1920 - 2015

De Munt / La Monnaie (II)

La Monnaie / De Munt

100 jaar gedurfde operaproducties met een open blik op de moderniteit

Corneil de Thoran
De naoorlogse periode leidde tot een nieuw elan voor de Munt met de komst van Corneil de Thoran, een internationaal vermaard dirigent die de nadruk legt op de moderniteit.

Hedendaagse werken en componisten als Darius Milhaud en Arthur Honegger staan op de affiche, en tal van wereldcreaties volgen, waaronder Wozzeck van Alban Berg.

Onder de directie van Corneil de Thoran bleef de Munt tijdens de Tweede Wereldoorlog geopend. Het was een moeilijke periode, waarin geen enkele creatie mogelijk was, sommige voorstellingen verboden werden en uit Duitse theaters geïmporteerde producties opgelegd werden.

Na de bevrijding van Brussel in september 1944, startte het nieuwe operaseizoen op 30 september met een bij uitstek symbolisch werk: De stomme van Portici van Auber.

Corneil de Thoran bleef het theater leiden tot aan zijn dood in 1953.

Maurice Huisman
Maurice Huisman werd in 1959 de nieuwe directeur en startte ingrijpende hervormingen. Hij begon met de naamswijziging van de Munt naar de modernere initialen TRM-KMS en de slogan "Keer terug naar de opera".

De meest ingrijpende hervorming van Maurice Huisman was de afschaffing van het repertoiresysteem...

... ten voordele van het zogenaamde stagionesysteem (slechts een productie tegelijk waaraan lange tijd gerepeteerd wordt, om ze vervolgens continu te spelen in een reeks van voorstellingen), wat de kwaliteit sterk ten goede kwam.

Maurice Huisman bezorgde de opera internationale uitstraling en trok een jong publiek aan. Hij werd daarin sterk geholpen door Maurice Béjart en diens Ballet du XXe Siècle.

De choreografie van Stravinsky's Sacre du Printemps in december 1959 was een revelatie en een triomfantelijk succes. Op twintig jaar tijd creëerde Béjart meer dan 100 balletten voor de Munt; dans werd geleidelijk aan de hoofdactiviteit van de schouwburg.

Intussen had de wet van 19 april 1963 de Munt omgevormd tot een parastatale federale instelling die als nationale opera door de Belgische staat werd gesubsidieerd.

Gerard Mortier
De nieuwe directeur Gerard Mortier, die Maurice Huisman in 1981 opvolgde, wou opera terug centraal stellen. Zijn nieuwe slogan liet over zijn opzet geen twijfel bestaan: "Opera tot theater maken". In 1987 verliet het Ballet du XXe Siècle de Munt en vestigde zich in Lausanne.

Gerard Mortier nodigde de beste theaterregisseurs uit om in de Brusselse Munt te komen werken. Het model van zijn aanpak werd de Mozart-cyclus: regisseurs als Patrice Chéreau, Luc Bondy, Willy Decker, Karl-Ernst Hermann en Gilbert Deflo verleenden elk hun eigen interpretatie aan een werk van Mozart.

Dirigent Sylvain Cambreling was van 1981 tot 1991 muziekdirecteur van de Munt.

De Renovatiewerken
Het gebouw bevond zich in een erbarmelijke staat. Gerard Mortier vocht bij de Belgische overheid voor een diepgaande renovatie, die in 1985 startte.

Het dak en de machinerie werden ontmanteld. De toneeltoren werd uitgebreid tot negen verdiepingen.

Enorme pijlers werden in de bodem geheid om het gebouw te verstevigen en het gewicht van de nieuwe computergestuurde machinerie te stutten.

De orkestbak werd uitgerust met een hydraulisch systeem om de hoogte te kunnen verstellen tot aan het niveau van de scène of tot drie meter lager.

Met de hulp van de architect Charles Vandenhove deed Gerard Mortier ook beroep op internationaal vermaarde kustenaars als Sol LeWitt en Sam Francis voor de inrichting van de inkomhal...

... en van Daniel Buren en Giulio Paolini voor het Kleine Koninklijk Salon.

Bernard Foccroulle
Bernard Foccroulle werd in 1992 directeur van de Munt. Hij zette het beleid van zijn voorganger verder en trok het door naar barokmuziek en hedendaagse creaties.

Bernard Foccroulle engageerde Sir Antonio Pappano als chef-dirigent en muziekdircteur.

Bernard Foccroulle bood tevens twee belangrijke Belgische kunstenaars aan om huisartiest van de Munt te worden: de choreografe Anne Teresa De Keersmaeker...

...en de componist Philippe Boesmans.

Anne Teresa De Keersmaeker en haar gezelschap Rosas presenteerden nagenoeg al hun creaties in de Munt.

Deze exemplarische samenwerking tussen een dansgezelschap en een schouwburg ging ook na afloop van dit residentschap nog verder.

Al van bij zijn eerste opera, La Passion de Gilles in opdracht van Gerard Mortier, toonde Philippe Boesmans zich een van de grootste componisten van onze tijd.

In de daaropvolgende decennia, en met uitzondering van Yvonne, princesse de Bourgogne, zijn enige opera die eerst in de Opéra de Paris in première ging (2009)...

...werden al zijn werken in de Munt gecreëerd: Reigen...

...Wintermärchen...

... Julie...

...en zeer recent nog Au monde.

Toen Sir Antonio Pappano in 2002 naar Covent Garden trok, werd Kazushi Ono de nieuwe muziekdirecteur.

Bekommerd om de maatschappelijke impact van opera, legde Bernard Foccroulle veel nadruk op openheid en versterkte hij de initiatieven voor scholen (via de educatieve dienst) en het middenveld (via het project Een brug tussen twee werelden).

In 1998 kreeg de Munt de kans om de voormalige decoratiewinkel Vanderborght, vlak achter de schouwburg, aan te kopen. Dit gebouw in art deco-stijl dateert uit 1935.

Vandaag herbergt dit gebouw repetitieruimtes voor de operaproducties, zaal Malibran...

...orkest en zang, zaal Fiocco ,...

alsook alle ateliers voor de vervaardiging van decors en kostuums.

In dezelfde periode werden ook de originele koepelschildering en het toneelorgel, dat in de machinerie verborgen zit, gerestaureerd.

In 2000 werd de Muntschouwburg geklasseerd als historisch monument. De decoratie van de Grote Zaal werd tussen 2004 en 2007 volledig gerestaureerd door de Regie der Gebouwen.

Peter de Caluwe
In 2007 ruilt Bernard Foccroulle de Munt in voor het Festival d’Aix-en-Provence en wordt hij opgevolgd door Peter de Caluwe, die de Munt tot op vandaag leidt.

Hoewel hij trouw blijft aan het belang dat zijn voorgangers aan het theatrale aspect hechtten, introduceert Peter de Caluwe een nieuwe esthetiek en een nieuwe generatie regisseurs en zangers.

Door Opernwelt werd de Munt in 2011 uitgeroepen tot Operahuis van het Jaar; het was de eerste keer in de geschiedenis van deze 'Oscars van de opera' dat een operahuis van buiten het Duitse taalgebied deze prestigieuze titel kreeg.

Belangrijke producties volgen elkaar op: Médée en Lulu van Krzysztof Warlikowski, Le Grand Macabre van Alex Ollé (La Fura del Baus), Parsifal en Orphée et Eurydice van Romeo Castellucci, Il Trovatore van Dmitri Tcherniakov, Jenůfa van Alvis Hermanis of Hamlet van Olivier Py.

Alain Altinoglu
De Franse dirigent Alain Altinoglu wordt vanaf januari 2016 onze nieuwe muziekdirecteur. Hij volgt Ludovic Morlot op die muziekdirecteur was van 2012 tot en met 2014.
De Nieuwe Renovatiewerken
Omdat de technische infrastructuur verouderd is, en zelfs voorbijgestreefd, werd vanaf 2014 een reeks grote werken aangevat.

Na de renovatie van het gebouw van de administratie en de daken van de ateliers, volgt nu de schouwburg zelf die sinds september 2015 voor een jaar lang de deuren gesloten heeft voor aanpassingswerken: een nieuwe toneeltoren, nieuwe machinerie, nieuwe decorliften, nieuwe speelvloer, een ondergrondse verbinding tussen de ateliers en het theater... en nieuwe zitjes in de zaal!
In de herfst van 2016 zou alles moeten afgewerkt zijn.

Credits: verhaal

Peter de Caluwe, Algemeen directeur van de Munt

Virginie Peters, Project coördinatrice

Isabelle Pouget, Editorial line

Zoé Renaud, Archief van de Munt

Koen Van Caekenberghe, Nederlandse vertaling

Credits: alle media
Het uitgelichte verhaal kan in sommige gevallen zijn gemaakt door een onafhankelijke derde partij en kan afwijken van de standpunten van de hieronder vermelde instituten die de content hebben geleverd.
Vertalen met Google
Homepage
Verkennen
Dichtbij
Profiel