Meteen beroemd, blijvend invloedrijk

INLEIDING

Pieter Bruegel de Oude sterft in 1569 te Brussel. Ironisch genoeg is dat een van de weinige gegevens uit zijn leven waar we zeker van zijn.

De schilder wordt al tijdens zijn leven door de groten van zijn tijd geroemd en het lijdt geen twijfel dat hij al snel in heel Europa bekendheid verwerft. Zijn zeldzame werken vinden gretig aftrek bij de elite en onder humanisten en denkers.
De markt heeft dit razendsnel door en in een mum van tijd verschijnen er talloze kopieën en pastiches uitgevoerd in de stijl van de meester.

Ook al zijn dit slechts karakterloze reproducties, het oeuvre van de schilder is van grote invloed op verschillende generaties kunstenaars. Zij putten er inspiratie uit en zetten zo de geniale stijl van Bruegel de Oude voort.

“VROEGTIJDIGE DOOD & ONMIDDELLIJKE ROEM”
Hoofdstuk 1. Bruegels zoons en hun kopieën

Wanneer Bruegel sterft, laat hij drie jonge kinderen achter. Zijn twee zonen, Pieter Brueghel de Jonge en Jan Brueghel de Oude, zijn de eersten die het werk van Bruegel de Oude voortzetten.

Gedurende zijn hele carrière zou Pieter Brueghel de Jonge, bijgenaamd de ‘Helse Brueghel’, bijna uitsluitend in de stijl van zijn vader werken. Al in het laatste decennium van de 16e eeuw maakt hij talrijke kopieën, varianten of pastiches, wat zeker heeft bijgedragen tot de verspreiding van Bruegels oeuvre.

Ook de jongste zoon maakt enkele kopieën, maar in tegenstelling tot zijn broer slaagt Jan Brueghel de Oude (bijgenaamd de ‘Fluwelen Brueghel’) er toch in zich aan de invloed van zijn vader te onttrekken en een meer persoonlijke stijl te ontwikkelen. Hij schildert vooral kleine landschappen en stillevens, zoals dit hier.

Vreemd genoeg bezitten beide broers geen enkel werk van hun vader. Hun kopieën zijn gebaseerd op voorbereidende schetsen van Bruegel de Oude (of reproducties daarvan op karton), want de eigenlijke schilderijen zijn over heel Europa verspreid, opgenomen in de meest prestigieuze particuliere collecties.

Vanaf de 16e eeuw zijn de werken van Bruegel de Oude van grote waarde. Liefhebbers en verzamelaars zijn er dan ook actief naar op zoek.

Al snel ontwikkelt zich een markt voor werken ‘naar’ of ‘in de stijl van’ Bruegel de Oude. Naast andere, meestal anonieme schilders, maken ook zijn zoons heel veel schilderijen om aan deze vraag te voldoen.

De meest gekopieerde compositie van Bruegel - er zijn niet minder dan 140 kopieën van bekend - is dit Winterlandschap met schaatsers en vogelknip uit 1565, dat te zien is in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België. Een vijftigtal kopieën zijn van de hand van Pieter Brueghel de Jonge.

HET ONTSTAAN VAN EEN TRADITIE
HOOFDSTUK 2. De invloed van Bruegel de Oude op zijn navolgers

De eerste kunsthistorici bewonderen en roemen de uitzonderlijke begaafdheid van Bruegel de Oude al tijdens zijn leven. Giorgio Vasari noemt hem in 1568 een ‘tweede Bosch’. In die tijd al hebben maar weinig mensen de kans om Bruegels werken te zien. Waarschijnlijk kent Vasari ze zelf slechts van de door Hiëronymus Cock uitgegeven gravures - nog een belangrijke factor in de verspreiding van het oeuvre van Bruegel de Oude.

Het zeldzame karakter van Bruegels werken heeft er trouwens ook toe geleid dat menigeen de handtekening van de meester probeert te imiteren, wat het latere werk van specialisten om de echtheid vast te stellen er niet gemakkelijker op heeft maakt.

Aan het begin van Bruegels carrière geniet Pieter Balten een grotere reputatie: in 1551 krijgt deze schilder de opdracht de hoofdpanelen te schilderen voor een retabel (geschilderd decor op het altaar van een kerk), terwijl Bruegel maar de - minder prestigieuze - buitenluiken mag schilderen.

Later wordt Balten een van de grootste navolgers van Bruegel: in zijn Dorpsbruiloft vinden we zowel de stijl als een van de favoriete thema's van de meester terug.

En Balten is niet de enige. Tot halfweg de 17e eeuw laten nog vele andere schilders zich inspireren door alles wat het werk van Bruegel de Oude zo krachtig maakte.

Zo ook Joos de Momper, een in 1564 in Antwerpen geboren landschapsschilder. Zijn Toren van Babel volgt het voorbeeld van Bruegels uitvoering die vandaag in Rotterdam bewaard wordt.

Wanneer we beide composities vergelijken, valt de onderlinge beïnvloeding meteen op, zowel wat betreft de keuze van het thema als de wijze waarop het is afgebeeld.

De Gemäldegalerie van de Staatliche Museen zu Berlin heeft het schilderij Nederlandse Spreekwoorden (1559) in zijn bezit, een ander werk van Bruegel dat door de jaren heen een groot succes heeft gekend.

Dit populaire thema, dat met humor en behoorlijk wat ironie alle menselijke zwakheden beschrijft, zal dikwijls in andere schilderijen en gravures worden overgenomen.

In Vlaamse Spreekwoorden van Sebastiaen Vrancx, een in 1573 geboren Antwerpse schilder, is de invloed van Bruegel overduidelijk aanwezig.

Bijna een eeuw later vindt zijn oeuvre nog altijd een weerklank in de stijl van andere kunstenaars. Vrancx lijkt de meester hier te willen overtreffen door maar liefst 202, stuk voor stuk geïdentificeerde, spreekwoorden te schilderen, terwijl het origineel er ‘maar’ 120 bevat.

Een ander amusant en heel populair thema in die tijd zijn de Vlaamse kermissen. Na de versies van Bruegel de Oude kennen veel andere afbeeldingen een groot succes.

Dit schilderij is van de hand van David Teniers II. Deze hofschilder die in Brussel werkzaam was, werd in 1610 in Antwerpen geboren en is niemand minder dan de schoonzoon van Jan Brueghel de Oude wiens dochter Anne zijn eerste vrouw werd.

Dit dreigende en dramatische herfstlandschap, met zijn figuren op de voorgrond, ligt helemaal in de lijn van de traditionele afbeeldingen van de seizoenen en seizoensgebonden activiteiten die we van Bruegel kennen, zoals Donkere dagen, een schilderij uit de Cyclus van de jaargetijden.

De barokke schilder Peter Paul Rubens die bevriend is met Jan Brueghel is ook een groot bewonderaar van het werk van Bruegel de Oude.

Hij is het overigens die in 1676, op verzoek van zijn vriend, een schilderij maakt voor het grafmonument van Bruegel de Oude in de Kapellekerk te Brussel. Dit schilderij, Christus geeft de sleutels aan de Heilige Petrus, wordt tegenwoordig bewaard in de Gemäldegalerie te Berlijn.

Wanneer Rubens overlijdt blijkt uit de de inventaris van zijn persoonlijke collectie dat hij maar liefst twaalf werken van de ‘Oude Bruegel’ in zijn bezit had.

STILTE IN DE 18e EEUW, ERKENNING IN DE 19e EEUW
HOOFDSTUK 3. Bruegel door de eeuwen heen

Vanaf de tweede helft van de 17e eeuw wordt Bruegel stilaan minder populair. De originele schilderijen worden buiten het zicht van het publiek gekoesterd en de Bruegels bijnaam, ‘tweede Bosch’, doet afbreuk aan het geniale talent van Bruegel zelf.

Hierdoor neemt de interesse voor de meester langzaam af en wordt het in de 18e eeuw zelfs helemaal stil rond zijn naam. In de eeuw van de verlichting ontstaan overal in Europa genootschappen en in de nieuwe opleidingsmodellen voor jonge kunstenaars is voor Bruegel geen plaats meer.
En als er al over hem wordt geschreven, dan heeft men het slechts over zijn ‘grappige’ stijl of zijn ’burleske en belachelijke’ onderwerpen.

Het zal nog tot de 19e eeuw duren voordat de schilder weer in de smaak van het publiek valt en hij erkend wordt als een van de grote meesters van de kunstgeschiedenis.

“Op dat moment zijn we getuige van het ontstaan van een zeer waardevolle traditie. […] de ‘Boeren-Bruegel’ draagt zelfs bij tot het imago van de Zuidelijke Nederlanden: men denkt bij Vlaanderen en Brabant voortaan alleen nog aan pittoreske maar nogal chaotische dorpjes waar de mensen voortdurend buitensporig feest vieren, met veel drank, eten en dansen. Hoe eenzijdig dit beeld ook is, het kwam de populariteit van de meester zeker ten goede.”

(naar Manfred Sellink, 2007, p. 40)

Een historisch element draagt bij tot de herontdekking van Bruegel: in het kader van de napoleontische centralisatie worden de schilderijen van Bruegel die zich tot dan in de voormalige collecties van keizer Rudolf II in Wenen bevonden, tussen 1809 en 1815 naar het Louvre overgebracht.
In 1814 erkent Goethe het belang van de Vlaamse schilder als landschapsschilder, maar het is Charles Baudelaire die het geniale talent van Bruegel beschrijft vanuit de invalshoek van de Romantiek.

“Iedereen kent de oude en zonderlinge producties van ‘Brueghel den Drol’ […]. Het lijdt geen twijfel dat er sprake is van een zekere systematisering, dat de excentriciteit opzettelijk is, dat het zonderlinge methodisch wordt behandeld. Maar het is ook zeker dat we achter dit vreemde talent een hogere oorsprong moeten zoeken dan zomaar een artistieke uitdaging. In de fantastische schilderijen van Brueghel den Drol zien we de kracht van de hallucinatie. […] Ik daag iedereen uit voor de duivelse, eigenaardige wanorde van Brueghel den Drol een andere verklaring te vinden dan een soort uitzonderlijke, satanische gratie.”

(naar Charles Baudelaire, “Quelques caricaturistes étrangers”, in Curiosités esthétiques, 1868)

De herontdekking van Bruegel in de 19e eeuw is dus niet simpel: vader Bruegel en zijn beide zonenworden nogal eens verward en het feit dat zoveel schilderijen ten onrechte aan de een of de ander worden toegeschreven, maakt het misverstand nog groter.

Maar wanneer De parabel der blinden in december 1893 in de Verkoopzaal Leys in Antwerpen voor veel geld aan het Louvre verkocht wordt, betreuren de Belgische critici het vertrek van het schilderij.

Onder de Belgische 19e-eeuwse kunstenaars zijn veel bewonderaars van het werk van Bruegel. Velen hebben zelfs schilderijen van hem in hun persoonlijke collectie.

In 1869 gaat Alfred Stevens, een schilder die erg in de mode is tijdens het Tweede Franse Keizerrijk, zover in zijn eerbetoon voor Bruegel dat hij De volkstelling te Bethlehem op de achtermuur van zijn eigen schilderij Het atelier weergeeft.

Een andere geniale Belgische kunstenaar die sterk onder de indruk was van Bruegel, is niemand minder dan de schilder James Ensor. Tijdens een viering in 1924 brengt hij de Vlaamse meester hulde in het volgende zinderende betoog:

“Op jou, Breughel den Drol, Breughel van de Marollen, van de boeren, van de vrolijke schooiers, de arme sloebers, de mollige baby's, de magere scharminkels, […] Breughel van de verborgen spreekwoorden, de ironische Torens van Babel, de verrassende landschappen, de meer dan komische vogels, de uitbundige bruiloften […].
Laten we fier zijn op onze Vlaamse schilderkunst, de allermooiste, de meest solide, de kleurrijkste, de meest geparfumeerde, de eerlijkste, de meest wellevende van alle schilderkunsten. Laten we onze ogen oprichten naar en het glas heffen op de man die dit alles gemaakt heeft […] De schepper van de moderne kunst, van het moderne landschap heeft alles voorzien: het licht, de sfeer, het mysterieuze leven van de wezens en dingen. […]
Laten we ons glas nog hoger heffen op Breughel, pijler van de wereld, mirakel van de Vlaamse kunst!”

James Ensor, Mes écrits, p. 126.

Aan het begin van de 20e eeuw verovert Bruegel eindelijk een definitieve plaats in de Geschiedenis.

In 1902 vindt in Brugge een grote tentoonstelling van Vlaamse kunstwerken plaats die de lang verdrongen kunst uit het Noorden in haar rechten herstelt. Vooral Bruegel krijgt eindelijk erkenning als een van de belangrijkste figuren van de kunstgeschiedenis: ‘de laatste gothische schilder en tegelijk de eerste moderne’.

EPILOOG
In de volgende jaren helpt het vele monografische onderzoek niet alleen de reputatie van Bruegel als " Boeren-Bruegel" te nuanceren maar ook licht te werpen op de vele facetten en het grote talent van de schilder. Geleidelijk aan worden de vreemdste of om politieke redenen valse hypotheses door laboratoriumanalyses ontkracht. Ook vandaag nog blijven vorsers streven naar een nog juistere interpretatie van Bruegels oeuvre.
Credits: verhaal

COÖRDINATIE & REDACTIE
Jennifer Beauloye

WETENSCHAPPELIJK TOEZICHT
Joost Vander Auwera

BRONNEN
-Manfred Sellink, Bruegel : L'oeuvre complet, Peintures, dessins, gravures, Gand, Ludion, 2007.
-Philippe Roberts-Jones et Françoise Roberts-Jones-Popelier, Pierre Bruegel l'Ancien, Paris, Flammarion, 1997.

MET DANK AAN
Véronique Bücken, Joost Vander Auwera, Laurent Germeau, Pauline Vyncke, Lies van de Cappelle, Karine Lasaracina, Isabelle Vanhoonacker‎, Gladys Vercammen-Grandjean, Marianne Knop‎.

COPYRIGHTS
© Royal Museums of Fine Arts of Belgium, Brussels
© KBR, Bruxelles
© Royal Museums of Fine Arts of Belgium, Brussels / photo : J. Geleyns / Ro scan
© KHM-Museumsverband, Wien
© Royal Museums of Fine Arts of Belgium, Brussels / photo : Photo d'art Speltdoorn & Fils, Bruxelles
© Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam
© Staatliche Museen zu Berlin
© RMN-Grand Palais (musée du Louvre) / Michel Urtado

Credits: alle media
Het uitgelichte verhaal kan in sommige gevallen zijn gemaakt door een onafhankelijke derde partij en kan afwijken van de standpunten van de hieronder vermelde instituten die de content hebben geleverd.
Vertalen met Google
Homepage
Verkennen
Dichtbij
Profiel