Eerst was Rembrandt vooral gefascineerd door armetierige drommels die van aalmoezen moeten leven. Daarna kreeg hij oog voor ander kleurrijk stadsvolk, dat hij meestal wel op hetzelfde minuscule formaat weergaf. Op deze zes etsjes verbeeldt hij een ouderwets geklede kwakzalver, twee Poolse soldaten, twee straatmuzikanten (een draailierspeler en een violist) en een schaatser.
Geïnteresseerd in Visual arts?
Krijg updates met je gepersonaliseerde Culture Weekly
Je bent helemaal klaar
Je krijgt deze week je eerste Culture Weekly.