Of een actuele versie van een religieus tafereel

INLEIDING

Op het eerste gezicht krijgt de toeschouwer hier opmerkelijk veel elementen voorgeschoteld. Het schilderij wemelt van de personages en toch is er geen sprake van ordeloosheid die de lezing van het werk in het gedrang zou brengen. Die rijkdom en het evenwicht in kleuren en compositie zijn juist zeer aantrekkelijk.

Eerst zien we een besneeuwde vlakte en mensen die opgaan in hun bezigheden. Vervolgens wordt onze nieuwsgierigheid gewekt door de verschillende scènes die elkaar overlappen. Ze omringen het hoofdthema dat zijn titel aan het schilderij heeft gegeven: De Volkstelling te Bethlehem. Maar is dat Bijbelse thema eigenlijk niet een voorwendsel? Zijn er, zoals zo vaak bij de Vlaamse meester, niet meerdere lezingen mogelijk?

EEN ‘OGENSCHIJNLIJKE VERSNIPPERING’
HOOFDSTUK 1. Compositie

Het gezichtspunt ligt, zoals wel vaker bij Bruegel, hoger dan het geschilderde tafereel zelf. Net zoals de man die op de voorgrond achter een luik vandaan kijkt, lijkt de kunstenaar het dorp vanaf de bovenverdieping van een gebouw te bekijken. Hij neemt onze blik mee naar de horizon, waar de zon opgaat.

Over enkele uren is het kerstavond. Iedereen is druk bezig met dagelijkse beslommeringen.

Bruegel maakt als het ware een snapshot van een eigentijds Brabants dorp. Elk personage wordt vastgelegd in volle actie.
Kinderen spelen met een tol of glijden over het ijs ; een echtpaar schuifelt voorzichtig over het bevroren water.

Jean-Philippe Theyskens, gids van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, vertelt ons over de kinderspelen in De Volkstelling van Bethlehem.

Verderop laden mensen graanzakken op karren, weer andere staan te praten en warmen zich bij het vuur.

Ook zien we kippen scharrelen en een ezel die gedwee achter zijn baas aan loopt.

Niets staat stil, behalve dan die ene man met de handen in zijn zakken die we van achteren zien en die naar de zon kijkt. Maar zelfs hij staat niet los van de drukte om hem heen: de lichte vlek op zijn schouder zou wel eens het spoor van een sneeuwbal kunnen zijn.

Een diagonaal verdeelt het schilderij van linksboven naar rechtsonder. De schuine verdeling tussen het nabijgelegen tafereel linksonder en het verre tafereel rechtsboven is een erfenis van de eerste Vlaamse landschapsschilders Joachim Patinir en Herri met de Bles.

Het pad van de herberg in de linker benedenhoek tot de ruïnes aan de andere kant van het dorp volgt een andere diagonale lijn die de eerste exact in het midden van het werk doorkruist, precies op de plek waar de schilder een losgekomen karrenwiel heeft afgebeeld.

Het evenwicht tussen de geometrische volumes van de gebouwen en de ronde vormen van de personages is perfect. De verticale assen van de bomen geven de compositie ritme en perspectief.

Jean-Philippe Theyskens, gids van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, vertelt ons over de krachtlijnen in de compositie van De Volkstelling van Bethlehem.

Afzonderlijk genomen zou elk detail en elke groep een schilderij op zich kunnen zijn. De bewegingen van de silhouetten zijn perfect geschetst, of het nu gaat om de kinderen die in een sneeuwballengevecht verwikkeld zijn…

… of de man die aan de rivier zijn schaatsen onderbindt,...

… de slager die een varken slacht,…

Jean-Philippe Theyskens, gids van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, vertelt ons over de slachting van het varken op de voorgrond van de compositie.

… of de moeder die haar kind achter zich aan de herberg in trekt.

De allerkleinste details zijn soms verrassend realistisch zoals het kind dat vóór de ruïnes van het kasteel met opgeheven armen vogels verjaagt...

Jean-Philippe Theyskens, gids van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, vertelt ons over de metafoor van de ruïnes op de achtergrond van de compositie.

In zijn Traité du paysageVerhandeling over het landschap uit 1939 introduceert schilder en theoreticus André Lhote dit idee in zijn verhandelingen over de landschappen van de Vlaamse meester.

“Het maakt niet uit hoeveel van dit uitzonderlijke schilderij we met een kadertje bedekken: het weinige wat te zien is, is altijd mooi opgebouwd. Elk element is immers zo gerangschikt dat het samen met het element ernaast een echte compositie vormt [...] Niets is méér geordend dan deze ogenschijnlijke versnippering [...]. Deze ongeëvenaarde bekwaamheid gaat evenwel schuil achter een soort naiviteit [...]. Het publiek merkt niets van die verborgen kracht”
(naar André Lhote, Traité du paysage, 1939).

TECHNISCHE VIRTUOSITEIT
HOOFDSTUK 2. Beheersing van kleur en materie

De indruk van evenwicht in de compositie wordt versterkt door de harmonieuze kleurverdeling. Hoewel oker, wit en grijsgroen overheersen, wordt onze aandacht af en toe naar de rode kleur van een kledingstuk of een muts getrokken.

Hoewel alles volledig onder controle lijkt, zijn we toch ver van de strikte opbouw die in die tijd de Italiaanse kunst domineert. Bij Bruegel zien we een heel eigen, veel intuïtievere organisatie.

Vanwege de aandacht die hij aan de expressiviteit van lichaam en gezicht besteedt, is het oeuvre van Bruegel een voorloper van de experimenten van 17e-eeuwse kunstenaars als Rubens of Luca Cambiaso.

In hun streven om emotie en expressie te associëren, zoeken zij, zoals in deze studie van Luca Cambiaso, gelijkenissen tussen de fysionomie van bepaalde dieren en de uitdrukking van menselijke karakters.

Qua materiaal heeft Bruegel zich definitief bevrijd van de traditie van de Vlaamse Primitieven.

Aan het begin van de 15e eeuw verheerlijken kunstenaars als Jan Van Eyck en Rogier van der Weyden het schilderen met olieverf via de glacistechniek.

Deze bestaat erin meerdere dunne, doorschijnende laagjes pigmenten vermengd met lijnolie over elkaar aan te brengen, wat een zeer subtiele weergave van materie mogelijk maakt. Het licht dat door verf lagen schijnt, verschaft de kleuren een ongeëvenaard diepte-effect.

Bruegel geeft echter de voorkeur aan het vermengen van laagjes verf die nog niet zijn opgedroogd, een techniek die alla prima (nat-in-nat) heet. In tegenstelling tot de Vlaamse Primitieven uit de vorige eeuw wordt het lichteffect hier niet verkregen door transparantie, maar door verf over elkaar aan te brengen in pasteuze lagen, zoals in dit gedrapeerde gewaad.

Deze innovatie werd oorspronkelijk geïntroduceerd door Jheronimus Bosch. In zijn Kruisiging, die van ca. 1500 dateert, zien we de kleurnuances die de schilder met deze techniek creëert, met name in het landschap op de achtergrond.

Op andere plaatsen gebruikt Bruegel verschillende, soms heel dunne picturale lagen om mooie kleurnuances te creëren, vooral in de toon wit. Zo brengt hij als geen ander besneeuwde oppervlakken en winterluchten tot leven.

"En het geschiedde in diezelfde dagen, dat er een gebod uitging van den Keizer Augustus, dat de gehele wereld beschreven zou worden”
HOOFDSTUK 3. Iconografie: tussen Bijbels tafereel, dagelijks leven en politieke interpretatie

In zijn streven om het leven van zijn tijdgenoten weer te geven, is Bruegel de perfecte getuige van alle triviale kenmerken van het middeleeuwse bestaan. Zo bevat zijn oeuvre een rijke inventaris van volkskledij, kinderspelen en -activiteiten, keukengerei en gereedschap. Tal van hulpmiddelen die onmisbaar waren in het dagelijks leven neemt hij uiterst zorgvuldig op in zijn schilderijen.

Van het bakstenen huis met trapgevel tot de muren van leem, van de broeken en hemden van de mannen tot de schorten en kappen van de vrouwen, van de karren tot de schuit op de rivier, van de kruik tot de rieten mand, zien we zo ongeveer het hele leven van onze voorouders aan ons voorbijgaan.

Diverse details zijn trouwens nogal bizar. Kijk bijvoorbeeld naar deze kroeg in een uitgeholde boom, met erboven het uithangbord “In De Swaen”: die lijkt l op de plaatsen van ontucht die Bruegel ook vaak in zijn gravures weergaf en die geïnspireerd waren door het werk van de beroemde Jheronimus Bosch.

De voorstelling van dagelijkse taferelen op een heel precies moment van het jaar, in dit geval kerstavond, is een verwijzing naar de getijdenboeken met hun miniaturen die in de Middeleeuwen erg populair waren.

In die manuscripten wordt elke maand geïllustreerd met de typische werkzaamheden van het seizoen, vaak weergegeven met veel oog voor detail: de oogst, het snoeien van de bomen, het op stal zetten van het vee tijdens de winter, enz.

Terwijl alle acteurs in dit dorpstafereel onverschillig voor de toeschouwer doorgaan met hun dagelijkse werkzaamheden, lijkt een os op de voorgrond ons nieuwsgierig aan te kijken. Zijn ronde oog trekt onze aandacht. Daardoor merken we de twee personages naast hem op.

De os loopt naast een timmerman en, gezeten op een ezel een vrouw, in een grote blauwe mantel gewikkeld. Meer hebben we niet nodig om Jozef en Maria te herkennen. In opdracht van keizer Augustus zijn zij vlak vóór de geboorte van Jezus naar Bethlehem getrokken om zich in de registers van het Romeinse Keizerrijk te laten inschrijven.
Vreemd genoeg speelt het tafereel zich echter niet af in het Judea van de Oudheid: Bruegel heeft het naar de Nederlanden van de 16e eeuw verplaatst.

Jean-Philippe Theyskens, gids van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, vertelt ons over de komst van Jozef en Maria naar Bethlehem, op kerstavond.

Deze praktijk was niet ongewoon en was ook al populair in de 15e-eeuwse schilderkunst. Zo zien we iets gelijkaardigs in een ander voorbeeld: de Annunciatie van de Meester van Flemalle, die deze religieuze scène een eeuw eerder al in een burgerlijk interieur situeerde.

De verschuiving van een Bijbels tafereel naar een hedendaagse omgeving zou ook een verwijzing kunnen zijn naar de mysteriespelen (toneelvoorstellingen die in de Middeleeuwen op het kerkplein werden opgevoerd).

Door het Bijbelse tafereel als een onbelangrijk detail middenin de dorpsdrukte te plaatsen nodigt Bruegel ons uit de bezigheden bij de herberg op een andere manier te bekijken.
Het tafereel dat zich voor de herberg afspeelt is eigenlijk een financiële transactie. Iemand overhandigt wellicht geld aan een belastinginner, terwijl een andere ontvanger het register aanvult.

Boven hun hoofd zien we nog een ander element dat de hypothese van een officiële belastinginning versterkt: aan de gevel hangt een rood bord met het wapen van de Habsburgers.

Moeten we in het werk een protest zien tegen de zware belastingen die het Spaanse regime de Nederlanden oplegde?

Ook aan de slachting van het varken geven sommige kunsthistorici een politieke interpretatie. Zij zien het tafereel als een metafoor voor de boeren die leden onder de excessieve belastingen van Filips II van Spanje., vooral tijdens strenge winters getekend door voedselschaarste.

Jean-Philippe Theyskens, gids van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, vertelt ons over de mogelijke politieke interpretatie van het tafereel voor de herberg.

VOORTBESTAAN VAN HET WERK
HOOFDSTUK 4. Het origineel en zijn kopieën

Deze Volkstelling te Bethlehem kende zoveel succes dat het heel vaak zou worden gekopieerd. Vandaag zijn dertien kopieën van het werk bekend, waarvan drie gesigneerd en gedateerd door Pieter Brueghel de Jonge.

De Koninklijke Musea voor Schone Kunsten bewaren een versie die de vergelijking van het werk van beide kunstenaars mogelijk maakt. De ene versie is maar liefst vierenveertig jaar na de andere geschilderd.

Dankzij een vergelijkende studie tussen het origineel en de kopieën krijgen we een beter beeld van de werkwijze van Pieter Bruegel de Oude en kunnen we ook de varianten observeren, vooral wat betreft de picturale laag en de onderliggende tekening.

De kleurenkeuze van bijvoorbeeld de kleding verschilt dikwijls sterk bij vader en zoon.

Anderzijds zijn er ook details die bij de vader alleen in de onderliggende tekening voorkomen (en niet in de geschilderde laag) maar die we in het werk van de zoon wel terugvinden.

Het meest opvallend is de afwezigheid van een tafereeltje op de voorgrond: een man die zijn schaatsen onderbindt bij een ton met hierop een vogel. De afwezigheid van dit detail zorgt voor een leemte in de compositie van de zoon. Gezien de precisie waarmee de zoon zijn vader kopieert, lijkt het weinig waarschijnlijk dat hij dit onderdeel gewoon over het hoofd heeft gezien.

De varianten lijken er eerder op te wijzen dat de zoon geen toegang had tot de originele werken van zijn vader. Bruegels schilderen waren immers al tijdens zijn leven uiterst gewild en verdwenen vaak razendsnel van de kunstmarkt om in prestigieuze privécollecties te worden opgenomen.

Dat zou tevens verklaren waarom bepaalde details anders geïnterpreteerd zijn door de zoon: kijk bijvoorbeeld naar het wiel in het midden van de compositie, dat bij de zoon een zak graan wordt.

Pieter Brueghel de Jonge heeft zich voor zijn kopieën waarschijnlijk moeten baseren op voorbereidende schetsen of schaalmodellen die zijn grootmoeder, de miniatuurschilderes Mayken Verhulst, had bewaard. Helaas zijn geen van deze schetsen bewaard gebleven.

CONCLUSIE
Dit schilderij is een van de meest magistrale bladzijden uit het oeuvre van Pieter Bruegel de Oude. Hij schilderde dit werk na zijn verhuizing naar Brussel, toen hij zich volledig op het schilderen ging toeleggen en niet langer op grafisch werk. De kunstenaar had op dat moment het toppunt van zijn kunst bereikt. Waar zijn eerste werken vrij compact waren, bracht Bruegel later meer helderheid in zijn composities en vereenvoudigdehij zijn onderwerpen met een indrukwekkend gevoel voor synthese en evenwicht. In <i>De Volkstelling te Bethlehem</i> benut hij alles wat hij geleerd heeft tijdens zijn artistieke parcours. In dit werk bewijst hij dat hij zijn eigen stijl gevonden heeft. Een zeer persoonlijke stijl die nog tot ver na zijn dood in 1569 garant zal staan voor zijn succes.
Royal Museums of Fine Arts of Belgium
Credits: verhaal

COÖRDINATIE
Jennifer Beauloye

REDACTIE
Véronique Vandamme & Jennifer Beauloye

WETENSCHAPPELIJK TOEZICHT
Joost Vander Auwera

BRON
Peter van den Brink (dir.), L'entreprise Brueghel, Gand Ludion, 2001.

MET DANK AAN
Véronique Bücken, Joost Vander Auwera, Jean-Philippe Theyskens, Laurent Germeau, Pauline Vyncke, Lies van de Cappelle, Karine Lasaracina, Isabelle Vanhoonacker‎, Gladys Vercammen-Grandjean, Marianne Knop‎.

COPYRIGHTS
© Royal Museums of Fine Arts of Belgium, Brussels
© D-Sidegroup
© Royal Museums of Fine Arts of Belgium, Brussels / photo : J. Geleyns / Ro scan

Credits: alle media
Het uitgelichte verhaal kan in sommige gevallen zijn gemaakt door een onafhankelijke derde partij en kan afwijken van de standpunten van de hieronder vermelde instituten die de content hebben geleverd.
Vertalen met Google
Homepage
Verkennen
Dichtbij
Profiel