Boerse of erudiete schilder?

INLEIDING

Pieter Bruegel de Oude wordt beschouwd als een van de grootste schilders van zijn tijd. Tijdens zijn leven waren zijn werken al bijzonder populair en zijn bekendheid bleef toenemen, nog tot ver na zijn dood in 1569.

Toch is er door de eeuwen heen maar weinig informatie over hem bewaard gebleven. We weten bijna niets van hem. Noch over zijn leven, noch over zijn artistieke, politieke of godsdienstige standpunten, of zelfs maar over de plaatsen waar hij geleefd zou hebben of de mensen in zijn directe omgeving. Het enige wat we hebben zijn zijn werken (dat wil zeggen een veertigtal schilderijen, een zestigtal tekeningen en een zeventigtal voorbereidende schetsen voor prenten).

Het mysterie dat de schilder omringt en de complexiteit van zijn oeuvre hebben bijgedragen tot het ontstaan van een aantal mythes rond deze belangrijke figuur.

MYTHE VAN EEN “BOERENBRUEGEL”
HOOFDSTUK 1.

De perceptie die het publiek van een kunstenaar heeft, kan met de tijd veranderen. Bijna vijf eeuwen scheiden ons inmiddels van Bruegel de Oude, maar aan het begin van de 21e eeuw wordt hij nog altijd door velen gezien als een schilder van volkse, boerse of dorpse taferelen.
Deze genrestukken bevatten precies datgene wat het publiek zich meestal bij het oeuvre van Bruegel voorstelt, zoals in dit detail van De volkstelling te Bethlehem: inwoners van een Brabants dorpje die aan de vooravond van het kerstfeest druk zijn met hun dagelijkse bezigheden.

Hoewel historici de mythe van een “Boerenbruegel” al lang hebben verworpen, blijft het grote publiek er hardnekkig aan vasthouden, en dat terwijl de reeks schilderijen van de hand van Bruegel die bij dat traditionele imago van "Boerenbruegel” past, eigenlijk vrij mager is in vergelijking met de omvang van de mythe.

Deze hardnekkigheid kan worden verklaard door een aantal historische redenen.
De eerste is de beschrijving van de eerste biograaf van Bruegel, Karel van Mander. In zijn beroemde Schilder-Boeck uit 1604 laat van Mander hem geboren worden "onder den Boeren".

"Met desen Franckert gingh Brueghel dickwils buyten by den Boeren, ter Kermis, en ter Bruyloft, vercleedt in Boeren cleeren, en gaven giften als ander, versierende van Bruydts oft Bruydgoms bestandt oft volck te wesen. Hier hadde Brueghel zijn vermaeck, dat wesen der Boeren, in eten, drincken, dansen, springen, vryagien, en ander kodden te sien, welck dingen hy dan seer cluchtigh en aerdigh wist met den verwen nae te bootsen."

Deze beschrijving van de schilder zal het beeld van liefhebbers en kunsthistorici nog eeuwenlang beïnvloeden.

De tweede reden voor het hardnekkige voortbestaan van de mythe zijn de werken van zijn oudste zoon, Pieter Brueghel de Jonge. Deze laatste heeft er zelf aan meegewerkt door veel van de schilderijen van zijn vader te reproduceren, en dan bijna alleen werken waarin de thematiek van het boerenleven overheerst.

Al die kopieën hebben tot grote verwarring geleid in de perceptie die het publiek van het oeuvre van de Vlaamse meester had - temeer daar de werken van Bruegel de Oude tijdens zijn leven al deel uitmaakten van Europese privécollecties, die voor het publiek weinig toegankelijk waren. Het grote publiek kende zijn werk dus bijna uitsluitend van de kopieën die ervan in omloop waren.

Winterlandschap met schaatsers en vogelknip is een goed voorbeeld van een werk van Bruegel de Oude dat door zijn zoon gekopieerd werd, maar niet alleen door hem. Van dit landschap kennen we tegenwoordig niet minder dan 127 exemplaren, verspreid over de hele wereld, waarvan er maar liefst 45 zouden zijn geschilderd door Pieter Brueghel de Jonge!

Deze kopieën die sinds eind 16e eeuw op de markt circuleren, dragen natuurlijk sterk bij aan de mythe van een Bruegeliaanse kunst die uitsluitend gewijd zou zijn aan het plattelandsleven, een mythe die in de loop der eeuwen alleen maar sterker geworden is.

Dat imago van het Bruegeliaanse oeuvre heeft al veel inkt doen vloeien.

De specialisten zijn het namelijk vaak niet eens met elkaar over de vraag of we in het werk van Bruegel nu een satire op het boerenleven, een afstandelijke beschrijving of een diep humanistische blik moeten zoeken.

Hoewel boerensatire inderdaad een populair genre was in het Duitsland en de Nederlanden van de 16e eeuw, heeft men deze these inmiddels laten varen. In zijn voorstellingen koos Bruegel immers nooit voor een minachtende of spottende benadering. We zien wel vaak een lichte ironie in zijn werken, maar wat voorop staat is een wezenlijke liefde voor scènes uit het landelijk leven, die hij met veel plezier en humor schildert. Neem bijvoorbeeld zijn vermaarde jaargetijdenserie, waartoe ook De Oogst behoort dat tegenwoordig in het Metropolitan Museum of Art in New York hangt.

MYTHE VAN EEN “ERUDIETE BRUEGEL”
HOOFDSTUK 2.

De tegengestelde mythe van een bijna geleerde Bruegel is ontstaan via recente publicaties van de huidige generatie onderzoekers. In die teksten wordt Bruegel neergezet als een buitengewoon erudiete schilder die zijn standpunten zou hebben geuit in de vorm van een uiterst complex oeuvre dat op verschillende niveaus kan worden geïnterpreteerd.

Toch zijn er verscheidene aanwijzingen dat ook deze opvatting onjuist is. Enerzijds hebben historici meerdere spelfouten aangetroffen in de bijschriften bij zijn tekeningen. Anderzijds is hij weliswaar bevriend geweest met een aantal geleerde humanisten, maar toch situeert geen enkele bron hem in de bekende kringen van zijn tijd.

Daarom is het aannemelijker dat Bruegel weliswaar intelligent was en de tradities van zijn tijd goed kende, maar niet dat hij was wat we gewoonlijk een erudiete kunstenaar noemen.

Ook over dit punt wordt druk gedebatteerd door de specialisten, vooral de laatste decennia. Manfred Sellink, auteur van een recente monografie over de schilder en grote kenner van zijn tekeningen, vraagt zich af ‘in hoeverre we in de creaties van Bruegel al dan niet verborgen verwijzingen naar de politieke en religieuze actualiteit moeten zien?’

Volgens veel experts zou Bruegel in zijn werken commentaar verbergen over de actualiteit van zijn tijd. Deze interpretatie die zich misschien laat verklaren door de complexiteit van zijn composities, moet - zonder bronnen die de waarheid ervan zouden kunnen bewijzen - toch met veel omzichtigheid worden bekeken.

Een goed voorbeeld is De Kindermoord te Bethlehem. Sommige auteurs zien in de in het rood geklede soldaten de Spaanse troepen van de Hertog van Alva of die van de landvoogdes Margaretha van Oostenrijk, die na de Beeldenstorm van 1566 en de ketterse opstanden die erop volgden de rust moesten herstellen.

Maar Manfred Sellink is ervan overtuigd dat "de woelige politieke en godsdienstige situatie van de Nederlanden in de jaren 1560, en vooral de meedogenloze vergelding die iedereen te wachten stond die het waagde rebelse standpunten te verkondigen, een kunstenaar wiens loopbaan afhing van zijn contacten met de administratieve en financiële elite en de bestellingen die hij van hen ontving, meestal wel tot voorzichtigheid maande. Hij zou zich zeker niet aangemoedigd hebben gevoeld om commentaar te leveren op de actualiteit, zelfs niet in een verhulde vorm. In panelen die voor opdrachtgevers als Jongelinck, Noirot, en zeker Kardinaal de Granvelle werden gemaakt, zou het op zijn minst verrassend zijn om kritische verwijzingen aan te treffen die rechtstreeks tegen de gevestigde orde ingingen".

Dat laatste gold nog sterker voor prenten, waarvan de verspreiding immers bijzonder streng door de autoriteiten werd gecontroleerd.

Manfred Sellink: ‘De enige plek waar we eventueel nog persoonlijke standpunten van Bruegel over de wereld waarin hij leefde zouden kunnen vinden, is dat deel van zijn tekeningen dat niet bestemd was voor publicatie in de vorm van prenten.’ Met andere woorden, de ongepubliceerde tekeningen van de kunstenaar.

Volgens Karel van Mander zou Bruegel zijn vrouw op zijn doodsbed een aantal tekeningen hebben laten verbranden, ‘vreesende sy daer door in lijden quaem’. Deze zin wordt door veel auteurs aangegrepen als bewijs voor de stelling van een ‘Bruegel die kritisch tegen zijn tijd aankeek’.

Maar aangezien deze tekeningen nu niet meer bestaan, is het moeilijk de gedachten van de Vlaamse meester te ontcijferen.

CONCLUSIE
“In een veelzijdige en tegenstrijdige eeuw als de onze maken de vele uiteenlopende interpretaties een schilder als Bruegel nog actueler” (Ph. et F. Roberts-Jones, 1997) De internationale vermaardheid van Bruegel de Oude en het mysterie dat zijn leven en carrière omringt, hebben in de loop der eeuwen tot talrijke interpretaties geleid die zijn ware intenties mogelijk te grabbel hebben gegooid. Maar dat neemt niet weg dat zijn oeuvre zeer complex is en voor meerdere interpretaties vatbaar is. Helaas moeten al die interpretaties, ook al zijn ze nog zo interessant, bij gebrek aan bronnen, met de grootste omzichtigheid benaderd worden. De enige ontegenzeggelijke, bewezen getuigenis die we van Bruegel hebben is en blijven zijn schilderijen en tekeningen. En het is aan de nevelen rond de werken van Bruegel te danken dat het een van de meest bewonderenswaardige en tot de verbeelding sprekende oeuvres van de kunstgeschiedenis is.
Credits: verhaal

COÖRDINATIE & REDACTIE
Jennifer Beauloye

WETENSCHAPPELIJK TOEZICHT
Joost Vander Auwera

BRON
Manfred Sellink, Bruegel : L'oeuvre complet, Peintures, dessins, gravures, Gand, Ludion, 2007.

MET DANK AAN
Véronique Bücken, Joost Vander Auwera, Laurent Germeau, Pauline Vyncke, Lies van de Cappelle, Karine Lasaracina, Isabelle Vanhoonacker‎, Gladys Vercammen-Grandjean, Marianne Knop‎.

COPYRIGHTS
© Royal Museums of Fine Arts of Belgium, Brussels
© KBR, Bruxelles
© Royal Museums of Fine Arts of Belgium, Brussels / photo : J. Geleyns / Ro scan
© The Metropolitan Museum of Art, New York
© Graphische Sammlung Albertina, Wien

Credits: alle media
Het uitgelichte verhaal kan in sommige gevallen zijn gemaakt door een onafhankelijke derde partij en kan afwijken van de standpunten van de hieronder vermelde instituten die de content hebben geleverd.
Vertalen met Google
Homepage
Verkennen
Dichtbij
Profiel