelf opgehangen tijdens het wassen

Hij viel van de negende verdieping

Hij heeft zichzelf opgehangen op de negende verdieping

Hij is uitgegleden op de negende verdieping tijdens het wassen

Hij viel van een stuk zeep tijdens het uitglijden

Hij heeft zichzelf opgehangen op de negende verdieping

Hij is van de negende verdieping gewassen tijdens het uitglijden

Hij heeft zichzelf aan een stuk zeep opgehangen tijdens het wassen

                                                                                                                                                      'In detentie' van Chris van Wyk

AHMED TIMOL - overleden op 27 oktober 1971

Tegen 1971 waren er al 21 sterfgevallen in detentie in de gevangenissen van Zuid-Afrika voorgekomen.

Op deze dag heeft het John Vorster Square-politiebureau aan dit dodental bijgedragen toen Ahmed Timol, een leraar van 30 jaar, van de tiende verdieping van John Vorster Square viel. Hij was lid van de toen verboden Zuid-Afrikaanse Communistische Partij en was gearresteerd bij een wegblokkade van de politie wegens bezit van verboden literatuur. 

De politie beweerde dat Timol zelfmoord had gepleegd. Een excuus dat werd gesteund door een officieel gerechtelijk onderzoek, ondanks dat staatspatholoog Dr. Jonathan Gluckman opmerkte dat het lichaam van Timol tekenen vertoonde dat hij voor zijn dood geslagen was.

De geheime dienst vertelde de gedetineerden altijd dat 'Indianen niet kunnen vliegen' en verwezen naar John Vorster Square als 'De hoogte van Timol'.

De familie van Ahmed hoopte dat de politiemannen die betrokken waren bij zijn dood, zich zouden melden bij de hoorzittingen van de Waarheids- en Verzoeningscommissie (TRC, Truth and Reconciliation Commission) om de waarheid te vertellen over hoe hij was overleden. Maar dat is niet gebeurd. 

Rapport van het Ministerie van Justitie over het gerechtelijk onderzoek naar de dood van Timol
Getuigenis van Hawa Timol over haar zoon, AHMED TIMOL, aan het comité voor de schending van de mensenrechten van de Waarheids- en Verzoeningscommissie, 30 april 1996. (Met dank aan de SABC)
Foto van AHMED TIMOL op de herdenkingsposter van het ANC 
PROFESSOR KANTILAL NAIK, gedetineerde, oktober 1971 - februari 1972
Tekening van een van zijn ondervragers, gemaakt op toiletpapier door NAIK, tijdens zijn detentie
NAIK over detentie en marteling met de 'helikoptermethode'

Zelfs toen ik verbannen was, kon ik de blauwe kleur van het gebouw niet van mijn netvlies krijgen. Ik kon het blauw van dit gebouw, de structuur, hoe het eruitzag, niet vergeten.

...de glanzende vloeren, de metaalachtige, glanzende, grijze vloeren in de gang... het galmen van de dichtslaande deuren... het lawaai en de rammelende sleutels. Je kon bijna altijd rammelende sleutels horen en vroeg je altijd af welke cel ze nu weer zouden openen en of ze naar jou zouden toekomen. 

                                                    - MOLEFE PHETO, gedetineerde, 1975
MOLEFE PHETO, gedetineerde, 1975
Ingang tot de negende verdieping van het centrale politiebureau van Johannesburg
De opstand in Soweto, 16 juni 1976

In de periode na de opstand in Soweto in juni 1976 werd de macht van de politie vergroot om verdachten zonder proces vast te houden.

Dit werd bereikt toen de Internal Security Amendment Act (Wijzigingswet voor interne veiligheid) werd aangenomen, waardoor het mogelijk werd verdachten voor onbepaalde tijd vast te houden zonder toestemming van een rechter.

'Ze brachten een elektrische generator naar binnen en bevalen mij mijn kleren uit te trekken, waarop ik zei dat ik hen niet zou helpen mij te martelen. Als ze mij wilden martelen, zouden ze me eerst bewusteloos moeten uitkleden... Uiteindelijk raakten ze gefrustreerd en begonnen me te slaan met stoelen met ijzeren frames. 

Wanneer zij mij mishandelden en ik natuurlijk al uit mijn neus en mond bloedde, spuugde ik mijn bloed in hun gezicht, gewoon om ze te irriteren.

Een tactiek die ervan uitging dat wanneer zij eenmaal boos waren, ze niet meer rationeel en professioneel konden denken, zoals ze dat wel moesten doen voor de ondervraging. Zodra ze boos waren, kookten ze over en gebruikten ze wat ze maar konden vinden om mij in elkaar te slaan.'

                                                                                                                                  - ZWELINZIMA SIZANE, gedetineerde, 1976
ZWELINZIMA SIZANE, gedetineerde, 1976
Panoramisch uitzicht vanaf het dak van het centrale politiebureau van Johannesburg
JOYCE DIPALE, gedetineerde, 1976

'John Vorster Square... vier of vijf man en dan een kap en vervolgens een elektrische schok, alles. Ik weet het niet... Boos. Kap en marteling, borsten, alles. Waarom? Ik begrijp het niet... Waarom marteling? Hoe dan ook, het is treurig... En ik vervolgens boos, dus niet praten. Zo boos. Verkrachting of wat dan ook, ik geef er niet om. Niet praten.'

                                                                                         - JOYCE DIPALE, gedetineerde, 1976
Tekening van Clive van den Berg, in samenwerking met Joyce Dipale, waarin de marteling die zij heeft ondergaan tijdens haar detentie wordt afgebeeld

'Ik werd 30 dagen vastgehouden en ik heb daar 25 dagen gestaan, dag en nacht. Na 28 hebben ze me terug laten gaan naar mijn cel. Dus, zoals je je wel kunt voorstellen, herinnert elk bezoek aan deze plaats mij aan die bittere nachten die ik hier heb doorgebracht terwijl de klappen van de politie op me neer kwamen.'

                                                                         - TSANKIE MODIAKGOTLA, gedetineerde, 1976
TSANKIE MODIAKGOTLA, gedetineerde, 1976
Zicht op de gang van de negende verdieping van het centrale politiebureau van Johannesburg

'... die momenten van echte spirituele gewaarwording... een van de weinige die ik tijdens mijn leven heb gehad, vond hier plaats, nadat ik bijkwam van die eerste ondervraging en ik alleen in mijn cel was... de muren waren groen en ik herinner me dat ik rondliep en er absoluut van overtuigd was dat we zouden winnen.

Er bestond geen twijfel, ze konden me vermoorden, ze konden alles met me doen, maar we zouden deze strijd winnen. Het was een ongelooflijke ervaring van geloof die mij deze hele weg heeft gesteund…'

                                                                                    - CEDRIC MAYSON, gedetineerde, 1976

WELLINGTON TSHAZIBANE - overleden op 11 december 1976 

Nadat Wellington Tshazibane, als ingenieur afgestudeerd aan de universiteit van Oxford, was gearresteerd voor vermeende medeplichtigheid aan een explosie op 9 december 1976 in het Carlton Centre in Johannesburg, werd hij dood gevonden, opgehangen in cel 311 van John Vorster Square.

Een officieel gerechtelijk onderzoek, van hetzelfde kaliber als het vorige gerechtelijke onderzoek naar de dood van Timol, sprak de politie vrij van enig wangedrag.

 De verklaring van Wellington Tshazibane aan de geheime politie op 10 december 1976

ELMON MALELE - overleden op 20 januari 1977

Elmon Malele werd gearresteerd op 10 januari 1977 en stierf aan een hersenbloeding in het Princess Nursing Home in Johannesburg. Hij was daarheen gebracht nadat hij, naar men beweerde, zijn evenwicht had verloren, nadat hij zes uur had moeten staan (een normale marteltechniek) en zijn hoofd tijdens de val aan de hoek van een tafel had gestoten.

Hoewel de nalatigheid en het geweld van de politie vrijwel zeker tot zijn dood hebben geleid, werd de politie alweer vrijgesproken. Een gerechtelijk onderzoek verklaarde dat Malele een natuurlijke dood was gestorven.

Foto van de geheime dienst van het kantoor waar Elmon Malele zoals beweerd zijn evenwicht verloren had
Foto van de plek waar Mabelane die zijn dood tegemoet viel
Foto van de vermeende voetafdruk van Mabelane op de stoel

MATTHEWS MABELANE - 15 februari 1977

Nauwelijks een maand na de hersenbloeding van Elmon Malele kwam Matthews 'Mojo' Mabelane door een val van de tiende verdieping van John Vorster Square om het leven, nadat hij werd gearresteerd omdat hij ervan verdacht werd op weg te zijn naar Botswana voor militaire training.

De politie beweerde later dat hij uit het raam geklommen was, zijn evenwicht verloor en naar beneden viel op de auto die beneden geparkeerd was. 

Mabelane was de 39e persoon die stierf in de gevangenissen van Zuid-Afrika. 

Foto van de auto waarop Mabelane terechtkwam
Foto van de stoel die Mabelane vermeend had gebruikt om op de vensterbank te klimmen

'Mijn neef Matthew Marwale Mabelane is overleden door toedoen van de politie in het politiehoofdbureau John Vorster Square in februari 1977. Er werd beweerd dat hij van de beruchte tiende verdieping van het bureau was gesprongen en op slag dood was. Aangezien de verhalen van de springers van de tiende verdieping nooit waar waren en nooit waar zullen zijn, willen we weten waarom de moordenaars zich niet melden en hun excuses aanbieden voor hun daden. Deze streken van de plegers van dergelijke wandaden halen ons het bloed onder de nagels vandaan omdat deze moordenaars alleen over hun daden spreken op het moment dat zij ontmaskerd worden, zo niet, dan houden zij zich stil. 

Denken ze echt dat hun slachtoffers de ontberingen die zij hen hebben aangedaan, gewoonweg zullen vergeten? Of denken zij dat de mensen nog altijd bang voor hen zijn, en dat over hun daden praten hen weer moeilijkheden zouden opleveren, zoals in het verleden is gebeurd? Mijn familie en verwanten zijn boos over het zwijgen van de moordenaars van Matthew. De tijd begint te dringen. Laat hen naar voren komen en hun verhaal vertellen. Wij willen hen ook zien, hoe ze eruitzien, of zij echte mensen zijn en zelf families, kinderen en vrienden hebben.'

                                                                - Verklaring van de heer K.C. Mabelane in het Register van Verzoening van de TRC, 10 september 1998

'Bij John Vorster Square waren het altijd dezelfde mensen.

Hoe zij zich gedroegen? Zij waren zakelijk. Hun visie was simpel. Ze gingen ons intimideren, ze gingen ons martelen, ze gingen ons ondervragen. 

We zouden hen de waarheid vertellen. We zouden hen vertellen wie ons aanspoorde, wie ons instructies gaf. We zouden hen vertellen wie onze leidinggevende in het ANC was bij deze daden. En als we weigerden, zouden we worden geslagen en bedreigd.'

                                                                       - PENELOPE 'BABY' TWAYA, gedetineerde, 1977
PENELOPE 'BABY' TWAYA, gedetineerde, 1977

'Het was een plaats van het kwaad, een plaats waar vreselijke dingen gebeurden met mensen... het was een plaats waar martelingen plaatsvonden en het was het centrum van de geheime politie. Het was een plaats waar geen medelijden bestond. In feite was het een plaats waar psychopaten samenkwamen.'

                                                                                     - BARBARA HOGAN, gedetineerde, 1981

'Het geluid van de duiven die op de vensterbank koerden, was harmonieus... je probeerde je vast te klampen aan geluiden die je een teken van leven brachten.'

                                                                                     - BARBARA HOGAN, gedetineerde, 1981
Duiven buiten het centrale politiebureau in Johannesburg
BARBARA HOGAN, gedetineerde, 1981
Lijst met spullen uit de cel van Neil Aggett ten tijde van zijn dood [in het Afrikaans]

NEIL AGGETT - overleden op 5 februari 1982

Dr. Neil Aggett steunde de rechten van de arbeiders en werd een van de organisatoren van de AFCWU (African Food aan Canning Workers' Union; Afrikaanse arbeidersvakbond van de voedsel- en inblikindustrie). Hij speelde een centrale rol in de organisatie van de boycot van Fattis- en Monis-producten om de bazen het recht van de arbeiders om zich aan te sluiten bij een vakbond, te laten erkennen. De overheid zag dit talent om arbeiders te verenigen als bedreiging en noemde hem een communist. 

Na een massale arrestatiegolf van vakbondsleiders in 1981 werd Aggett om 3:25 uur dood aangetroffen, opgehangen in zijn cel. Aggett had zichzelf opgehangen met een sjaal die door een vriend voor hem was gebreid. In zijn geval kwam de waarheid over zijn dood echter aan het licht toen George Bizos met een rechtszaak die veel media aandacht trok, aantoonde dat het 80 uur durende verhoor de oorzaak was van de emotionele inzinking van Aggett. Desondanks werd de politie wederom vrijgesproken, aangezien er werd beweerd dat Aggett al langer suïcidale neigingen had.

Rapport over Neil Aggett aan de Minister van Justitie, afgerond en ondertekend door de Inspecteur van Gedetineerden op 22 januari 1982, minder dan twee weken voor de dood van Aggett in detentie. 
Verklaring uitgegeven door de Detainees' Parents Support Committee (DPSC, commissie voor ondersteuning van ouders van gedetineerden) over de dood van Dr. Neil Agget in detentie

'Het kon eigenlijk vergeleken worden met een spel, waarbij zij de regels maakten en je al het mogelijke moest doen om deze regels te doorbreken of te omzeilen. Het werd echter goed duidelijk gemaakt dat ons of een advocaat geen toegang zou worden gegeven. Toen we hoorden dat andere mensen zich in eenzelfde situatie bevonden, begonnen we contact met elkaar op te nemen om te kijken wat we eraan konden doen.

We leerden al snel dat er zaken waren waarmee je druk op hen kon uitoefenen. En dat was het moment dat het spel begon.'

                                   - Max en Audrey Coleman, ouders van voormalig gedetineerde Keith Coleman en medeoprichters van DPSC 
Voormalig gedetineerde Jabu Ngwenya over communiceren tussen de cellen tijdens de detentie in John Vorster Square
Voormalig gedetineerde Jabu Ngwenya over ondervraging en marteling in John Vorster Square

ERNEST MOABI DIPALE - overleden op 8 augustus 1982

Ernest Dipale kwam uit een politiek actieve familie en werd op hetzelfde moment als Aggett in november 1981 gearresteerd en vastgezet. 

Hij legde een verklaring af aan een gerechtelijk ambtenaar waarin hij klaagde over mishandeling en marteling door elektrische schokken. Er werd niets gedaan met zijn klacht. Hij werd uiteindelijk na drieëneenhalve maand vrijgelaten. 

Hij werd opnieuw aangehouden op 5 augustus 1982 en opgesloten in John Vorster Square. 

Vijf maanden na de dood van Neil Aggett werd Ernest Dipale dood gevonden, opgehangen in zijn cel. Hij had zichzelf opgehangen met een strook stof die hij van een deken had gescheurd. 

Dipale, die slechts 21 jaar oud was ten tijde van zijn dood, was ernstig mishandeld en gemarteld, waaronder door elektrische schokken. 

Brief van een gerechtelijk ambtenaar over Dipale aan de Minister van Justitie

AC/2001/279 - Extract over de ontvoering van Dipale uit het verzoekschrift van Butana Almond Nofomela aan de Amnesty Committee (Amnestiecommissie) van de TRC

'De aanvrager verklaarde dat hij instructies had ontvangen van kapitein Jan Coetzee en luitenant Koos Vermeulen om Moabi Dipale voor ondervraging te ontvoeren uit zijn huis in Soweto. Hij zou worden bijgestaan door Joe Mamasela. Ze wilden informatie krijgen over zijn zus, die in het volgende voorval voorkomt.

Zij gingen naar zijn huis in Soweto en vroegen of hij aanwezig was. Een jong meisje vertelde hen dat hij er niet was, maar toen zij het huis binnendrongen, vonden ze hem verstopt achter een kledingkast. Mamasela beschuldigde hem ervan dat hij het geld dat hij Mamasela schuldig was, niet had terugbetaald. Dit was een excuus om hem te dwingen met hen mee te gaan. 

Ze brachten hem naar Roodepoort waar Jan Coetzee en Vermeulen zich bij hen voegden. Daarna reisden ze verder naar Zeerust en naar een boerderij in de omgeving waar Moabi werd ondervraagd over de verblijfplaats van zijn zus Joyce Dipale. Tijdens de ondervraging werd hij door hen in zo'n ernstige mate mishandeld dat hij bewusteloos raakte. De mishandeling werd uitgevoerd door Nofomela, Mamasela en Vermeulen. Grobbelaar en Coetzee hielpen fysiek niet bij de mishandeling. Hij [de aanvrager] kon niet zeggen of zij informatie verkregen die hen hielp bij de latere aanval op Joyce Dipale in Botswana. 

Ze keerden terug terug naar Vlakplaas en hij kan niet vertellen wat er daarna met Moabi Dipale is gebeurd. Hij weet niet of Moabi is vastgezet of vrijgelaten. De commissie is van mening dat aan alle vereisten voor amnestie is voldaan en dat amnestie wordt VERLEEND aan Nofomela met betrekking tot alle overtredingen en misdaden, die het directe gevolg waren van de ontvoering en mishandeling van Moabi Dipale in of rond oktober 1981.'

CATHERINE HUNTER, gedetineerde, 1983

'Ik denk dat de 'cipiers' strenge instructies hadden gekregen, dus ze waren passief, ongeïnteresseerd en beperkten het contact zoveel mogelijk. Het enige dat ze deden, was het voedsel uitdelen.

Er was geen oogcontact en voor hen was het waarschijnlijk vreemd dat een witte vrouw een 'terrorist' was, omdat vele van hen Afrikaanse witte vrouwen waren. Ik paste dus niet in hun stereotype en profiel van een terrorist.'

                                          - CATHERINE HUNTER, gedetineerde, 1983
Gevangeniscel in groene inkt, getekend door Catherine Hunter tijdens haar detentie
JAKI SEROKE, gedetineerde, 1987

'Het enige dat je doet overleven, is weten dat wij moreel in ons recht stonden. We vochten voor vrijheid, democratie en het was een goed doel, en dus zeg je tegen jezelf, 'Wat er ook met me gebeurt, het was tenminste voor een goed doel.' Ik denk dat vooral dat laatste onze redding was.'

                                                                                                                                              - JAKI SEROKE, gedetineerde, 1987

STANZA BOPAPE - overleden op 5 juni 1988

Nadat de activist Stanza Bopape was onderworpen aan herhaaldelijke elektrische schrokken, stierf hij 'onverwachts' aan een hartaanval. Omdat men bezorgd was dat een nieuwe dood tijdens detentie de politie in diskrediet zou kunnen brengen, werd er beweerd dat Bopape zelfs was ontsnapt uit de gevangenis. 

Tijdens de hoorzittingen van de Waarheids- en Verzoeningscommissie in 1997 gaf de politie uiteindelijk echter toe dat Bopape was gestorven in detentie, en dat zijn lichaam werd gedumpt in de Nkomati-rivier bij de grens met Mozambique.

Het lichaam van Stanza Bopape is nooit gevonden.

30 januari 1990 - CLAYTON SITHOLE overlijdt in detentie

Slechts 2 dagen voordat Nelson Mandela werd vrijgelaten uit de gevangenis, werd Clayton Sithole, 20 jaar oud op dat moment, dood aangetroffen, opgehangen in zijn cel.

Voor zijn zelfmoord had Sithole zogenaamd belastend bewijs geleverd van crimineel gedrag tegen Winnie Mandela en haar dochter Zinzi. En dat terwijl Sithole de vader van een van de kleinkinderen van Nelson Mandela was.

Na de vrijlating van Nelson Mandela in 1990 worden er uitgebreide wijzigingen aangebracht aan de veiligheidswetten in het land.

 Detentie zonder proces werd verwijderd uit de wetboeken. De geheime dienst werd in 1991 in wezen ontbonden, doordat deze werd samengevoegd met de Afdeling voor crimineel onderzoek in een eenheid die bekend werd als 'Misdaadbestrijding en onderzoek', en in 1995 werd de South African Police Service (Zuid-Afrikaanse politiedienst) gestart. 

Vijfenzeventig sterfgevallen werden officieel vastgelegd in het rapport van de Waarheids- en Verzoeningscommissie. Ondanks duidelijk bewijs dat de politie gedetineerden martelde, werd geen enkele politieman schuldig bevonden aan de dood van een persoon in detentie.

'De mensen die zich toen met deze dingen bezighielden (die nu zitten met de schuld, de verantwoordelijkheid en het publieke profiel), zij richten zich nu tot hun ex-gedetineerden voor steun, omdat de ex-gedetineerden de enige mensen zijn die echt begrijpen waar het om gaat.  

Het zijn zeer interessante gevallen, waar de dader naar zijn slachtoffer gaat om erachter te komen waar het over ging. Ik denk dat de gedetineerden beter wisten wat er aan de hand was dan de mensen buiten de gevangenismuren. Het was een strijd en dat was het scherpe randje eraan…'

              - DR ELIZABETH FLOYD, voormalig gedetineerde, 1981 - 1992, en de vriendin van Neil Aggett
De naamswijziging van John Vorster Square, 1997. (Met dank aan de SABC)

In 1997 werd het bronzen borstbeeld van B.J. Vorster verwijderd uit de hal van het beruchte John Vorster Square. 

De naam van het gebouw werd gewijzigd in Johannesburg Central Police Station (Centraal politiebureau van Johannesburg) en het gebouw doet nu dienst als organisatie voor misdaadbestrijding in Johannesburg. 

Ondanks deze veranderingen blijven het deprimerende interieur en de beklemmende geur gelijk. De geesten van de voormalige bewoners zijn nog lang niet uitgebannen.

...het is de herinnering aan de revolutie en wanneer deze verdwijnt, heeft het geen zin om iemand te vertellen hoe die plek eruitzag... want die dingen zijn bewijsstukken van wat zij deden om ons kwaad te doen, omdat de meeste mensen zijn geschaad door dit systeem en als je die dingen wegneemt, verlies je een groot gedeelte van het verhaal...

                                                                                                                               - MOLEFE PHETO, gedetineerde, 1975
Ingang van het centrale politiebureau van Johannesburg, 2007
Credits: verhaal

Curator — Catherine Kennedy (SAHA)
Archivist — Debora Matthews (SAHA)
Photographs — Craig Matthew (Doxa Productions)
Archival video footage — South African Broadcasting Corporation (SABC)
Background — This exhibit is based on the interactive DVD, 'Between life and death: stories from John Vorster Square', developed by Doxa Productions on behalf of SAHA in 2007, as part of the SAHA / Sunday Times Heritage Project, funded by the Atlantic Philanthropies. Please see DVD for full research and image credits. For more information about the SAHA / Sunday Times Heritage Project, please visit sthp.saha.org.za 

Credits: alle media
Het uitgelichte verhaal kan in sommige gevallen zijn gemaakt door een onafhankelijke derde partij en kan afwijken van de standpunten van de hieronder vermelde instituten die de content hebben geleverd.
Vertalen met Google
Homepage
Verkennen
Dichtbij
Profiel