Vlaamse Primitieven

Wie is deze aristocratische jonge vrouw? Niemand kent haar naam. Haar ogen zijn sceptisch en hebben een licht Aziatisch trekje. Waar komt ze vandaan? Er wordt verondersteld dat de mooie jonge vrouw met haar fluwelen mantel en gouden ketting uit Frankrijk afkomstig is.
Deze scène van dateert uit de late periode van Gerard David. De kleuren zijn gereserveerd, zij het uiterst verfijnd in genuanceerde gradaties. In dit schilderij herkennen we veel invloeden van meesters als van Eyck en Campin: de schuine plaatsing van het kruis, de kledij van de Romeinse soldaten en details, zoals de hond die Adam's botten opgraaft.
Een perfect uitgevoerde 'trompe l'oeil', uitgevoerd in grisaille. Het lijkt echt een driedimensionele afbeelding maar het is allemaal olieverf. De vleugel van de engel werpt zelfs een schaduw over de schijnlijst. Ook naast Maria is een schaduw te zien, waardoor het lijkt alsof ze voor de lijst staat en niet ernaast.
Maria is gesitueerd in het interieur van een gotische kerk, te duiden als een symbolische voorstelling waarin niet alleen de hoofdfiguur, maar ook ogenschijnlijk realistische nevenmotieven een diepere betekenis hebben. De in verhouding tot het kerkinterieur veel te groot weergegeven figuur van Maria legde hij uit als een verwijzing naar de vereenzelviging van Maria met de ‘Ecclesia’.
De man met de anjer, Jan van Eyck. De afgebeelde man draagt de Orde van Sint-Antonius met kruis en klokje.
Portret van een man, vermoedelijk Robrecht van Massemen. Het is een vroeg voorbeeld van realistische portretkunst.
Het Monforte-altaarstuk doet door dieptewerking, monumentale figuren en virtuoze stofuitdrukking denken aan van Eyck. De naam is ontleend aan het gelijknamige klooster in Noord-Spanje.
Op het einde van zijn leven gemaakt, wellicht een decennium na het Montforte-altaarstuk. Het werk wordt zorgvuldig in de breedte opgebouwd. De twee profeten in halffiguur, die aan de uiteinden van de compositie het groene gordijn opzijschuiven, zijn een nieuw element.
Er zijn speculaties die leiden tot de veronderstelling dat deze vrouw de echtgenote van de de schilder is. Rogier van der Weyden trouwde met Elisabeth Goffaert uit Brussel in 1426.
Dit altaarstuk bestaat uit drie panelen. Centraal staat een bewening van Christus (piëta). Het linkerpaneel is een geboorte van Christus, het rechter een verschijning van de verrezen Christus aan Maria. Het zou het oudst bekende werk van de jonge Van der Weyden zijn.
Op de grisailles staan zowel gewone figuren als heiligen die in verband staan met de hoofdmotieven. Het middenpaneel met het doopsel van Christus is omgeven door kleine figuren die de bekoring van Christus en de Prediking van Johannes de Doper voorstellen. Het linkerluik stelt de geboorte van de Doper voor, het rechter zijn onthoofding.
De opdrachtgever van dit werk, geknield op de voorgrond, draagt kledij van dezelfde mode als de hertog van Bourgondië en was dus zonder twijfel een lid van de hogere klasse, maar is verder onbekend gebleven.
Zijn belangrijkste en bekendste werk is het gigantische altaarstuk Aanbidding der Herders, dat ook wel bekend staat als de Portinari-triptiek. Het drieluik werd in 1475-76 gemaakt in opdracht van Tommaso Portinari. Het altaarstuk was bedoeld voor de kapel van het hospitaal van Santa Maria Nuova in Florence. Zijn realisme bracht een ongelofelijke sensatie teweeg. Het had grote invloed op de Florentijnse schilders.
De naam Mérode is van de Belgische adellijke familie, de laatste particuliere eigenaar voordat het werk in 1956 in het bezit kwam van het Metropolitan Museum. Het is een geliefd werk, door de fraaie heldere kleuren en de huiselijke omgeving van een middeleeuws stadje. Voor een altaarstuk is het vrij klein. Dat wijst erop dat het niet voor een kerk is gemaakt, maar voor privégebruik.
Credits: All media
This user gallery has been created by an independent third party and may not always represent the views of the institutions, listed below, who have supplied the content.
Home
Explore
Nearby
Profile