INLEIDING

Pieter Bruegel is een beroemde Vlaamse schilder die bijna 500 jaar geleden leefde.

Dit portret van Bruegel is een gegraveerde prent, dat wil zeggen een afbeelding die eerst in hout werd gegraveerd en vervolgens als een stempel werd afgedrukt. Maar omdat het natuurlijk geen foto is, kunnen we er niet zeker van zijn dat dit soort afbeelding een trouwe weergave is van de werkelijkheid en dat Bruegel er echt zo uitzag.

WIE IS PIETER BRUEGEL DE OUDE?
HOOFDSTUK 1. De schilder en zijn tijd

Bruegel leefde in de 16e eeuw in Antwerpen en Brussel.

Om ons een beeld te vormen van iemand die heel lang geleden leefde, moeten we zoeken in oude manuscripten en de afbeeldingen uit die tijd bestuderen, namelijk schilderijen en gravures.
De exacte geboortedatum van Bruegel is ons niet bekend, maar dankzij de boeken waarin de namen van alle Antwerpse schilders zijn opgenomen, weten we wel dat hij in 1551 vrijmeester werd: dat wil zeggen dat hij op dat moment zijn opleiding als schilder had voltooid en zijn eigen atelier mocht hebben. Hij moet toen tussen 20 en 25 jaar oud zijn geweest.

Schilders werden opgeleid in het atelier van andere, meer ervaren schilders. Ze werkten meerdere jaren als leerling bij een meester voordat ze op hun beurt het recht kregen om het schildersvak te beoefenen. Op deze gravure zien we in het midden de meester die een groot doek aan het beschilderen is. Op de voorgrond oefenen jonge leerlingen met tekeningen.

Bruegel leert het vak in het schildersatelier van Pieter Coecke van Aelst.

In die tijd ondernamen de kunstenaars uit de Nederlanden een jarenlange reis naar Italië om hun opleiding af te ronden. Zo konden ze kennismaken met de werken uit de Oudheid, die 2000 jaar eerder waren gemaakt.

De Oudheid noemen we de tijd na de Prehistorie, toen de Griekse en Romeinse beschavingen tot ontwikkeling kwamen. Hierop volgden de Middeleeuwen, die 1000 jaar duurden. En daarna kwam de Renaissance, de tijd van Pieter Bruegel. In die tijd proberen kunstenaars en denkers de kunst uit de Oudheid te begrijpen en na te bootsen, want dat was volgens hen een glorieuze, verfijnde tijd.

Pieter Coecke van Aelst, Bruegels meester, had deze reis naar Italië gemaakt. Daar bewonderde hij de werken van de Italiaanse kunstenaars, en daarvan vind je de invloed terug in zijn eigen werken. Niet alleen de stijl maar ook de onderwerpen inspireerden hem.

Tussen 1553 en 1554 maakt Bruegel op zijn beurt een lange reis naar Italië. Maar in tegenstelling tot zijn meester, Pieter Coecke van Aelst, heeft Bruegel niet echt interesse in de Italiaanse stijl. Wat hem vooral aantrekt zijn de landschappen, bijvoorbeeld het landschap op de achtergrond van dit schilderij.

In dit maritieme landschap zijn verscheidene prachtige schepen te zien. Bruegel kon die immers tot in de kleinste details observeren in de haven van Antwerpen waar hij woonde.
In die tijd - het vliegtuig was nog niet uitgevonden - waren het deze grote zeilschepen waarmee voor het eerst lange afstanden konden worden afgelegd en zelfs een reis rond de wereld kon worden gemaakt.

Het is de tijd van de grote ontdekkingsreizigers die nieuwe werelddelen, nieuwe diersoorten en exotische planten, en zelfs onbekende beschavingen ontdekken.

In een ander schilderij, De val der opstandige engelen, zien we allerlei verbazingwekkende details, zoals rode veren. Ze lijken op een hoofdtooi die uit Amerika was meegenomen en die daar gebruikt werd in het kader van de rituelen en ceremonies van de Azteekse volkeren.

Andere details doen denken aan vreemde dieren en vissen die voor het eerst in verre contreien waren aangetroffen.

Een luiaard,..

... gordeldier,...

... kogelvis,...

...apen, enz.

Al deze exotische details worden gebruikt om behoorlijk duivelse monsters te creëren. In de tijd van Bruegel vindt men die nieuwe, onbekende wereld immers eng.

HOE SCHILDERT BRUEGEL?
HOOFDSTUK 2. Schilder- en tekentechnieken

De meeste schilderijen van Bruegel zijn gemaakt met olieverf op houten panelen.

In die tijd moest een schilder, om zijn verf te maken en de gewenste kleuren te verkrijgen, lijnolie vermengen met pigmenten. Deze gekleurde poeders werden gemaakt van fijngewreven stenen en ertsen (malachiet werd bijvoorbeeld gebruikt om een groene kleur te verkrijgen), plantenextracten (met een bloem die meekrap heet werd dan weer rood gemaakt), aardsoorten (van oker maakte je geel en bruin) en zelfs verpulverde insecten (de cochenilleluis leverde een karmijnrood pigment op).

Voor dit schilderij gebruikt Bruegel een andere techniek die ‘tempera’ heet.

Dat betekent dat de pigmenten niet worden vermengd met olie maar met water en lijm. Het op deze manier verkregen mengsel wordt door de schilder op een linnen doek aangebracht, niet op een houten paneel.

Als je van dichtbij kijkt, zie je de draden van het weefsel nog goed.

Met deze techniek moet heel snel worden geschilderd want tempera droogt veel sneller dan olieverf.
Een ander verschil is dat de verf mat is. Tempera glanst niet zoals olieverf.

Omdat het gebruikte weefsel veel kwetsbaarder is dan hout, is dit soort schilderijen veel moeilijker te bewaren. Daarom bestaan er nu nog maar een paar van de hand van Bruegel.

Maar Bruegel was niet alleen schilder, hij was ook een groot tekenaar. Als tekenaar is hij trouwens ook zijn kunstenaarscarrière begonnen.

Zijn tekeningen stellen scènes voor uit het dagelijks leven, bovennatuurlijke taferelen met monsters en ook landschappen.

MONSTERS EN ANDERE WONDERBAARLIJKE WEZENS
HOOFDSTUK 3. Wat Bruegel het liefst schilderde...

Pieter Bruegel heeft heel veel monsters geschilderd.

Soms enge monsters...

… maar soms ook heel grappige.

Aan het begin van zijn carrière maakte Bruegel tekeningen naar het voorbeeld van een andere heel beroemde kunstenaar die enkele jaren voor hem leefde: Jheronimus Bosch (ook wel bekend als Jeroen Bosch).
Bosch was een schilder die allerlei bizarre monsters en vreselijke duivels had gecreëerd die Bruegel heel erg hebben geïnspireerd.

500 jaar geleden waren bijgeloof en geloof in allerlei magische krachten nog belangrijk in het dagelijkse leven: men geloofde in het bestaan van duivels en heksen maar ook van engelen. Het is dan ook niet vreemd dat je ze in de werken van kunstenaars uit die tijd tegenkomt.

Op dit schilderij, dat De val der opstandige engelen heet, toont Bruegel ons een ware veldslag tussen monsters.

Het verhaal is afkomstig uit de Bijbel, het heilige boek van de christenen: engelen die tegen God in opstand waren gekomen, werden veranderd in duivels en in de hel gegooid door andere engelen die God wel trouw waren gebleven. In het midden zien we de leider van het engelenleger, gekleed in een gouden wapenrusting. Dat is de Heilige Michaël. Met zijn cape en schild is hij de held van dit schilderij. Op de toren van het stadhuis op de Grote Markt in Brussel prijkt trouwens nog altijd een beeld van de Heilige Michaël.

Bruegel schilderde ook graag de alledaagse werkelijkheid. We weten dat hij graag door dorpen wandelde. Hij nodigde zichzelf en zijn vrienden ook regelmatig uit op feesten en trouwpartijen.

Op dit schilderij, een kopie gemaakt door zijn zoon Pieter Brueghel de Jonge, zien we een bruid en genodigden dansen op doedelzakmuziek.

Bruegel schilderde vaak spelende kinderen.

Hier zien we kinderen op het ijs spelen met een tol.

Een ander kind bindt houten schaatsen onder.

Op de voorgrond gebruikt een meisje een bot van een rund om over het ijs te glijden.

In die tijd was speelgoed nog zeldzaam. Je moest alles zelf maken met wat je maar kon vinden, zoals beenderen van dieren.

Hetzelfde geldt voor ballen. Plastic bestond nog niet: kinderen gebruikten dus een varkensblaas, zoals dit jongetje hier.

Bruegel toont ons dus het leven van onze voorouders, maar hij is ook heel goed in het vertellen van beroemde verhalen, bijvoorbeeld uit de Griekse mythologie.
In dit landschap geeft Bruegel zijn visie weer van het verhaal van de Val van Icarus. Icarus wordt samen met zijn vader Dedalus gevangen gehouden. Om te ontsnappen maken ze vleugels van veren en was. Maar Icarus vliegt te dicht bij de zon: de was smelt en hij valt in zee.
Maar waar op het schilderij bevindt zich Icarus?

Eerst zien we een ploeger, een herder en een visser...

Pas als je heel goed kijkt zie je in de golven benen spartelen. Dat is Icarus, die net uit de lucht is gevallen.

DE INVLOED VAN BRUEGEL
HOOFDSTUK 4. Een geniale schilder

Bruegel had twee zonen, Pieter en Jan, en een dochter Marie. Zijn twee zonen worden ook schilder.

Helaas sterft Bruegel de Oude op vrij jonge leeftijd. Pieter en Jan zijn dan nog maar kinderen. Zij leren het vak bij hun grootmoeder Mayken Verhulst, die eveneens schilderde.

Pieter Brueghel de Jonge wordt ook wel de Helse Brueghel genoemd. Hij legt zich vooral toe op het reproduceren van de meest succesvolle werken van zijn vader. Hier zien we bijvoorbeeld zijn kopie van de Volkstelling te Bethlehem, het werk dat we zojuist onder de loep hebben genomen.

Jan Brueghel, bijgenaamd de Fluwelen Brueghel, wordt beroemd door zijn schilderijen van bloemen en zijn fijne, kleurige landschappen.

De schilderijen van Bruegel hebben al snel veel succes en worden door andere schilders gekopieerd, onder meer door David Teniers die dit Dorpsfeest schilderde.

David Teniers is bevriend met de familie Bruegel en trouwt met een van de kleindochters van de schilder.

CONCLUSIE
Pieter Bruegel de Oude was een van de grootste kunstenaars van zijn tijd. Via zijn werken krijgen we een goed beeld van de wereld van onze voorouders, een wereld die allerlei veranderingen ondergaat een waar het oude volksgeloof nog sterk leeft maar waar nieuwe ontdekkingen op het punt staan alle overtuigingen op hun kop te zetten. Dat alles zien we terug in de werken van Bruegel die deze onderwerpen op een heel persoonlijke manier behandelt. Al tijdens zijn leven werd zijn talent erkend. Later zal zijn oeuvre nog vele malen worden gekopieerd en menig kunstenaar inspireren, tot op de dag van vandaag.
Royal Museums of Fine Arts of Belgium
Credits: verhaal

COÖRDINATIE
Jennifer Beauloye

REDACTIE
Véronique Vandamme & Jennifer Beauloye

WETENSCHAPPELIJK TOEZICHT
Joost Vander Auwera

BRONNEN
-Manfred Sellink, Bruegel : L'oeuvre complet, Peintures, dessins, gravures, Gand, Ludion, 2007.
-Peter van den Brink (dir.), L'entreprise Brueghel, Gand Ludion, 2001.

MET DANK AAN
Véronique Bücken, Joost Vander Auwera, Laurent Germeau, Pauline Vyncke, Lies van de Cappelle, Karine Lasaracina, Isabelle Vanhoonacker‎, Gladys Vercammen-Grandjean, Marianne Knop‎.

COPYRIGHTS
© Royal Museums of Fine Arts of Belgium, Brussels
© KBR, Bruxelles
© Royal Museums of Fine Arts of Belgium, Brussels / photo : J. Geleyns / Ro scan
© KHM-Museumsverband, Wien
© Royal Museums of Fine Arts of Belgium, Brussels / photo : Photo d'art Speltdoorn & Fils, Bruxelles

Credits: alle media
Het uitgelichte verhaal kan in sommige gevallen zijn gemaakt door een onafhankelijke derde partij en kan afwijken van de standpunten van de hieronder vermelde instituten die de content hebben geleverd.
Vertalen met Google
Homepage
Verkennen
Dichtbij
Profiel